Fin-de-Siècle Museum opent op 6 december de deuren in Brussel

Het Fin-de-Siècle Museum zal op 6 december zijn deuren openen in Brussel. In het museum wordt Belgische kunst tentoon gesteld van het einde van de 19e eeuw tot het begin van de 20e eeuw. Het nieuwe museum kreeg een onderkomen in het Museum voor Moderne Kunst.

Het Fin-de-Siècle museum moet het Belgische kunstpatrimonium "meer dan ooit internationale weerklank" geven, klinkt het in een persmededeling.

Het nieuwe museum kreeg een onderkomen in het Museum voor Moderne Kunst in Brussel, dat sinds 1989 niet meer gerenoveerd was. De bezoeker kan er, op een oppervlakte van meer dan 6.000 vierkante meter, kunstwerken bewonderen die gemaakt werden tussen 1863 en 1914. Er zal onder meer werk hangen van Maurice Maeterlinck, Emile Verhaeren, James Ensor (foto), Ferdinand Khnopff, Léon Spilliaert en Octave Maus.

Vier jaar na de opening van het Magritte Museum, de eerste stap in de reorganisatie van de federale kunstcollecties, ronden de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België een tweede etappe in dat proces af. Het nieuwe museum presenteert Brussel als "een uniek Europees artistiek knooppunt ten tijde van de eeuwwisseling".

De federale regering investeerde zowat 6.5 miljoen euro in de oprichting van het nieuwe museum. Het project kon ook rekenen op 1 miljoen euro van de familie Gillion-Crowet, wier collectie er tentoongesteld zal worden.