"Nieuwe financieringswet kost Vlaanderen tegen 2030 4,6 miljard"

De nieuwe financieringswet zal Vlaanderen tegen 2030 4,6 miljard euro kosten. Ook Wallonië en de Franse Gemeenschap gaan erop achteruit, terwijl de federale overheid en het Brussels Gewest als winnaars van de nieuwe wet uit de bus komen. Dat heeft Kamerlid Jan Jambon (N-VA) verklaard in de Kamer.

De financieringswet regelt de financiële stromen tussen de verschillende beleidsniveaus in ons land. De aanpassing ervan vormt één van de grote luiken, maar meteen ook het meest complexe onderdeel van de zesde staatshervorming. Vanmorgen werd de algemene bespreking ervan aangevat in de bevoegde Kamercommissie.

"De grote verliezers van de nieuwe financieringswet zijn de Vlaamse overheid en de hardwerkende Vlaming", sloot Jambon zijn tussenkomst af. Voordien had hij een uur lang, met behulp van een powerpoint-presentatie, uitgelegd op welke manier het nieuwe systeem volgens de N-VA-berekeningen Vlaanderen met een kater van 4,6 miljard euro zou opzadelen. Volgens de cijfers van de acht partijen uit de institutionele meerderheid zou Vlaanderen tegen 2028 een positief resultaat van 200 miljoen euro kennen.

Volgens de nieuwe mechanismes komt er een einde aan de zogenoemde Lambermont-turbo, die gunstig was voor Vlaanderen. Dat zou volgens Jambon tegen 2030 900 miljoen euro minder in het laatje brengen. Er is ook sprake van een bijdrage van de deelstaten aan de pensioenen van hun ambtenaren. "Wij hebben ons nooit verzet tegen bijkomende verantwoordelijkheid voor de gewesten en gemeenschappen, maar wel tegen het feit dat we moeten betalen, maar niet mee mogen bepalen", stelde Jambon. Daarnaast hekelt hij dat de 2,5 miljard euro bijkomende besparingen voor de deelentiteiten in 2015-2016, vooral op Vlaanderen zijn gericht.

Daardoor zou de nieuwe financieringswet Vlaanderen tegen 2030 3 miljard euro kosten, terwijl die voor Wallonië en de Franse Gemeenschap een negatief resultaat van 1,9 miljard euro zou opleveren. Het federale niveau en Brussel zouden er 4,1 en 0,8 miljard euro op vooruitgaan.

"Onrealistische elasticiteit"

Maar dan moet volgens Jambon nog rekening worden gehouden met de "onrealistische" elasticiteit waarvan de onderhandelaars uitgaan. Die geeft weer hoeveel de belastinginkomsten toenemen ten opzichte van de economische groei. De onderhandelaars schuiven 1,66 elasticiteit naar voren, terwijl volgens de N-VA 1,15 dichter bij de werkelijkheid ligt.

Dat brengt voor de Vlaams-nationalisten de slotsom op een verlies van 4,6 miljard euro in 2030 voor het noorden van het land, 2,6 miljoen euro verlies voor het zuiden van het land, terwijl de federale staat en Brussel er met 6,6 en 0,6 miljard zouden op vooruitgaan. Jambon liet zich nog ontvallen dat, indien de Franstaligen binnen tien jaar een nieuwe financieringswet vragen, ze in de N-VA een bondgenoot zullen vinden.

"Pseudo-fiscale autonomie"

De fractieleider bestempelde de fiscale autonomie die in de financieringswet zit ingebakken, overigens als een "pseudo-fiscale autonomie". Hij geeft toe dat de "fiscale bandbreedte" toeneemt van 6,75 naar 25 procent, maar dat de autonomie niet veel meer om het lijf heeft dan wat reeds in de vorige financieringswet was voorzien. "Aan het instrumentarium verandert niets", luidde het.

Ook laakt hij dat de progressiviteitsregels heel beperkend werken. Zo zou, indien daar een meerderheid voor zou zijn, Vlaanderen nooit een vlaktaks kunnen invoeren. Voorts blijft de afhankelijkheid van federale beslissingen zeer groot en is er niets voorzien rond de vennootschapsbelasting. Tot slot wilde Jambon nog weten wat wordt bedoeld met deloyale concurrentie waar de fiscale autonomie niet mag toe leiden.