Vijf jaar na de crisis een nieuw economisch landschap

Vijf jaar geleden sleurde de kredietcrisis in de Verenigde Staten ook twee van de vier Belgische grootbanken mee in het ravijn. Ook voor onze industrie had de crisis grote gevolgen.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

De krediet- en hypotheekcrisis in de VS sluimerde al sinds de zomer van 2007 en tastte alsmaar grotere banken aan, ook in Europa. De echte schok kwam er echter pas met de ondergang van de zakenbank Lehman Brothers in het weekend van 14 september 2008. Twee weken later kreeg het Belgisch-Nederlandse Fortis, de grootste bank van het land, de rekening gepresenteerd.

Fortis kwam in de problemen nadat het in 2007 de overname van het Nederlandse ABN Amro geforceerd had, in alliantie met Royal Bank of Scotland en Banco Santander. Samen boden die 72 miljard euro, waarvan 24 miljard euro door Fortis.  

Dat geld moest komen van nieuwe aandelen en de verkoop van onderdelen, maar door de kredietcrisis werd dat moeilijk. De beurskoers halveerde van 20 euro eind 2007 naar 10 of 5 euro in de loop van september 2008. De ratings werden verlaagd, aan de top van Fortis was er een stoelendans en veel spaarders haalden hun geld weg. 

De ondergang van Fortis

In het weekend van 28 september 2008 -twee weken na Lehman Brothers- maakten de overheden van België, Nederland en Luxemburg bekend dat ze voor 49% in het kapitaal van Fortis zouden stappen. Dat bleek echter niet voldoende en de volgende vrijdag al nationaliseerde de Nederlandse overheid haar tak van Fortis en ook ABN Amro. 

Dat zette het mes op de keel van de regering-Leterme die nu verwikkeld was in een race tegen de tijd. De instorting van de grootste systeembank van ons land zou zware gevolgen gehad hebben voor de spaarders, maar vooral ook voor onze bedrijven en onze economie.

Op zondag 5 oktober kwam de oplossing: België en Luxemburg nationaliseerden hun tak van Fortis Bank die werd doorverkocht aan de Franse grootbank BNP Paribas, een erg solide instelling. Meteen was de systeembank gered. De rommelkredieten werden ondergebracht in de "bad bank" Royal Park Investments en de rest bleef bij Fortis Holding, omgedoopt in Ageas, nu vooral een verzekeraar. 

De grote verliezers waren de aandeelhouders van Fortis, dat tot dan toe een "goede-huisvaderaandeel" was voor veilige beleggers. Die pikten dat niet en dat leidde tot uitbarstingen tijdens aandeelhoudersvergadering en tot rechtszaken die de verkoop aan BNP Paribas niet konden verhinderen, maar wel resulteerden in een politieke crisis, waarna premier Yves Leterme ontslag nam.

Ook Dexia ging onderuit

Ook de aandeelhouders van die andere "solide" Frans-Belgische bankgroep Dexia waren in die tijd de klos. Dexia werd meegesleurd door de rommelkredieten van de Amerikaanse dochter FSA die met fors verlies van de hand moest worden gedaan. Ook daar verdween spaargeld als sneeuw voor de zon en kelderde de beurskoers.

Begin oktober 2008, kort na Fortis, kondigden de Franse, Belgische en Luxemburgse overheden aan dat ze 6,4 miljard euro kapitaal zouden inbrengen. Dexia kreeg ook staatsgaranties en ons land engageerde zich daarvoor voor 60,5%, een percentage dat ons nu nog zuur kan opbreken.

Ook de grootaandeelhouders Gemeentelijke Holding, Arco (van het ACW) en Ethias stapten in de kapitaalverhoging met geld dat ze in feite niet hadden (en soms gingen lenen bij Dexia zelf).

In de nasleep van Dexia, kwam ook verzekeraar Ethias -een van de grote aandeelhouders- in de problemen. Op 20 oktober kwamen de federale, de Vlaamse en de Waalse overheid met 1,5 miljard euro kapitaalsteun tussenbeide om Ethias te helpen.

Dexia bleef nog twee jaar overeind: in november 2011 ging de bank toch ten onder in de eurocrisis en moest de Belgische overheid -opnieuw met premier Leterme intussen- het Belgische filiaal (nu Belfius) overkopen om ook die systeembank veilig te stellen.

KBC leek eerst de dans te ontsnappen, maar moest in 2008 en 2009 toch aankloppen bij de federale en de Vlaamse overheid. In totaal brachten die nog eens 5,5 miljard euro in het KBC-laatje, maar die bank heeft zich de volgende jaren goed hersteld, al moest de bank fors afslanken door de verkoop van filialen Centea, Fidea en KBL.

Een nieuw financieel landschap

Twee van de vier grootbanken in ons land zijn door de crisis in andere handen overgegaan: Fortis Bank werd BNP Paribas Fortis en Dexia werd de federale staatsbank Belfius. ING en KBC doorstonden de storm beter. De spaarders bij de IJslandse bank Kaupthing werden uiteindelijk gered door de overstap naar Landbouwkrediet.

De industriële crisis die al snel volgde op de financiële, maakte duizenden Belgen werkloos. Het meest opvallende feit was de sluiting van Opel Antwerpen als gevolg van de problemen bij General Motors en later Ford Genk. De werkloosheid in België is intussen gestegen van 7% eind 2008 tot 8,7% nu en dat is het hoogste peil in tien jaar.

Al bij al heeft ons land de storm nog goed doorstaan. Even leek België tijdens de lange formatie van 2010-2011 de schietschijf te worden van de financiële markten, maar na de vorming van de huidige regering keerde dat vertrouwen terug. Het herstel is echter pril en nog veel structurele problemen zoals de concurrentiekracht wachten op een aanpak.