Zelfstandige failliet? - Bart Van der Leenen

De records maken duidelijk dat de fundering van onze Vlaamse economie het steeds moeilijker heeft. Onder druk van de globalisering, de opkomst van webshops, de harde prijzenoorlogen, de kracht van grote groepen en een gigantische kostenlast, lijkt onze middenstand een strijd aan te moeten gaan met ongelijke wapens. David tegen Goliath.

Voor alle duidelijkheid: ik sta mee op het podium om loonkost en schuldenlast terug te voeren naar een leefbaar niveau en elk opbouwend initiatief ter ondersteuning van de plaatselijke economie te steunen. Maar ik denk dat we daarnaast ook een realiteit onder ogen moeten zien waar weinigen over durven praten: in veel gevallen is het faillissement te wijten aan naïviteit van de ondernemer zelf. En onze overheden gaan daarbij niet vrijuit.

Ik wil zelfstandig worden!

Wie morgen als werknemer aan de slag wil in een Vlaamse onderneming, moet zijn ervaring kunnen aantonen, meertalig zijn, de nodige diploma’s kunnen voorleggen, een strenge selectieprocedure doorstaan, een proefperiode accepteren en op regelmatige tijdstippen geëvalueerd worden. Wie echter als zelfstandige aan de slag wil, behoeft enkel wat administratie en een cursus ondernemen voor dummies (lees: het attest bedrijfsbeheer). Met andere woorden: ondanks de grote verantwoordelijkheden en de maatschappelijke impact indien de onderneming niet leefbaar blijkt op langere termijn, zijn de voorwaarden om te werken in een broodjeszaak strenger dan er één te openen.

Misschien is dat één van de redenen waarom het aantal faillissementen per inwoner in België beduidend hoger ligt dan in andere omringende landen (Nederland 52% minder, Duitsland 64% minder)? Het gevolg is in ieder geval wel dat elke dag tientallen ondernemingen worden opgestart die op voorhand gedoemd zijn te verdwijnen wegens een gebrek aan ervaring, inzicht en levensnoodzakelijke kennis. Mogen we dat als maatschappij zomaar laten gebeuren?

Op zoek naar toegevoegde waarde

Veel middenstanders spiegelen zich aan hun (grote) concurrenten, in plaats van na te denken hoe ze een concreet alternatief kunnen bieden. Ik erger mij dagelijks aan de slager die klaagt dat Gandaham bij Colruyt goedkoper is dan zijn aankoopprijs, maar wiens toog tegelijkertijd vol ligt met in plastic verpakte producten, nauwelijks verschillend van die in de grote ketens. Of aan de ‘wakkere bakker’ van om de hoek die klaagt dat brood steeds vaker wordt gekocht in de supermarkt, terwijl zijn vitrine vol ligt met industrieel voorgebakken brood en koffiekoeken. Of aan het plaatselijke koffiehuis dat Aldi pannenkoeken serveert bij flauwe koffie, met een voorverpakt koekje erbij. Of nog de plaatselijke electrowinkel die bij reparaties haar klanten doorverwijst naar de website van de fabrikant. Waarom zouden klanten in Godsnaam blijven komen als ze hetzelfde - of beter - elders vinden?

Middenstanders zijn gezegend met de unieke kans een verschil te maken met de eenheidsworst van de grote ketens. Kwaliteit, service, bediening, unieke producten en diensten.. Het zijn allemaal factoren waarvoor nog steeds veel Vlamingen bereid zijn een centje méér te betalen. Zelfs in crisistijd. Middenstanders die halsstarrig blijven ontkennen dat die toegevoegde waarde noodzakelijk is om te overleven in de huidige maatschappij, moeten dringend wakker geschud worden.

Goede voorbeelden te over

Ondanks alle kommer en kwel die het bewijs moeten leveren dat de economie de grote oorzaak van de faillissementen is, zijn er tegelijk voorbeelden genoeg van middenstanders die het wél begrepen hebben en zelfs in deze onzekere tijden nog steeds gouden zaken doen. En dat zijn zeker niet alleen de gespecialiseerde stielmannen. Neem nu de electro-winkel een paar straten verder, die haar duurdere producten compenseert met doorgedreven productkennis, persoonlijk advies, een uitgebreide dienst-na-verkoop aan huis en een aangename showroom met vooral de eerder bijzondere dingen in de rekken. Die combinatie maakt hen een succesvol alternatief voor vandenborre.be en klanten betalen daarvoor graag een centje méér.

Een ander voorbeeld is het succes van een nieuw kledingwinkeltje. Terwijl andere winkels in de buurt hun deuren sluiten, vinden steeds meer vrouwen hun gading in de combinatie van unieke collecties, betaalbare prijzen en doordacht stijladvies (“probeer deze rok met deze blouse eens, madammeke” ... desnoods een uur aan een stuk). Het unieke aanbod maakt prijzen vergelijken onmogelijk en de service maakt het winkeltje een reëel alternatief voor Zalando.

Nog eentje? Verschillende krantenwinkels komen en gaan, maar één winkeltje in onze gemeente blijft al jaren op nummer één staan. Zijn succes ligt in het permanent investeren in aanbod, kennis en de klant. De eigenaar weet wie welke magazines koopt, kent zijn boekenaanbod door en door, helpt bij het ontdekken van alternatieven en zorgt ervoor dat iedereen met de glimlach terug buiten gaat, ongeacht het gespendeerde bedrag. Daarvoor rij ik graag een straatje om en is deze krantenwinkel een volwaardig alternatief voor De Standaard boekhandel. En zo kan ik - gelukkig - nog lang door gaan.

Werk aan de winkel

Bovenstaande ondernemers hebben begrepen dat een SWOT-analyse véél meer is dan een éénmalige snelle oefening bij de opstart van hun zaak. Ondernemen in 2013 betekent constant in vraag stellen of je wel goed bezig bent, en tijdig bijstellen waar nodig: wie zijn mijn concurrenten, hoe kan ik een alternatief bieden, wat hebben mijn klanten nodig, waarvoor zijn mijn klanten wél bereid om extra marge te betalen, welk aanbod heeft de grote keten niet, welke extra diensten kan ik aanbieden, ... en zo kan ik lang doorgaan. Met andere woorden: stel je onderneming in vraag, ga de interactie aan met je klanten en luister maximaal naar wat ze op zoek zijn.

Volgende week ben ik zelf 10 jaar ondernemer en ondanks de economische crisis blijven mijn bedrijfjes gestaag groeien. Deels dankzij een noodzakelijke factor geluk natuurlijk, maar vooral ook door permanent mijn activiteiten in vraag te stellen, te vernieuwen en fors te investeren in de toekomst. Vandaag besef ik meer dan wie ook dat - zonder deze constante effort en een super bende personeel - ik erg waarschijnlijk in het lange rijtje van faillerende communicatiebureautjes had gezeten. Eén van de nummers in het rijtje van records. En ik besef vooral dat de kennis en ervaring die ik tevoren had opgebouwd een absolute voorwaarde was om kans te hebben op slagen.

De realiteit onder ogen zien

U heeft het al begrepen: ik stoor me bijzonder aan de trend dat ‘zelfstandig worden’ door politiek en maatschappij worden opgehemeld als de nieuwe referentie in werken. Willen we veel persoonlijk leed en maatschappelijke kost besparen, dan moeten we stilaan ophouden met die ongenuanceerde verheerlijking en ondernemen in een realistischere context plaatsen.

Naast de succesverhalen moeten we ook en vooral de mislukte pogingen in de kijker zetten, zodat iedere aspirant zelfstandige met eigen ogen kan ervaren waar de valkuilen liggen en dus twee keer nadenkt alvorens een droom te volgen die op voorhand gedoemd is om te vergaan. We mogen niet langer zomaar iedereen zonder grondige voorkennis en ervaring het slagveld op insturen. Daarom pleit ik met hart en ziel dat voor elke ondernemer in spe het opstellen van een ondernemingsplan niet langer een optie is, maar een verplichting wordt. En dat we voortaan zonder omwegen zeggen waar het op staat en wat de voorwaarden zijn om kans op slagen te hebben. Een attest bedrijfsbeheer is daar maar een fractie van, geloof me. De drempel verhogen betekent dat elke nieuwe onderneming sterker start en de ondoordachte pogingen tijdig voor onheil worden behoedt. Een win-win situatie voor klant, ondernemer, maatschappij en de lokale economie.

lees ook