Minder slachtoffers door rampen in 2012

In 2012 hebben rampen minder doden en slachtoffers geëist dan in andere jaren van het voorbije decennium. Dat blijkt uit het Wereldrampenrapport van het Rode Kruis.
De meest dodelijke ramp was tyfoon Bopha in de Filipijnen.

In totaal waren er 552 rampen in 2012, minder dan in andere jaren sinds 2003. Er werden bijna 139 miljoen mensen getroffen en er vielen meer dan 15.000 dodelijke slachtoffers. Het aantal doden lag zo 90 procent lager dan het gemiddelde van het voorbije decennium. De dodelijkste ramp was tyfoon Bopha in de Filipijnen, waarbij 1.901 mensen het leven lieten. Meer dan de helft van de rampen waren overstromingen.

De focus van het Wereldrampenrapport ligt dit jaar op technologie en informatie, omdat die een grote impact hebben op de overlevingskansen bij natuurrampen. Niet onbelangrijk daarbij is dat het aantal getroffen inwoners in de meeste arme landen steeg in 2012.

"Technologische innovaties zorgen ervoor dat gemeenschappen meer zelfredzaam zijn voor, tijdens en na een ramp", zegt Axel Vande veegaete, manager Internationale Operaties van Rode Kruis-Vlaanderen, in een persbericht. "Toch mogen we de digitale kloof niet onderschatten. Wereldwijd zijn er nog steeds veel mensen die geen toegang hebben tot nieuwe technologieën, vooral in gebieden die het vaakst getroffen worden door natuurrampen."

Het Rode Kruis hoopt niettemin dat overheden en inwoners van rampengevoelige gebieden hun voordeel doen met innovaties als weersvoorspellingsoftware, sattelietbeelden en waarschuwingssystemen.

Vorig jaar was overigens wel een van de vijf meest dure rampenjaren van het afgelopen decennium. De duurste ramp was orkaan Sandy, die 50 miljard dollar kostte.