De romantiek van het correspondentschap

Veel mensen hebben een totaal verkeerd beeld van het correspondent zijn. Ze lazen te veel Hemingway of zijn ziende blind. Ze denken dat ik ’s ochtends uitgerust naar een krantenwinkel wandel, daar enkele internationale kranten koop en die in een mooi etablissement uitgebreid ga zitten lezen bij een koffie met croissant. Daarna zien ze mij in kaki kleding door de stad struinen, op zoek naar mooie verhalen die ik later op de dag doorsein naar de redactie. Na een aperitiefje met vrienden schuif ik vervolgens aan bij interessante gezelschappen uit wetenschap, kunst en politiek, waarna ik tipsy en voldaan naar huis word gebracht.

Gelukkig heb ik nooit zo’n romantisch idee gehad van hoe het zou kunnen zijn. Lang geleden was ik voor enkele reisreportages op bezoek bij verschillende correspondenten in het buitenland en dat waren zonder uitzondering ontnuchterende ervaringen. Het waren vaak trieste vrijgezellen die overduidelijk in armoe leefden, een schril contrast met wat ik mij bij hun radiostem of artikels had voorgesteld. Uit pure naastenliefde nam ik ze soms mee uit eten van mijn karige beginnersloon.

De technologie heeft het vak van correspondent intussen natuurlijk helemaal veranderd. Ik kan me niet voorstellen wat ik hier zou uitvoeren met alleen maar een vaste telefoon en een schrijfmachine. Mijn laptop, tablet, smartphone en navigatiesysteem zijn mijn beste vrienden. Zonder hen ben ik letterlijk en figuurlijk verloren.

De journalistieke prehistorie heb ik wel nog meegemaakt. Als jonge reporter moest ook ik na een persconferentie mensen vragen om achterin hun vaste telefoon te mogen gebruiken. Of een café binnenlopen om tussen de dronkenlappen een ernstig economisch bericht te dicteren, we hebben het allemaal meegemaakt.

Het is nu niet meer voor te stellen, maar ooit vloog ik naar de Verenigde Staten met een koffer vol lege opname-bandjes. Ik was 2 weken weg, quasi onbereikbaar. Een luxe die alleen miljonairs en popsterren zich nu nog kunnen veroorloven. Je werd nooit gestoord, kon je helemaal op de opdracht concentreren en na 2 weken vloog je terug om met de opnames rustig een uitgebalanceerd meesterwerk te componeren. Die tijd komt nooit meer terug.

Ongekamd en in negligé

Nu moet je het nieuws brengen terwijl het gebeurt, soms al voor het zal gebeuren. Door de technologie is zowat alles mogelijk geworden, maar het houdt ook nooit meer op. Ook hier spuien ontelbare media continu nieuws of zogenaamd nieuws en de eenzame correspondent moet het allemaal verhapstukken.

Hij moet het volgen, opnemen, selecteren, filteren en vertalen. Het is een onophoudelijke stroom van informatie, van bij het opstaan tot het slapengaan. Terwijl je het een verwerkt, is het andere al aan het gebeuren. Terwijl je aan de vaste lijn hangt, gaat je mobiel of omgekeerd. En ook ’s nachts gaat het via internet natuurlijk door. Ik wil u best verklappen dat ik hier al meermaals uit bed ben gebeld om u luttele tijd later ongekamd en in negligé toe te spreken. Gelukkig is het radio.

Onverklaarbare passie

Zo’n eenmansredactie moet natuurlijk ook alles zelf doen wat op een gewone redactie door verschillende specialisten gebeurt. Zo ben ik op eenzelfde dag soms researcher, technicus, reporter, fixer, schminkster en boekhoudster. Dat laatste vind ik overigens het moeilijkste. En je bent altijd overgeleverd aan de niet te voorspellen actualiteit.

Vrienden kunnen alleen vrienden blijven als ze aanvaarden dat je afspraken altijd kan afzeggen. Ze moeten het pikken dat je zelfs de dis onverhoeds verlaat, is me hier ook al gebeurd. Wie genegenheid ontwikkelt voor een correspondent weze gewaarschuwd.

Boodschappen doen, schoonmaken, sporten, ontspanning? Het gebeurt op gestolen momenten, wanneer de wereld als bij wonder even stilstaat. Dit hou je natuurlijk alleen maar vol als je een onverklaarbare passie hebt voor het vak én het land waarin je leeft. Gelukkig zit dat in mijn geval nog helemaal snor. Het voorbije jaar was een experiment en het smaakt naar meer. Volgend jaar gaan we gewoon door.