Lokale verankering gaat niet altijd over rozen

De gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 waren voor de N-VA een schot in de roos. De partij wilde zich lokaal verankeren met het oog op de belangrijke verkiezingen van 2014 en is daar in eerste instantie ook in geslaagd. Maar verankering houdt meer in dan één verkiezing winnen, het gaat ook om het uitbouwen van de machtsbasis en het vasthouden van het vertrouwen van de kiezer door goed te besturen. De partij is daar op zijn zachtst gezegd niet overal in geslaagd.
"De verandering begint in uw gemeente." Lokaal verankeren om nationaal te scoren.

Voor N-VA-voorzitter Bart De Wever was de inzet van de gemeenteraadsverkiezingen van oktober vorig jaar klaar en duidelijk: macht. De N-VA wilde macht in de gemeenten. Verankering, zoals ze het bij de partij zelf noemden. Er zat ook een duidelijke strategie achter die de partij allerminst verborgen hield voor de kiezer. Wie na mei 2014 geen regering-Di Rupo II aan de macht wilde zien, moest in oktober 2012 voor de N-VA stemmen. Op die manier kan de partij op een stevige lokale onderlaag voortbouwen aan haar nationale succes. Een van de slogans was niet voor niets “De verandering begint in uw gemeente”.

Het eerste deel van die strategie is alvast geslaagd. Op de website van de N-VA staat een kaartje met alle Vlaamse en Brusselse gemeenten. Eén blik erop leert dat de N-VA erin geslaagd is om in zowat heel Vlaanderen verkozen te raken. Slechts in een tiental gemeenteraden is er van de N-VA geen sprake.

Opdracht geslaagd dus: de N-VA is verankerd in Vlaanderen. Maar uiteraard volstaat het niet om verkozen te raken, verankering houdt veel meer in dan dat. Het vormen van een coalitie, goed bestuur, het gewonnen vertrouwen van de kiezer vasthouden en – in het licht van volgende verkiezingen – het uitbouwen van de machtsbasis.

Winnen is niet genoeg

Wat de vorming van een coalitie betreft, kon de N-VA al vrij snel na de verkiezingen vaststellen dat het ook op lokaal niveau niet volstaat om verkiezingen te winnen. Hasselt is daar een voorbeeld van: onder aanvoeren van lijsttrekker Steven Vandeput werd de N-VA er de tweede partij, achter Helemaal Hasselt, de lijst van SP.A-burgemeester Hilde Claes, die een verlies van zo’n 15 procent moest incasseren. Het succes leverde de N-VA niets op: de partij belandde in de oppositie.

Even pijnlijk werd het in Beersel, thuisbasis van ondervoorzitter Ben Weyts. Ook daar werd de N-VA de tweede partij, maar de deur naar de macht bleef potdicht. CD&V, SP.A-Groen en Open VLD vormden er een coalitie met een heel nipte meerderheid van 14 op 27 zetels. Ook op provinciaal niveau haalde de N-VA soms bakzeil, ondanks stevige verkiezingsresultaten.

De Wever schreeuwde een dag na de verkiezingen zijn frustratie uit: “Ik word platgebeld door mensen die zeggen dat er tussenkomsten zijn van hoger niveau. Als er voorakkoorden zijn, valt het nog te begrijpen, maar als het systematisch is, is er meer aan de hand.”

Een tweede pijnlijke vaststelling voor de N-VA was dat ze dan wel verankerd was in Vlaanderen, maar het amper voor het zeggen had in de grote Vlaamse steden. Behalve de machtswissel in Antwerpen, lukte het de N-VA niet om aan de macht te komen in Gent, Brugge, Leuven en Hasselt.

Leergeld of slecht bestuur?

Maar in heel wat gemeenten kon de N-VA haar slogan uit de precampagne - de kracht van verandering - wel in daden omzetten, of op zijn minst die intentie tonen. De partij levert in 55 gemeenten de burgemeester of de districtsvoorzitter (Turnhout nog meegerekend) en zit in heel wat gemeenten in de meerderheid. Omdat in veel van die gemeenten de lokale afdeling zo goed als nieuw is en vaak speciaal voor de gemeenteraadsverkiezingen vanuit het niets is opgebouwd, zijn die nieuwe machthebbers echter vaak politici met weinig of zelfs helemaal geen ervaring.

De andere partijen, maar ook de media, keken dan ook uit naar hoe die nieuwe mensen het zouden doen. De N-VA was zich daar voor de verkiezingen overigens al bewust van en stak energie en tijd in het opleiden van de onervaren politici. Maar dat er leergeld betaald zou moeten worden, had de partij wellicht zelf al ingecalculeerd.

Toch gingen sommigen daar het afgelopen jaar wel erg ver in. Het bekendste voorbeeld is Turnhout, waar een interne ruzie ertoe leidde dat de N-VA uiteindelijk in de oppositie belandde. Het begon in de zomer met een conflict tussen burgemeester Erwin Brentjens (eerste foto in tekst) en schepen Willy Van Geirt enerzijds en eerste schepen Tom Versmissen en enkele gemeenteraadsleden anderzijds. Hoewel men zich vrij snel verzoend had, bleek daar begin september geen sprake meer van te zijn: zes N-VA-gemeenteraadsleden schaarden zich achter een motie van wantrouwen tegen het bestuur, waardoor de stad geen meerderheid meer had. Provinciegouverneur Cathy Berx probeerde nog te bemiddelen, maar moest vaststellen dat Turnhout onbestuurbaar was geworden. Resultaat: een nieuwe coalitie, zonder de N-VA.

Het verlies van de sjerp in de Noord-Antwerpse gemeente en de verbanning naar de oppositiebanken was nog niet genoeg, gisteren bleek hoe diep verscheurd de lokale partijafdeling wel is, toen zes N-VA-gemeenteraadsleden beslisten om uit de partij te stappen. De N-VA-fractie valt daardoor in één klap terug van 11 naar 5 zetels. Tot zover de verankering in Turnhout.

De Turnhoutse crisis ligt de nationale kopstukken zwaar op de maag. Dat bleek overduidelijk uit een reactie van Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois (tweede foto in tekst). “Turnhout is een aanfluiting van goed bestuur”, zei hij een week geleden nog. “Mensen met een beetje gezond verstand en met het oog voor het algemeen belang moeten dit vermijden.” Bourgeois maakte ook duidelijk dat in het geval van Turnhout geen leergeld werd betaald. Hij zag het eerder als een gebrek aan verantwoordelijkheid.

Vlaggen en symbolen

Voorlopig is de crisis in Turnhout een alleenstaand geval. Maar ook in andere gemeenten haalde de N-VA de nationale media met opmerkelijke beslissingen veeleer dan goed uitgewerkte beleidsmaatregelen. Zo koos Aalst onder leiding van de nieuwe N-VA-burgemeester Christoph D’Haese onder meer voor besparingen op de personeelskosten en grote infrastructuurwerken, duidelijke beleidskeuzes, maar bij de publieke opinie bleven die beleidskeuzes amper hangen. De meeste aandacht ging naar het bevlaggingsbesluit: begin dit jaar besliste Aalst om de Belgische driekleur uit de stad te bannen, behalve bij “vaderlandslievende plechtigheden”. Ook de intentie van het stadsbestuur om de straatnaambordjes te vervlaamsen – door op elk bordje een Vlaamse leeuw te zetten – lokte heel wat reacties uit.

De vlaggenkwestie en de vervlaamsing van de straatnaambordjes waren daarom niet meteen een uiting van slecht bestuur, maar ze creëerden wel de perceptie dat het Aalsterse bestuur meer belang hecht aan symbooldossiers dan aan echt beleid. Een perceptie waar in de eerste plaats nationaal voorzitter De Wever van af wil. Het is algemeen geweten dat De Wever veel minder belang hecht aan symbolen dan anderen binnen zijn partij. Voor De Wever telt maar één ding: het Belgische huis hertimmeren. Heisa over Vlaamse leeuwtjes en vlaggen kan hij missen als kiespijn. De Wever wil de Vlamingen bewijzen dat er met de N-VA echt anders bestuurd wordt, dat de partij wel degelijk de kracht heeft om het beleid te veranderen.

Antwerpen als maatstaf?

In dat opzicht moet Antwerpen, waar de voorzitter burgemeester is, een voorbeeld zijn van hoe het wel moet. Hoewel dat het voorbije jaar niet altijd even vanzelfsprekend was – de vreemdelingentaks van schepen Liesbeth Homans lokte bijvoorbeeld heel wat protest uit en werd uiteindelijk geschorst door gouverneur Berx – voert het Antwerpse stadsbestuur een duidelijk beleid. Burgemeester De Wever doet op stadsniveau wat zijn partij op nationaal niveau veranderd zou willen zien.

De besparingsplannen die het bestuur enkele maanden geleden bekendmaakte, zijn daar een voorbeeld van. Dit is waar de N-VA voor staat. De partij wil de overheid ontvetten. De Wever is als voorzitter kritisch voor de federale regering omdat ze volgens hem nalaat om de broeksriem aan te halen. In Antwerpen doet hij het als burgemeester wel. “Er is niet genoeg geld om eender welk beleid te voeren. Dat betekent dat als je iets wil doen, je de belastingen moet verhogen of moet besparen. En wij hebben gekozen om te besparen”, vatte De Wever het samen.

Antwerpen moet één van De Wevers visitekaartjes voor de belangrijke verkiezingen van mei 2014 zijn. De N-VA droomt van een nog grotere verkiezingsoverwinning. Tenzij een nieuw Turnhout-scenario roet in het eten zou gooien. De Wever is zich daar bewust van. Na de voor zijn partij slechte peiling van de VRT en De Standaard vorige week – de N-VA bleef de grootste partij, maar was na enkele uitstekende peilingen teruggezakt tot op het niveau van de federale verkiezingen van 2010 – was zijn boodschap duidelijk: “We moeten waakzaam blijven, hard werken en kunnen ons geen fouten veroorloven.”

Dat sloeg dan in de eerste plaats op het oppositiewerk tegen de regering-Di Rupo, maar ongetwijfeld ook op het beleidswerk in de Vlaamse regering én in de lokale besturen. Want verankering op de verkiezingsdag is één ding, verankering op lange termijn is een andere zaak. De partij wilde in zoveel mogelijk gemeenten burgemeesters en schepenen hebben om op die manier sterk te staan bij de verkiezingen in 2014. De lokale verankering moet het opstapje worden naar een klinkende overwinning op nationaal niveau.

Slecht bestuur kan de N-VA in dat opzicht missen als kiespijn. Dat verankering niet over rozen gaat, heeft de partij inmiddels kunnen vaststellen. Door de grote verkiezingsoverwinning moest de N-VA plots heel wat onervaren politici op bestuursposten plaatsen. Een groot risico. De nationale partijleiding mag het niet gedroomd hebben dat er nog meer Turnhout-scenario’s zouden opdoemen. Het goede werk elders dreigt dan overschaduwd te worden. En dan bestaat het gevaar dat de verankering een maat voor niets is geweest.