Islamisten in Tunesië stappen uit de regering

In Tunesië zijn de islamisten van de Ennahda-partij bereid om ontslag te nemen uit de regering. Ze willen met de andere partijen praten over de vorming van een bredere regering om uit de politieke crisis te geraken.

Ennahda was na de verkiezingen de grootste partij geworden en leidde dan ook de regering. Die was de voorbije maanden echter onder druk gekomen van grootscheeps volksprotest na de moord op twee belangrijke seculiere oppositieleiders.

Vandaag heeft Ennahda dan toegegeven aan de druk en is de partij bereid om de macht over te dragen aan een nieuwe interim-regering. Die moet het land regeren in afwachting van het schrijven van een nieuwe grondwet door een commissie. Dat zou over enkele weken al het geval moeten zijn. Nadien zouden er dan nieuwe verkiezingen voor een president en een parlement moeten komen. 

Het akkoord kwam er na bemiddeling door de UGTT, de grootste vakbond van Tunesië. Die hoopte zo om de politieke partijen samen te brengen om een einde te maken aan de huidige crisis.

Tunesië wordt beschouwd als de wieg van het Arabisch protest. Hier brak einde 2010 het protest uit tegen het regime van president Zine al-Abidine die in januari 2011 ten val werd gebracht. Dat leidde tot een kettingreacties in landen zoals Egypte, Libië, Syrië, Jemen en Marokko. 

Tunesië is -net als die andere landen- er nog niet in geslaagd om een stabiele politieke democratie op de been te brengen. Naast de politieke crisis tussen de gematigde islamisten en de seculiere partijen, is er in het westen van het land ook een rebellie van extremistische moslimgroepen.