Ik wil veel kranten! - Hilde Van den Bulck

De krantenwereld werd deze week opgeschrikt door het onverwacht grote aantal ontslagen in de nieuwe fusiegroep Mediahuis. Maar eigenlijk moeten we volgens de auteur als lezer én burger vooral kwaad zijn op het gebrek aan kwaadheid over de uithongering van de waakhond van de democratie.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

De aangekondigde fusie tussen de gedrukte en online kranten van Corelio en Concentra is een feit. De Vlaamse kranten worden vanaf nu in slechts twee pershuizen geproduceerd: Het (nieuwe) Mediahuis en De Persgroep. Prijskaartje: 205 jobs, het opdoeken van aparte redacties voor Het Nieuwsblad en Gazet van Antwerpen – wellicht een voorbode voor het verdwijnen van die laatste titel, en nog af te wachten repercussies bij concurrent De Persgroep, die in een veranderd landschap moet functioneren. De fusie is al lang geen nieuws meer, de gevolgen wel. Het meest verrassende is evenwel de reactie op die bommelding: een oorverdovende stilte.

De Manhattan

In het najaar 1986 stond ik, samen met duizenden anderen sympathisanten, in zaal Manhattan aan de vaart in Leuven te luisteren naar de bevlogen (maar, toegegeven, ook wel wat lange) speech van een schorgeroepen Paul Goossens. Die was op zoek naar geld om ‘zijn’ krant De Morgen te redden nadat de financiers er de stekker uit trokken. Als beginnende student communicatiewetenschappen, was ik gevoelig voor het appel aan de burgerzin om een divers Vlaams krantenlandschap te helpen garanderen. Van mijn luttele – met toiletten poetsen en borden wassen in een wegrestaurant verdiende – centen, leverde ik een bijdrage aan de 'Red de Morgen' inzamelactie. Old school crowd funding.

Ook elders in Vlaanderen vonden dergelijke acties plaats, aangevuurd door oprechte verontwaardiging en kwaadheid bij hoofdredacteur, journalisten en de lezers over de onverbiddelijke manier waarop hun klankbord was afgenomen. Aangedreven ook door de overtuiging dat een divers journalistiek landschap een basisvoorwaarde is voor het goed functioneren van burger en democratie.

Natuurlijk kan de genese van het Mediahuis en de daarbij horende rationalisering niet zomaar worden vergeleken met het ontzuilende medialandschap aan het eind van de jaren tachtig. Bovendien waren we, noch als studenten (de meest atypische periode uit een mensenleven), noch als lezers van De Morgen, representatief voor de Vlaamse bevolking en mediagebruikers. Toch is het moeilijk om de reacties op het Mediahuis niet tegen dat licht te houden.

Reacties

Zowel bij de betrokken als bij de concurrerende bladen spreken krantenkoppen vooral van ‘verslagenheid’, ‘onzekerheid’, ‘ongerustheid’. Mediaminister Lieten is ‘geschrokken’. De vakbonden komen niet verder dan ‘bezorgd’. Van op veilige afstand in het verre Nederland, noemt voormalig hoofdredacteur van De Standaard en ooit marketeer van het jaar, Peter Vandermeersch, de ontslagen ‘een drama’ maar toch ook ‘een besparing met visie’. Enkel Pol Deltour, nationaal secretaris van de Vlaamse Vereniging voor Journalisten (VVJ), lijkt oprecht kwaad. Hij vindt de maatregelen ‘hallucinant’.

De volgende ochtend brengen de kranten geen demonstratief lege bladzijden, geen protestartikels, geen aankondiging van acties. Met een kop over Albert II die meer geld wil, wordt er al weer over gegaan tot de orde van dag. Waarom is er zo weinig kwaadheid? Zo weinig echte verontwaardiging?

Kwaad op wie?

Misschien omdat het niet duidelijk is op wie we kwaad moeten zijn. Zelfs Pol Deltour benadrukt dat hij begrip heeft voor de economische realiteit. Die is ondertussen genoegzaam bekend: de inkomsten zowel uit advertenties als lezers gaan achteruit. De adverteerder geneest nog van de crisis en ziet een ontrouw publiek dat steeds minder bereid is voor informatie te betalen en dat steeds beter online te bereiken is. In afwachting van een nieuw businessmodel, zijn voor de krantenbedrijven schaalvergroting en rationalisering de enige manier om de eindjes aan elkaar te knopen.

Dergelijke framing van de situatie lijkt ijzersterk, sluitend, en leidt tot de evidente, fatalistische conclusie dat de pers slechts in sterk afgeslankte vorm kan overleven, volgens sommigen sowieso een kwestie van stervensbegeleiding. Dan is er weinig om kwaad over te zijn en komen we niet verder dan verslagenheid.

Maar er is ook een andere framing van dit gebeuren: die van het belang van veelzijdige en diverse informatie en van goede journalistiek voor een gezonde democratie. Volgens sommigen komen daar in de toekomst geen kranten meer aan te pas. Misschien, maar de specifieke rol van massamedia, opgezet om een zo ruim mogelijk publiek te bereiken, wordt vandaag al te gladjes afgewezen ten voordele van sociale media en nichebronnen. En zelfs als dat klopt, zou je verwachten dat de recente gebeurtenissen aanleiding zijn voor al wie de democratie en de geïnformeerde burger een warm hart toedraagt, om oprecht verontwaardigd en kwaad te zijn.

Who cares?

Wie moet er dan kwaad zijn? In de eerste plaats de hoofdredacteurs. Zij zijn de (be)hoeders van de redacties, van de medewerkers en van de inhoud die iedere dag wordt gecreëerd. De hoofdredacteur moet opkomen voor de rechten van de medewerkers, de onafhankelijkheid van de redactie, een diverse, kwaliteitsvolle inhoud. De dam tussen commerciële en inhoudelijke belangen. Maar ook de brug tussen management en redactie. Het tempo waaraan de bezetting van deze stoel de laatste jaren wisselt, toont aan dat het in een hedendaags mediabedrijf een bijzonder lastige positie is.

Het is blijkbaar ook een job die je maar uithoudt als je voldoende gesocialiseerd bent in het economische denken van de bedrijfsleiding. En zo komt het dat de hoofdredacteur van één van de getroffen titels in het radionieuws het niet uitschreeuwt van kwaadheid en verontwaardiging, maar sussend laat weten dat de sfeer op de redactie al bij al goed is en men zich optrekt aan de geplande innovaties, het toverwoord voor economische rentabiliteit.

De Journalisten

Waarom zijn die journalisten niet kwaad? Het is natuurlijk ongepast om, vanuit de comfortabele zetel van een vaste benoeming, de journalisten met fragiele contracten en de nog grotere groep van freelancers een gebrek aan barricade-lust te verwijten. Ook redacteurs, persfotografen, lay-out lui en drukkerijmedewerkers hebben hypotheekleningen en kinderen die op kot willen. Wellicht biedt zwijgzaamheid een grotere garantie dat de delete-knop niet bij jouw naam in de Excel sheet wordt ingedrukt.

Maar wat voor job is die van journalist in deze omstandigheden nog? Het ideaalbeeld van Bob Woodward en Carl Bernstein als absolute luis in de pels van de gezagdragers, als vierde macht, was altijd al een te idealistische versie van goede journalistiek die vooral gericht is op goed informeren, woord en wederwoord, bronnen checken, achtergrond bieden, verschillende kanten van een verhaal brengen. Wat blijft daar evenwel van over in anorexische redacties die eenzelfde bericht voor verschillende titels herverpakken?

Het publiek

De politici, de (be)hoeders van de democratie zelve, hebben het blijkbaar te druk met opgemerkt worden op de rode loper van de première van Marina om zich kwaad te maken over een verdere uithongering van de waakhond van de democratie. Of zijn ze, met de moeder aller verkiezingen voor de deur, bang om de krantenbazen te zeer voor het hoofd te stoten? Om triest van te worden.

En wat met u en ik, het lezerspubliek? In een recent onderzoek vroegen we aan een representatief staal van de Vlaamse bevolking om titels van kranten aan de juiste uitgever te linken. De helft van de respondenten moest het antwoord schuldig blijven, van de ander helft gaf tot bijna twee derde het foute antwoord. Het is een indicatie dat de mediagebruiker niet wakker ligt van de structuren achter de media, van de manier waarom informatie tot stand komt.

Maar moet die Gazet van Antwerpen lezer niet verontwaardigd zijn over het feit dat een groot deel van de, zogenaamde op de Antwerpenaar gerichte, krant een doorslagje wordt van Het Nieuwsblad?

Moet bij uitbreiding iedere burger niet dringend kwaad worden over de kwaliteit van de informatie waar die recht op heeft. In ruil moet die burger dringend beseffen dat goede informatie geld kost en dat hij mee moet investeren in gezonde journalistiek. Informatie is voor de burger te belangrijk om aan de financiering door anderen over te laten.

Verslagenheid is passief, kwaadheid is actief. Het is tijd voor actie.
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.