“Indomania”: schommelen tussen fascinatie en afschuw

Tien dagen na “India belichaamd” opent in Bozar de tweede grote Europalia-tentoonstelling. “Indomania” heeft een minder uitgesproken “wauw”-gehalte, maar is een bijzonder interessante aanvulling op de eerste expo. Gaat de ene over hoe India zichzelf ziet, de andere weerspiegelt de westerse blik op een semi-continent dat tegelijk fascineert en afstoot.
©Henri Cartier-Bresson / Magnum Photos

In tegenstelling tot “India belichaamd”, een tentoonstelling die thematisch is opgevat, is “Indomania” chronologisch. Dat, samen met een heldere mise-en-scène, maakt van “Indomania” een zeer toegankelijke expo.

Vooraleer de chronologische ontdekkingstocht van start gaat, krijgt de bezoeker twee projecten te zien van Belgische kunstenaars die door Europalia werden uitgenodigd om hún blik op India aan de tentoonstelling toe te voegen. Max Pinckers komt met een boeiende fotoreeks rond het thema Liefde. Een sleutelrol geeft hij aan The Love Commandos, een organisatie in Delhi die stelletjes opvangt die op de vlucht zijn voor eremoord omdat ze houden van iemand die tot een andere kaste behoort. Indrukwekkend in zijn eenvoud is de film van Hans Op de Beeck. Tijdens zijn eerste reis naar India was het voor hem een loodzware opdracht om niet te vervallen in clichés.

“De uitdaging bestond erin me niet te verliezen in exotisme”, zegt hij. “Niet makkelijk als je overweldigd wordt door indrukken”. Toch is hij wonderwel in zijn opzet geslaagd. Zijn film “Before the rain”, opgenomen in een piepklein dorpje in Zuid-India, focust niet op de al te evidente verschillen, maar juist op de gelijkenissen met onze eigen cultuur. “Ik heb me afgevraagd wat ik zou filmen in een Belgisch boerendorpje. In India ben ik op dezelfde manier te werk gegaan. Ik ben op zoek gegaan naar de banaliteit van het alledaagse”. Op de Beeck toont een opeenvolging van fragmenten die opvallen door hun sereniteit. Mooi zijn ook de geluiden op de achtergrond, van tropische vogels, krekels, een wild stromende rivier,… en uiteindelijk, het verlossende regenwater.

Chronologische wandeling

Het is een sfeervolle aanzet voor een chronologische wandeling langs het werk van voorgangers van Pinckers en Op De Beeck: kunstenaars die hun visie op India hebben gegeven en zich hebben laten inspireren. Het parcours start met Vasco da Gama. Sinds hij rond Kaap de Goede Hoop voer, werd het contact met India veel frequenter. Wat was de eerste indruk die de westerlingen van India kregen? Twee sleutelwoorden: luxe (een zaal is gewijd aan het rijkelijk bedrukt, beschilderd en geborduurd textiel) en monsters. De bizarre afbeeldingen van de hindoegoden linkten de Europeanen aan monsters uit overgeleverde verhalen en aan de duivel uit de christelijke traditie.

Dat beeld werd alleen maar versterkt toen ontdekkingsreizigers olifanten en neushoorns introduceerden. Bekend is een gravure van Dürer, die een neushoorn afbeeldt. Werk van Dürer beïnvloedde dan weer de kunst van de mogolkunstenaars, zoals blijkt uit een kopie van een afbeelding van Johannes de Evangelist. Niemand minder dan Rembrandt waagde zich aan een tekening van Shah Jahan, de grootmogol die vooral bekend werd als de man die de Taj Mahal liet bouwen. Een tijdgenoot van Rembrandt, Willem Schellinks, maakte een opvallend kleurrijk tafereel dat diezelfde Shah Jahan en zijn zonen afbeeldt. “Het is een enorm contrast met zijn ander werk”, zegt curator Dirk Vermaelen. “Daarna schilderde hij weer saaie Italiaanse landschappen.”

Het beeld dat Europeanen van India hadden, wisselde voortdurend tussen bewondering en afkeer. Dat blijkt ook uit de zogenaamde company paintings, voorlopers van foto’s, die vervaardigd werden voor de East India Company. De kunstenaars die die schilderijtjes maakten, hadden een opvallende voorkeur voor bizarre fenomenen als de weduweverbranding. Ze werden met een mengeling van fascinatie en horror onthaald door het thuisfront.

Vanaf de achttiende eeuw kreeg de belangstelling voor India een wetenschappelijker karakter. De studie van het Sanskriet speelde daarbij een grote rol. Kunstenaars lieten zich nu echt meer onbevangen inspireren door hun Indische collega’s. De talrijke erotische sculpturen, tot dan doodgezwegen want totaal niet in overeenstemming met de christelijke moraal, kwamen ineens in de aandacht na de ontdekking van Pompeii en Herculaneum. Dat ook de verafgode oudheid dergelijke kunstwerken had voorgebracht, deed de waardering voor de Indische cultuur alleen maar toenemen. Niet geheel verwonderlijk was de Franse beeldhouwer Rodin een van artiesten die de Indische (erotische) kunst wel kon smaken. Zijn aquarel van een verstrengeld lesbisch paar is geïnspireerd door een soortgelijk tafereel uit het mogolrijk, al haalt de “kopie” het lang niet van het origineel.

De Beatles en hun goeroe

De waardering voor de Indische cultuur slaat om na de eerste opstand tegen de Britse kolonisator, in 1875. Ineens werden de Indiërs voorgesteld als een wreed, primitief volk. Hun kunst werd ook niet hoog meer aangeslagen. Vaardige ambachtslui die mooie decoratieve producten fabriceren, maar meer ook niet, dat werd de teneur. Toch bleven nogal wat kunstenaars zich aan aangetrokken voelen. Zo ging de Roemeense beeldhouwer Brancusi in de jaren 30 op uitnodiging van een rijke maharadja naar India. Zijn schetsen van een tempel dienden als inspiratiebron voor zijn sculpturen.

Na de onafhankelijkheid in 1947 trok de westerse interesse in India weer aan. Premier Nehru nodigde Le Corbusier uit om Chandigarh te ontwerpen, een radicaal moderne stad. Fotografen als Cartier-Bresson en Bischof maakten empathische reportages, waarbij ze ook thema’s als de stuitende armoede niet schuwden. In de jaren 60 bereikte de fascinatie voor India een hoogtepunt met de zoektocht van de hippies naar een nieuwe spiritualiteit. Zelfs de Beatles haalden hun eigen goeroe naar Londen.

Bij hen eindigt zo’n beetje het historische overzicht. In de volgende zalen wordt “Indomania” meer een uitgesproken kunsttentoonstelling, gewijd aan hedendaagse kunstenaars die zich door India lieten inspireren. Er is mooi kleurrijk abstract werk bij, maar als slot stelt het een beetje teleur. Het deert niet, want “Indomania” is een cirkel die eindigt waar hij begonnen was: bij het werk van Max Pinckers en Hans Op de Beeck. De film van Op de Beeck duurt hooguit 12 minuten, maar het hadden er gerust meer mogen zijn. “Indomania” stijlvol afsluiten doe je nog het best door je weer even onder te dompelen in het rustige universum van het Indische dorpje dat de Belgische kunstenaar poëtisch portretteert.

© RMN - Grand Palais - Thierry Ollivier- 2013
Pascal Faligot 2009
© Max Pinckers