"Ik hou niet van tentoonstellingen"

Waarom het twee jaarlijkse stripfestival in Turnhout voorstellen, als de "beau monde" van de strip en de pers op de Boekenbeurs in Antwerpen vertoeven? De vraag stellen is ze beantwoorden. En dus werd Strip Turnhout - herdoopt tot Stripgidsfestival - in de Gele zaal van Antwerp Expo gepresenteerd, met winnaar van de Bronzen Adhemar (voluit de Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip) Marc Legendre als centrale gast.

Het is een clichéwoord dat ik zo weinig mogelijk gebruik, maar Marc Legendre is een echte duizendpoot. In de jaren 80 en 90 tekende hij de razend populaire kinderstrip "Biebel", kapte ermee op het toppunt, emigreerde naar de Canarische eilanden, veroverde een trouw maar klein publiek als auteur van drie grafische romans en verraste vriend en vijand (alweer een cliché) als scenarist van de reeks Amoras en van de Rode Ridder, en als auteur van de Rode Ridder jeugdromans (die lang geleden door wijlen Leopold Vermeiren werden geschreven).

Marc Legendre staat niet graag in de publieke belangstelling en is de koning van de zelfrelativering. En toch is hij nu tot half december het feestvarken, het prijsbeest. Op het Stripgidsfestival (13 tot 15 december in de Turnhutse Warande) krijgt hij niet alleen zijn prijs uitgereikt door minister van Cultuur Schauvliege, er komt ook een overzichtstentoonstelling van zijn werk.

'Ik hou niet van tentoonstellingen', maakte hij de pers aan het lachen, "strips horen in een boekje of een krant thuis, niet aan de muur van een tentoonstellingsruimte". Maar er was geen ontkomen aan, en dus hangen leven en werk van Legendre toch tot eind januari aan de muur.

De tweede grote expositie van het Stripgidsfestival is er een rond Lucky Luke, gemaakt door (alweer wijlen) Morris, pseudoniem van Maurice De Bevere, een Kortrijkzaan die als jonge tekenaar zijn geluk ging beproeven in Amerika en van daar zijn legendarische poor lonesome cowboy meebracht.

Amoras II

Maar terug naar Legendre. Net nu is deel II verschenen van de Amoras-reeks, Suske en Wiske voor grote mensen zeg maar. De publicatie van het eerste album ging met een zelden geziene mediacampagne & dito hype gepaard. Dat was misschien niet overbodig, want voor vele recht in de leer zijnde striplezers en liefhebbers van de klassieke Suske en Wiske was Amoras (getekend door Charel Cambré) van tevoren al heiligschennis.

Maar de gok slaagde met grote onderscheiding. Dat het een (in mijn ogen) prachtige strip was, zal daar wel toe hebben bijgedragen. De verkoop overtrof alle verwachtingen. Aflevering II - "Jéruzalem" - ging bescheidener van start, maar bevestigt al het goede van het eerste album. Het is een boeiend verhaal vol weerhaken en doodlopende zijpaden, vol onverwachte wendingen en strikken, waarin tekenaar Cambré zichzelf overtreft.

"Jéruzalem" zit vol knipogen naar Antwerpen en verwijzingen naar het eiland El Hierro, waar scenarist Legendre woont. Tante Sidonia, krijgt een ouderwetse zenuwcrisis, Lambik is dommer en lomper dan ooit, professor Barabas zit met zijn tijdmachine in de greep van de überschurk Krimson, en Suske maakt nog meer dan in de eerste aflevering kennis met erotiek & bloot, en zelfs met alcohol.

En Wiske? Wiske ging in deel I van Amoras dood, mede door de schuld van de raadselachtige jonge vrouw Jéruzalem, maar niets is wat het lijkt. En meer mag ik niet verklappen om de pret van de lezer niet te bderven.

Marvano

Gelijk met de Boekenbeurs verscheen de nieuwe "worp" (als ik dat zo oneerbiedig mag verwoorden) van Marvano (Marc Van Oppen), die inmiddels zowat de peetvader van de Vlaamse strip is geworden. Marvano is gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog. Dat bleek al met indrukwekkende trilogie "Berlijn" over de verovering en later bezetting van de stad door de geallieerden, en een andere tripliek "Grand Prix", over de rensport als propagandamiddel voor het nazisme in Hitler-Duitsland.

Nu is er "De Joodse Brigade" (deel I: Vigilante), dat net als de vorige reeksen gebaseerd is op historische feiten. Aan het eind van de tweede wereldoorlog werd aan geallieerde kant inderdaad een Joodse brigade gevormd van zowat 5.000 manschappen. Dat had heel wat voeten in de aarde. De geallieerde staten stonden er huiverig tegenover. Maar uiteindelijk kwam er het fiat van Churchill en Roosevelt.

De Joodse brigade onderging haar vuurdoop bij de herovering van Italië op de Duitsers. Ze werd na de capitulatie vrij snel ontbonden, maar vele manschappen gingen - zonder officiële goedkeuring van hun militaire oversten -op zoek naar de beulen van hun volksgenoten, om die beulen op hun beurt terecht te stellen.

Zoals steeds vervlecht Marvano op kunstige wijze persoonlijke verhalen met historische feiten. In "De Joodse Brigade" gaat het over de zoektocht naar gedeporteerde familie, over het zionisme (het streven naar een eigen Joodse staat), en niet te vergeten over gewetenskwesties, zoals de moeilijke keuze tussen wraak en gerechtigheid. Marvano heeft een heel eigen aangename tekenstijl ontwikkeld, en zijn scenario's staan als een huis. Een zeer goede strip.

Asterix

Of de nieuwe Asterix een zeer goede strip is, daarover valt te discussiëren. "Asterix bij de Picten" is in ieder geval een radicale breuk met het verleden. Na het overlijden van de geniale scenarist Goscinny (zie ook Lucky Luke) teisterde tekenaar Uderzo de Asterix-liefhebbers jarenlang met almaar zwakker en slechter wordende albums, met "Asterix en het Pretpakket" als trieste uitschieter.

Nu heeft Uderzo zijn handen helemaal van de reeks af getrokken. Tekeningen en scenario zijn het werk van het Franse duo Conrad en Ferri. Ze sturen de helden Asterix en Obelix naar Caledonia, naar de Picten, de Schotse clans dus, waar onrecht moet worden hersteld. Uiteraard speelt het monster van Loch Ness mee in het verhaal. Uiteraard zijn er grappen over pictogrammen en Schotse kilts.

Maar het geheel overtuigt niet. Je hebt als lezer de indruk dat er heel veel volk zijn zegje heeft willen hebben over de Asterix nouveau. Laten we Conrad en Ferri het voordeel van de twijfel geven en het tweede album van hun hand afwachten.

Rode Duivels

Het was te denken en te vrezen dat er iemand in stripland zou willen meesurfen op het succes van onze nationale voetbaltrots, de Rode duivels.

Het duo Bercovici-Lebrun, bijvoorbeeld, met een "komische" strip getiteld "Bestemming Brazilië". Kost verdorie 13 euro!

Op de Boekenbeurs wordt groot uitgepakt met een andere, erg zwakke "zeepdozenstrip", "De Braziliaanse Droom", met Eden Hazard op de cover. Alleen voor diehard fans, en dan nog alleen op voorwaarde dat een van de Duivels er zijn handtekening in wil zetten.

Louis van Dievel

lees ook