Geborgenheid - Carl Devos

“In mei volgend jaar zijn er Europese, regionale en federale verkiezingen. Dat zal het moment zijn om de balans op te maken. Om de confrontatie van ideeën aan te gaan. En om projecten met elkaar te vergelijken. Maar zover zijn we nog niet.” Zo klonk Di Rupo aan het begin van zijn beleidsverklaring. Waarna hij 15 bladzijden precies het omgekeerde deed. Di Rupo maakte de balans van zijn regering op en zette zich daarmee in een verkiezingsmodus.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Wat de regering het komende jaar precies zal doen – en waarvoor hij eigenlijk het vertrouwen van de Kamer vraagt – was slechts een detail. Di Rupo keek vooral achterom om aan te tonen hoe zijn korte regering het verschil heeft gemaakt. Hij had het in zijn beleidsverklaring wel over de ‘interfederale relance’ – zijn verwoording van het concurrentiepact van Peeters – maar veel concreets viel er niet te vernemen. Het voornaamste zat in de staart.

Zelfvertrouwen

Deze regering werkt volgens het ‘Belgisch recept’. Volgens Di Rupo maakte zijn regering een keuze, tussen ‘ageren of bekritiseren’, ‘vooruit gaan of ter plaatse blijven staan’ en tussen ‘stabiliteit of onzekerheid’: ‘een keuze om de problemen aan te pakken, bruggen te bouwen en voor concrete oplossingen te zorgen voor de burgers en de ondernemingen’. Zonder ze bij naam te noemen was dat een verwijzing naar N-VA, voor Di Rupo het tegenovergestelde van zijn Belgisch recept.

Hij straalde zelfvertrouwen uit. Zoals zijn regeringspartijen. Toen Jan Jambon in een eerste reactie bij Villa Politica opmerkte dat Di Rupo I wel iets doet maar niet genoeg, en dat het ‘dieper’ en ‘doortastender’ moet, dat er meer vet moet worden weggesneden, werd hij door Patrick Dewael afgelost die vond dat N-VA die plaat wel eens mag afzetten en vooral zelf de kaarten op tafel moest leggen. De uitdager wordt uitgedaagd. In politiek is, net als daarbuiten, emotie ook een argument. Annemie Turtelboom verwoordde dat zelfvertrouwen treffend in Knack: ‘Ik wil het palmares van deze ploeg in elk geval schaamteloos verdedigen. Ik voel mij bijzonder goed in deze regering.’ Een dik jaar geleden leek zo’n uitspraak nog ondenkbaar. Ten andere: 29 bladzijden verderop in dat magazine zegt Hendrik Bogaert: ‘We zeggen niet nee tegen btw-verlaging op energie’. Bij CD&V begrijpen ze dat ze in deze draaideursaga geen goede beurt maken en dat het ook voor CD&V cruciaal blijft dat Di Rupo I het opgebouwde krediet niet verspeeld door intern gekrakeel.

Verdediging

Velen maakten na het voorzittersdebat in De Zevende Dag van vorige week (13.10.2013) al de analyse dat N-VA in het defensief gedwongen lijkt. Sommigen hadden daar de recente peiling van VRT-DS voor nodig. Hier stond dat al maanden te lezen. Simpelweg omdat het probleem dieper zit dan een tegenvallende peiling. Zelfs als er straks een veel betere komt is het niet van de baan.

Het is ook veel fundamenteler dan eventuele effecten van de perikelen in Turnhout, de pirouette van Danny Pieters, de populariteit van individuele kopstukken of de vraag wie waar elke lijst trekt of duwt. Ook bij N-VA lijken sommigen te denken dat het alleen een kwestie is om de goednieuwsshow van Di Rupo I te doorbreken. En moet een betere interne peiling tonen dat er niets aan de hand is.

Tegenstanders die de veer al gebroken zien, nemen hun wensen voor werkelijkheid. De arrogantie waarmee een aantal tegenstanders al neerkijken op wat nog altijd de grootste partij van het land is, doet denken aan de overmoed waarmee N-VA zonder mededogen heeft ingehakt op haar tegenstanders. Het is duidelijk payback time en sommigen verkneukelen zich in de strategische knopen waarin N-VA zich vastrijdt. Dat werd allemaal pijnlijk duidelijk in een voorzittersdebat (te herbekijken op deze site) in Leuven, waar Siegfried Bracke heel vaak in de hoek terecht kwam.

Omdat alle anderen hem daar samen in duwden, maar ook omdat hij geen verweer vond tegen hun kritiek. Politiek is oorlog met woorden, maar soms ging het om venijnige tikken, eerder dan inhoudelijke argumenten. Bracke kon die ook niet inroepen om zijn tegenstanders stevig van antwoord te dienen. Dat laatste zou N-VA zorgen moeten baren. Ook omdat de beeldvorming, die maar is wat ze is nl. cruciaal, in de verkeerde richting schuift. Als de wereld één groot risico lijkt trekken velen zich terug in de geborgenheid van het eigene. Dan geeft de harde roep om het systeem fundamenteel te keren uiting aan ongerustheid en vooruitzicht op beterschap. Maar voor wie het mentale dieptepunt voorbij is, verschraalt die hardheid vaak tot negativisme en pessimisme. En tot de negatie van hoop en vertrouwen.

Spagaat

N-VA heeft zich sinds haar verschroeiend sterke groei en indrukwekkend score in 2010 bij wijze van spreken laten doperen door overspannen verwachtingen: kritiek op de ‘trado’s’ en Di Rupo I stroomde als Manna naar het ruime kiesreservoir van N-VA, waarin zich ondertussen kiezers van heel uiteenlopende slag bevonden. N-VA heeft zichzelf groter gemaakt en laten maken dan gezond was: plots ging het over ‘de totale, ongeziene confrontatie’ of 40%. Dat staat voor altijd gebeiteld. Kiezers hadden al de neiging om te veel van N-VA te verwachten, N-VA heeft die verwachting zelf gevoed. Ondertussen beseffen steeds meer kiezers zelf dat er toch iets hapert in de redenering van en over N-VA.

Die wil via de grootste staatshervorming ooit het confederalisme organiseren. Meteen roept deze revolutionaire ambitie herinneringen aan 2010 op. Maar, stelt N-VA gerust, kiezers moeten zich geen zorgen maken: er komt via een princiepsakkoord stabiliteit met N-VA want die gaat ook meteen beginnen regeren. De uitleg die N-VA geeft om beide tegelijk mogelijk te maken klinkt te veel als die van een partij die alles wil en (voorlopig) geen keuzes durft maken, en dan maar een gelijkheidsteken in de strijd gooit.

Ondertussen blijft onduidelijk wat dat confederalisme eigenlijk is, waarmee N-VA helemaal geïsoleerd staat. O ja, Open VLD heeft dat ook nog staan, maar de top doet er afstand van en doel is dat de basis volgt. O ja, CD&V heeft het ook nog staan en sluit het niet uit, maar stelt het niet als voorwaarde voor al de rest. Eind deze maand krijgen N-VA-leden de congresteksten voor eind januari in de bus, in het kader van de amenderingsprocedure. Dan is er daarover alvast meer duidelijkheid.

Maar die moet er dringend ook komen over de strategie: hoe dwingend en wat is dat princiepsakkoord eigenlijk, dat coalitiepartners moeten ondertekenen om met de regering te starten? Biedt dat enige garantie dat het er ooit komt? Of valt de regering dan gewoon later? Moet dat vanaf de start met een tweederdemeerderheid? Dat De Wever even het leiderschap van de regering die ‘de kracht van verandering’ moet implementeren aan een concurrerende partij overliet, was voor velen het bewijs van de radeloosheid bij N-VA. En wat de ‘kracht van verandering’ op al die andere dan communautaire domeinen precies betekent, waar dat ‘doortastender’ en ‘dieper’ van Jambon precies op slaat, mag ook stilaan duidelijker worden. Bij sommige andere partijen zijn al teksten bekend – zo is Groen volop aan haar ‘verroding’ bezig, na de ‘vergroening’ jaren geleden van SP.A – en de federale meerderheidspartijen illustreren in de regering wat ze bedoelen. Die hebben niet de ambitie om het hele systeem van binnenuit te veranderen.

Artikel 35

Uiteraard kunnen veel vragen die hier aan N-VA worden gesteld ook aan andere partijen voorgelegd worden. Zoals: wat is het confederalisme van CD&V? Immers, die partij laat de mogelijkheid open dat er na 2014 en voor 2019 een nieuwe staatshervorming komt op basis van art. 35 van de grondwet. Dan moet CD&V haar programma ter zake op tafel leggen. Wat geldt voor N-VA geldt ook voor CD&V. Al is er een verschil in gradatie: CD&V stelt dat niet als absolute prioriteit voorop, het raakt ook niet het wezen van de partij. Bij N-VA is het confederalisme dé essentie en de beginvoorwaarde van al de rest. Bovendien heeft N-VA ook het zelfgecreëerde imago van beginselvast, rechtlijnig, anders dan de anderen … en dus ook een grotere bewijslast dan de ‘trado’s’.

Er is nog een ander wezenlijk verschil: de N-VA-aanpak en art. 35 lijken vanop afstand op elkaar, maar ze zijn eigenlijk wezenlijk verschillend. N-VA wil, zo zei Bracke op het genoemde voorzittersdebat in Leuven, als uitgangspunt van het princiepsakkoord over confederalisme: ‘alles is gesplitst’. Daarna komt de vraag: ‘wat doen we nog samen?’, geheel in lijn met het échte confederalisme. Het grote probleem is dat niemand die eerste lijn zal onderschrijven, waarna N-VA ook niet aan de tweede (wat doen we nog samen?) zal komen. Het uitgangspunt is hier immers: eerst splitsen we alles (dus ook sociale zekerheid) en als er dan geen akkoord komt over wat er nog samen kan, blijft alles gesplitst. Waarom zou een niet-separatistische partij (allen behalve VB) daar mee instemmen?

Artikel 35 gaat omgekeerd te werk: de eerste stap is nagaan wat we nog samen doen, enkel als dat duidelijk is gaat vervolgens al de rest naar de deelstaten. Als er geen akkoord is over het eerste, blijft alles zoals het is. Het uitgangspunt bij art. 35 is niet eerst apart dan samen zoals bij N-VA, maar eerst samen en dan apart.

Sociaaleconomisch

N-VA zal haar aanpak enkel kunnen afdwingen als ze in de buurt van de 40% komt. Dat is wellicht onbereikbaar veel, zeker omdat – zoals grote partijen – haar kiezers een heterogene groep vormen waar niet iedereen enthousiast wordt van die confederale ambities. Hoe trouwer ze aan haar eerste beginsel blijft, hoe minder kans op regeringsdeelname en dus kans op de andere hervormingen waarop veel kiezers hopen. Laat ze het vallen, dan haken weer anderen af. Zoals CD&V probeert ook N-VA de communautaire kiezers samen met de andere onder één stem te houden, maar om evidente redenen is dat bij N-VA delicater.

Dat brengt zelfs toonaangevende stemmen in de Vlaamse beweging, zoals de auteur van de Maddens-doctrine, tot verrassende standpunten. Bart Maddens is behalve een sympathieke en uitstekende KUL-politicoloog ook een invloedrijk denker in de Vlaamse beweging. Deze week liet hij in de Gazet van Antwerpen een interessante quote optekenen. Die verdiende meer aandacht, niet omdat ze een beslissende impact zou hebben maar omdat het bijzonder is dat iemand met zo’n profiel dergelijke uitspraken doet. Maddens vindt dat N-VA alles moet zetten op het sociaaleconomische. “Zolang N-VA blijft vasthouden aan het confederalisme staat ze alleen.” Voor Maddens moet De Wever zich outen als kandidaat-premier, als de anti-Di Rupo in presidentiële verkiezingen, want “de hefbomen voor het herstelbeleid zitten tenslotte federaal”. De uitvinder van de Maddens-doctrine die niet van N-VA-bashing verdacht kan worden stelt voor dat N-VA bij de regeringsvorming het confederalisme laat vallen. Een sterke indicatie dat de partij op dat punt met een strategisch probleem zit.

Dergelijke strategische overwegingen zijn voor sommigen eerder van bijkomstig belang en de uiting van een verenging van de politiek tot politique politicienne: de mensen zijn daar niet mee bezig. Dat gaat niet over inhoud. Hoe een partij welke doelstellingen wil realiseren behoort nochtans tot het hart van de politiek. En uit allerlei reacties na lezingen blijkt dat nogal wat kiezers daar wel over nadenken.

(De auteur is hooglereaar politieke wetenschappen in Gent.)

@ Allen. Lees de spelregels. De reacties moeten gaan over de kern van het betoog van de auteur. Deze discussie wordt gesloten. - mod

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.