EU-Hof effent pad voor ruimere erkenning homoseksuele vluchtelingen

Het Europees Hof van Justitie heeft het pad geëffend voor een ruimere erkenning van homoseksuele asielzoekers. Automatisch wordt de erkenning als vluchteling echter niet, de kans op straffen moet reëel zijn. Van homoseksuelen kan in elk geval niet verwacht worden dat ze hun geaardheid geheimhouden om vervolging te vermijden, vinden de rechters.

Aan de basis van het arrest liggen enkele homoseksuelen uit Sierra Leone, Oeganda en Senegal, die in Nederland de vluchtelingenstatus hadden aangevraagd. Ze vreesden vervolgd te worden voor hun seksuele geaardheid in hun landen van herkomst, waar de straffen variëren van zware geldboetes tot zelfs levenslange opsluiting.

Volgens het Hof rechtvaardigt het bestaan van strafrechtelijke bepalingen tegen homoseksuelen dat zij als een afzonderlijke groep worden beschouwd, zoals voorzien in de Europese asielregels.

Een automatische erkenning volgt daaruit echter niet, vinden de rechters in Luxemburg. Daarvoor moeten de straffen in de landen van herkomst ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Het is dus aan de autoriteiten van het betrokken Europese land om na te gaan of de straffen in het land van herkomst "zo ernstig zijn of zo vaak voorkomen dat ze een ernstige schending vormen van de grondrechten van de mens".

Van homoseksuelen verwachten dat ze hun geaardheid geheimhouden of zich terughoudend opstellen, kan voor het EU-Hof niet. "Dat staat haaks op de erkenning van een kenmerk dat voor de identiteit dermate fundamenteel is dat van de betrokkenen niet mag worden verlangd dat zij dit opgeven", luidt het.