Oost-Congo: de grond van de zaak - Peter Verlinden

Bijna twintig jaar van geweld in Oost-Congo, nu al meer dan twee miljoen vluchtelingen in hun eigen land, dat betekent één op de vier Congolezen in die regio, honderdduizenden doden … en een schier onverschillige wereld. Hoe is dit mogelijk in de 21e eeuw?
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina
© VRT 2008 - Bart Musschoot

Eerst en vooral dit: het kleine buurland Rwanda, kreunend onder de dictatuur van Paul Kagame, is niét de oorzaak van de ellende in Oost-Congo. Maar het land(je) heeft de afgelopen twintig jaar wel handig misbruik gemaakt van de hele situatie om zichzelf te verrijken, of tenminste zijn eigen machthebbers. Daarom houdt Rwanda maar al te graag die oorlog in stand, rechtstreeks, met eigen troepen op het terrein, of via rebellengroepen die het bewapent en bevoorraadt.

Want op dit ogenblik vertrekt nog altijd een groot deel van de Oost-Congolese grondstoffen via Rwanda (en ook Oeganda) naar de wereldmarkt, daar verkocht als "Rwandees" coltan of goud. Die winstgevende trafiek, bekend in de hele wereld, laat de Kagame-entourage niet graag aan zich voorbijgaan. De winsten daarop zijn immers broodnodig om het repressieve politiek-militaire apparaat in Kigali aan de macht te houden.

Maar dit is niet "de grond van de zaak".

De echte oorzaak van de aanslepende oorlog met alle miserie van dien ligt bij de Congolese machthebbers zelf.

Mobutu-tijd

We zouden het bijna vergeten, maar ooit was er een tijd dat er helemaal geen oorlog was in (Oost-)Congo. Dat was ten tijde van president Mobutu Sese-Seko, of tenminste in zijn gloriejaren, toen het Congolese (Zaïrese heette dat destijds) regeringsleger nog goedbewapend en goedgetraind in opdracht van de "grote leider" het land onder controle hield. Van democratie was evenmin sprake als nu, maar Joseph-Désiré Mobutu was nog wel de lieveling van het Westen, ook van België, en zijn regime kreeg alle nodige steun om het immense land min of meer ordentelijk te besturen.

Pas toen de alsmaar doller draaiende alleenheerser niet langer paste in het plaatje van zijn westerse broodheren, eind jaren tachtig van de vorige eeuw, kreeg de anarchie langzamerhand de overhand. De onmachtige staat, door het wanbeleid van Mobutu "vakkundig" uitgehold, verloor nu helemaal zijn greep op het economische gebeuren en uiteindelijk implodeerde zelfs het militaire apparaat. Het gevolg was een misdadige anarchie waar enkele nationale en lokale machthebbers van profiteerden om zich schaamteloos te verrijken, ten koste van een nog verder verarmde bevolking.

Sterke buren

Van die implosie van de Zaïrese/Congolese staat maakte het sterke buurlandje Rwanda gebruik om zich militair en economisch in te planten in het steenrijke Oost-Congo, waar de grondstoffen alleen maar lagen te wachten om versleept te worden. Daarbij kreeg het nieuwe Rwanda van president/dictator Paul Kagame volop de steun van zijn nieuwe westerse bondgenoten, vooral de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, in mindere mate ook van ons land.

(Het is in die periode, eind jaren negentig, dat de Belgische minister van Buitenlandse Zaken toen, Louis Michel, in informele gesprekken toegaf dat hij Paul Kagame niets in de weg zou leggen "omdat hij nodig is voor de stabiliteit van Congo". Vele jaren later weten we des te beter dat Rwanda in Congo vooral instabiliteit heeft gebracht, oorlog en ellende en heel veel doden.)

Geleidelijk aan ontaardde Oost-Congo zo tot een versnipperd wingewest waar elke krijgsheer zijn terrein kon afbakenen en rijkdom vergaren door de schaamteloze handel in de bijzonder waardevolle grondstoffen.

Op dit ogenblik zijn dat al lang niet meer alleen de rebellieën die gevoed worden vanuit Rwanda of Oeganda. Ook lokale Congolese potentaten slagen erin om de onmachtige administratie en het gefrustreerde regeringsleger te verschalken en hun winstgevende handeltjes floreren, nu al jarenlang. Harde bewijzen zijn er (nog) niet, maar betrouwbare waarnemers in de regio zijn ervan overtuigd dat deze maffiose constructies alleen maar kunnen blijven bestaan omdat "Kinshasa", de centrale machthebbers, president Kabila op kop, ook hun graantje meepikken. De oorlog, de aanslepende crisis, brengt ook hen nog altijd meer op dan de vrede …

Onmachtig volk

De (Oost-)Congolese bevolking zit nu al bijna twintig jaar tussen hamer en aambeeld: tussen de plunderende binnen- en buitenlandse milities en de eigen opstandige jongeren die zich radeloos verzetten tegen "de vreemdelingen". Zij vormen de "Mayi Mayi", een algemene naam voor de verzetsgroepen die er prat op gaan dat zij geworteld zijn in de lokale samenleving en strijden tegen het onrecht dat hen aangedaan wordt. Alleen worden die verzetsgroepen op hun beurt ook dikwijls misleid door lokale potentaten met een eigen agenda, dezelfde agenda als hun tegenstanders: de snelle verrijking ten voordele van de eigen kleine clan.

Dit kluwen zal niet ontward raken door wat buitenlandse vredestroepen en dito conferenties. Alleen een krachtdadig internationaal ingrijpen, tegenover de zwalpende Congolese president Kabila én zijn cynische Rwandese collega Kagame, kan eventueel een echt vredesproces in gang zetten. Maar niets wijst erop dat de internationale geesten daarvoor al rijp zijn, ook niet in Brussel.

De auteur is VRT-journalist en realiseerde voor Panorama de documentaire ‘Oost-Congo: de grond van de zaak‘ (Canvas, op 26, 27 en 29 september).