School mag een op de vijf lessen in andere taal geven

Frans, Engels of Duits in het middelbaar, tot vandaag worden die talen in Vlaamse klassen alleen gesproken tijdens de taallessen. Maar daar kan vanaf volgend schooljaar verandering in komen. De Vlaamse regering heeft een decreet goedgekeurd dat scholen toelaat om tot twintig procent van hun vakken in een andere taal dan het Nederlands te onderwijzen.

"Ons onderwijs moet kinderen voorbereiden op de toekomst. En die toekomst is meertalig", zegt Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) in Het Nieuwblad. Toch is het niet de bedoeling alle leerlingen van een school te verplichten om mee te stappen in het project. Wanneer de directie pakweg aardrijkskunde aanbiedt in het Frans, dan moet dat vak ook nog altijd in het Nederlands worden gegeven.

Het project -met als officiële naam Content and Language Integrated Learning (CLIL)- doet denken aan het Waalse systeem "meertalig onderweg". Alleen wordt bij het Waalse immersie-onderwijs tot 75 procent van de niet-taalvakken in het Nederlands of het Engels gegeven, en is het daar vooral in de basisschool populair.

Barbara De Groot, docent Nederlands bij de vakgroep toegepaste taalkunde aan de VUB, kondigde het nieuws over het decreet gisteren al aan in "Hautekiet" op Radio 1 en lichtte de voordelen van zogenoemd immersie-onderwijs toe. "In Wallonië, waar het systeem al jaren wordt toegepast, zien we dat de vreemdetaalbeheersing er sterk op vooruitgaat. Ook de moedertaal. Het is een misvatting dat de kennis van de moedertaal verslechtert."

Scholen kiezen zelf of ze willen meestappen in het CLIL-project. Al een vijftigtal van de zeshonderd katholieke scholen toonde interesse in het project, zegt Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholiek onderwijs.