De kunst van de nocturne

Een nocturne klinkt poëtisch, maar op de Boekenbeurs betekent het gewoon dat de winkel ook 's avonds openblijft, ten behoeve van de werkende medemens, onder meer, en om de bezoekerscijfers in het algemeen wat op te krikken.

Er zijn er dit jaar drie nocturnes geweest. Op de eerste was het doodstil in de zalen, bij de tweede ging het al wat beter qua publieke belangstelling en donderdagavond, tijdens de "klassieke" nocturne, was het weliswaar niet over de koppen lopen, maar toch prettig druk. De nocturne begint zo rond half zeven. Even daarvoor, tussen vijf en zes zijn de vier zalen van de Boekenbeurs langzaam min of meer leeg gelopen. Het is even windstil, er is een half uur lang dood tij. Dan komt de avondlijke golf op gang. Tot negen, ongeveer.

Zo'n nocturne bereikt een ander publiek en de sfeer is ook anders. Hoe leg ik u dat uit? Er zijn weinig kinderen en dat scheelt 'm in het lawaai, ik kan het u verzekeren. De grote meerderheid van de bezoekers zijn echtparen, jonge en iets minder jonge (de gemiddelde leeftijd moet onder de veertig liggen), die overdag een onderdrukte minderheid vormen. Zij zijn blij met zo'n avondopening.

De mensen kijken niet zo gestresseerd als overdag, de luim is zelfs goed te noemen. Je ziet heel veel goedgezinde gezichten. Ik zag veel gearmde paren, veel handen aan elkaar, dat zie je overdag niet. De mensen kunnen al eens midden in de gang halt houden zonder een aanrijding of een file te veroorzaken. Ze krijgen de tijd om een boek te doorbladeren, een cover te bekijken, een flaptekst te lezen zonder bang te moeten zijn voor een trap op de hielen of een duw in de rug.

De mensen hebben wel lijstjes voor kerst en sinterklaas bij zich, maar ze lopen daar niet over te tobben. Er is ademruimte, letterlijk en figuurlijk. De bezoekers van de nocturne zijn minder verlegen, minder beschroomd om een auteur aan te spreken die daar zit te signeren (die daar in ieder geval zit en heel graag wil signeren).

Als een vis in een bokaal

Nogal wat auteurs zeggen mij dat ze eigenlijk niet graag signeren. Ik voel me als een vis in een bokaal, verwoordde Lieve Joris het vorige week, ik voel me aangegaapt. Ik zeg dan dat ze de rollen moeten omdraaien. Je moet denken dat je op een caféterras zit (een uitgever die naam waardig vertroetelt zijn auteurs met koffie, spuitwaters en licht alcoholische dranken), leg ik uit, en dat jij naar de passanten op straat zit te kijken. En er valt wat te bekijken, want het is Vlaanderen in het klein dat daar passeert. En de signerende auteur zit daar zelden alleen.

Ik had donderdagavond de in Mechelen aangespoelde Nederlander Marc Kregting aan mijn zijde, een dichter en essayist en daarnaast ook een beminnelijke en sympathieke man. Hij staat op de Boekenbeurs met een ongewoon boek, dat in een herbruikbare koffiezak is verpakt en "Koffie" als titel heeft. Daarover gaat het boek ook, over koffie.

In de recensies lees ik dat het een vierhonderd pagina's dikke verzameling feuilletons, lezersbrieven, gedichten, weetjes, kortingsbonnen, etc is. Het opzet zal mij nog wel duidelijk worden, want ik heb mij het boek meteen aangeschaft. Druk had Marc Kregting het niet, dat is waar, maar dat gaf ons de tijd om over gemeenschappelijke kennissen te praten en van gedachten te wisselen over de stad Mechelen, zijn woonplaats en mijn geboorteplaats.

Blozende konen en oorlogsavonturen

We werden geregeld onderbroken door amateurfotografen, onder andere, die met hun geflits meteen een oploopje veroorzaakten bij onze tafel, want wie gefotografeerd wordt moet wel een bekende mens zijn, niet waar? Dat viel dus wat tegen.

Een jongmens vroeg mij of ik hem een boek kon aanraden, want er waren er ook zoveel, het moest een goed boek zijn, daar drong hij op aan. Ik poogde vergeefs hem tot de aankoop van een van mijn romans aan te sporen. Een mevrouw wilde per se een boek aan mij betalen (een boek van een andere schrijver, bovendien) en wilde niet geloven dat ik niet de kassa beheerde, maar zelf auteur was, ook niet toen ik haar met mijn foto op de achterflap confronteerde.

Aan de overkant, bij uitgeverij Averbode, liep een onvoorzichtige mevrouw een stapeltje literatuur voor gelovigen omver, en raapte deze met blozende konen en onder de foto van de nieuwe paus weer op.

Ik groette oude bekenden en probeerde mensen van wie ik de naam vergeten was op listige wijze en zonder gezichtsverlies toch te identificeren. Ik dankte een dame hartelijk voor het aanbod om de oorlogsavonturen van haar vader of grootvader in een roman te gieten, wat mij dan weer terug deed denken aan de dag dat Albert Tijtgadt in mijn leven kwam, op de Boekenbeurs van 2008, met het verzoek (het klonk eerder als een bevel) om zijn leven neer te schrijven, wat ik ook deed. Eénmalig.

Een oud lief

Ik spoedde mij kort na negen uur naar de uitgang en kuste onderweg nog een oud lief uit mijn studententijd op de beide wangen. Want dat heb je ook met nocturnes: je ontmoet er mensen die je in jaren niet meer hebt gezien. De tram naar het Centraal Station van Antwerpen zat eivol mensen met een grote boekenboodschappentas bij zich.

En geloof het of niet: een heer van middelbare leeftijd met een mooie en elegante hoed op het hoofd besprak met zijn gezellin/vrouw/vriendin de aankoop van "De Pruimelaarstraat". Niet zozeer de literaire verdiensten van dat boek van mijn hand dan wel de redelijke prijs (vijftien euro) was het doorslaggevende argument voor de aanschaf geweest. Iets waarmee ik kon leven.

lees ook