Italië pookt de eurocrisis weer op

Vorig jaar leken de Italiaanse en Spaanse staatsrentes de eurozone in een nieuwe crisis te storten. Sindsdien heeft de Europese Centrale Bank die dreiging kunnen afwenden, maar politieke instabiliteit in Rome of Madrid kunnen we wel missen als de pest.
AP1998

De voorbije jaren heeft de technocratenregering van de gewezen premier Mario Monti, een gewezen EU-commissaris, in Italië zware hervormingen doorgevoerd. Het ging om verregaande bezuinigingen en privatiseringen om de speculatie tegen Italiaans schuldpapier terug te dringen.

Dat is voor een deel gelukt, maar toen Monti begin dit jaar verkiezingen uitschreef en de fakkel opnieuw wou overdragen aan een verkozen regering, begonnen de moeilijkheden. Noch de linkse PD van huidig premier Enrico Letta, noch de rechtse PdL van ex-premier Silvio Berlusconi konden alleen regeren.

Hun grote coalitie is nu uiteengevallen. Chaos in Rome betekent opnieuw wantrouwen van de financiële markten die opnieuw weinig genade zullen kennen met Italië als dat land niet snel een regering met daadkracht op de been brengt. Veel gezever en nieuwe verkiezingen zullen de beleggers niet kunnen bekoren.

AP2013

De Titanic van de eurozone?

Het grote probleem voor Italië (en voor ons) is de schuldenlast van 2.000 miljard euro. Dat is meer dan de schulden van Griekenland, Portugal, Ierland en Spanje samen en goed voor 126% van het bruto binnenlands product. In de eurozone heeft enkel Griekenland in percentages nog een grotere schuldgraad, maar in absolute cjifers is dat een habbekrats vergeleken met de Italiaanse "poef".

Ook kampt Italië -net zoals de andere Zuid-Europese lidstaten- met een zware recessie. Vorig jaar is de Italiaanse economie met 2,3% gekrompen en dit jaar wordt er een krimp van ongeveer 0,5% verwacht.

Toch kende het land ook voor de financiële crisis geen echte groei, omdat de economie er verstard en weinig competitief is. In het erg gesloten economische wereldje -waar alle groten elkaar kennen- is er te weinig concurrentie en lenen de banken vooral aan grote bedrijven en veel minder aan kleinere, waardoor opstartende ondernemers weinig kansen krijgen. Veel jonge Italiaanse ondernemers wijken dan ook uit om hun heil te zoeken in Groot-Brittannië en Duitsland.

Los daarvan zijn de economie en de politiek in Italië erg inefficiënt, er is veel bureaucratie en corruptie die investeringen afschrikken en het land is te weinig concurrentieel en arbeid duur in verhouding. De arbeidswetgeving is erg rigide en daarom aarzelen bedrijven om mensen aan te werven. Energie is ook duur in het land.

AP2013

Toch enkele lichtpunten

Toch heeft Italië economisch ook troeven en beschikt het land met Fiat, Finmeccanica, Alenia, Riva Steel, Pirelli, Zanussi, ENI en Enel over enkele grote industriële groepen die veel uitvoeren.

Een werkloosheid van iets meer dan 11% is veel, maar nog altijd onder het gemiddelde van de eurozone en veel lager dan de cijfers van Griekenland of Spanje.

Ook is de banksector vrij gezond, met uitzondering van Banca Monte dei Paschi di Siena en is er geen sprake van een vastgoedcrisis. De overheid heeft dan wel veel schulden, maar de gezinnen en bedrijven niet en die sparen zelfs veel naar Europese normen.

Kortom, mocht Italië beschikken over een stabiele regering die hervormingen doorvoert, dan zou het land op termijn uit het moeras geraken. Zo niet kan Rome de eurozone op zijn grondvesten doen daveren, want het geld om Italië financieel te redden, is er gewoon niet en wellicht ook niet de bereidheid in Duitsland.