De monding - Carl Devos

Het overlegcomité illustreerde deze week haar onvermogen. De Vlaamse regering deed met 33 maatregelen over de Antwerpse immobiliteit hetzelfde. Op de achtergrond verfrist Open VLD in de schaduw van N-VA en trok nog een rondje vermoeiende speculatie over het leiderschap van de Vlaamse en federale regering door de Wetstraat.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Er werd al enige tijd uitgekeken naar de samenkomst van het overlegcomité. Daar zou het Belgische concurrentiepact gesloten worden, dat het relancebeleid voor onze economie een extra boost moet geven. Er zijn al behoorlijk wat maatregelen genomen, die alles samen stevig klinken, maar veel specialisten (en blijkbaar ook veel politici) zijn het er over eens dat dit verre van voldoende is.

Jaren viel te horen, bv. bij Wouter Beke, dat de begroting de beste relance was, maar Kris Peeters is duidelijk van een ander gedacht. Hoewel de verwachtingen door de budgettaire en electorale toestand niet hoog gespannen waren, was de uitkomst – nl. niets – teleurstellend. Er komt weer een expertenclub die vanalles moet uitzoeken, kwestie van het uitstel wat te camoufleren met de gedachte dat er nagedacht wordt. En straks moeten politici toch weer gewoon beslissen. Experten doen dat niet in hun plaats, die belichten scenario’s met allerlei parameters en veronderstellingen, politici doen dan aan cherry picking.

En passant gaat de beeldenstorm over de btw-verlaging op energie gewoon door. Volgens de ene een slimme, voor de ander een domme maatregel. De experten waren in hun verslag genuanceerder dan veel media rapporteerden.

Pleisters?

Wie deze week op de Antwerpse ring in de file stond, had weer uren tijd om op de radio te horen dat de Europese Commissie geen uitspraak doet over de Wappersaga zolang er niet meer duidelijkheid bestaat over de effecten van de nieuwe bouwplannen, dat de twee grote voorstellen die in die plannen steken volgens dat effectenrapport aan elkaar gewaagd zijn en dat de Vlaamse regering 33 maatregelen neemt die op termijn het fileleed moet verzachten, in afwachting van de oplevering van die grote werken over vele, vele, vele jaren.

Waarom die 33 maatregelen, pleisters op de wonde, niet eerder genomen konden worden is niet meteen duidelijk. Maar de regering wou vooral daadkracht tonen: wij beslissen en besturen. Een beetje te opvallend. Volgens kranten was De Wever ‘nijdig’ door zoveel profileringsdrang van Kris Peeters. Dat neemt niet weg dat de hele Wappersaga een schandvlek op haar rapport is: een bestuurlijke flop.

Straks zal Peeters II een keuze moeten maken uit twee grote beleidsopties, maar dat is zoals met de onderwijshervorming: in vergelijking met de verwachtingen en eigen doelstellingen een grote nederlaag.

Papieren op orde?

Er was deze week nog vervelend nieuws voor Peeters II. Het Vlaams Parlement besprak de laatste begroting van deze ploeg, die na volgend jaar heel waarschijnlijk anders samengesteld zal zijn. De Tijd van donderdag 7 november maakte een paginagroot overzicht van de budgetgroei- en afname van de Vlaamse regering. De eerste lijst was groter dan de door de regering gewenste perceptie doet vermoeden. De grootste trendbreuk in de Vlaamse boekhouding is volgens De Tijd afschaffing van de jobkorting (een voordeel voor werkende Vlamingen), dat staat voor een jaarlijkse belastingverhoging van 700 miljoen euro. Door een boekhoudkundige kronkel staat die in de Vlaamse begroting als een besparing ingeschreven. In vijf jaar tijd stegen de uitgaven met 11%, al zijn er ook echte besparingen doorgevoerd, bv. op de Vlaamse ambtenaren.

De Vlaamse regering heeft haar papieren op orde, meer dan andere overheden in dit land. Dat is zonder twijfel een verdienste. Maar gelet op de politieke concurrentiestrijd om op de overheid te besparen en lasten te verlagen, zal ook de Vlaamse overheid de komende jaren nog vaak in beeld komen.

Dezelfde bron?

Open VLD stelde deze week haar ideologisch beginselmanifest voor. Een goede zaak voor kiezers die met de vraag zitten waar partijen in essentie voor staan. Dat levert een weinig verrassende maar toch frisse tekst op, waarin de partij haar belangrijkste beginselen onderlijnt. Die zijn vooral sociaal-economisch. Zoals het mediagenieke 5-5-5-plan illustreerde.

Net zoals bij N-VA werd evenwel niet geheel duidelijk waar Open VLD wat precies zou besparen, om de overheid fors terug te dringen. De verwijzing, in Terzake, van Maggie De Block dat alles becijferd is en in de teksten terug te vinden is, is gênant voor een partij die van sociaal-economische geloofwaardigheid (genre onze plannen kunnen wel, in tegenstelling tot die van N-VA) hoog in het vaandel voert. Open VLD noemde haar plannen ook sociaal in vergelijking met N-VA. Die is op heel wat domeinen straffer. Dat maakt N-VA niet tot een liberale partij. Haar staatkundige plannen en haar visie op mens en samenleving maken dat de omschrijving ‘liberaal’ enkel kan dienen voor haar sociaal-economische programma, en dan nog. De afbouw van de overheid en dus allerlei belastingverlagingen volgen uit een algemeen conservatieve visie. Het is niet omdat in de monding rivieren samenkomen dat ze dezelfde bron delen.

Softere versie?

Dat de voorstelling van Open VLD een week na die van N-VA kwam, was voelbaar. Vorige week had N-VA op maandag en woensdag vrij geprononceerde congresteksten gepresenteerd, daardoor klonk de beginselverklaring van Open VLD – een ander genre – haast per definitie wat mat, zelfs met de opname van de zgn. gemeenschapstaak (res. 76) voor werklozen.

Misschien treedt bij pers en analisten enige vermoeidheid of saturatie op, maar sommige resoluties verdienen meer aandacht dan ze gekregen hebben. In resolutie 84 staat: “Het federalisme stoelt in principe op het democratisch principe en meerderheidsbeginsel.” Open VLD heeft, zoals aangekondigd, in dit voorstel aan het congres confederalisme geschrapt, maar resolutie 84 refereert expliciet aan het voorstel van Bart Somers om de confederale kenmerken uit onze federatie te schrappen.

Somers zei dat in juni, nadat Rutten had laten weten het niet over confederalisme te hebben. Dat wil zeggen dat bv. de pariteit van de ministerraad wordt geschrapt, of de bescherming van taalgroepen in de Kamer (en dus de alarmbelprocedure en tweederde meerderheid). Dat raakt het fundament van de Belgische federatie en elke verandering ter zake impliceert een gigantische staatshervorming.

Ze zullen bij N-VA Open VLD graag helpen in de uitvoering van deze resolutie, als haar confederalisme er niet kan komen. Dat Open VLD die term afvoert leek in de uitleg een gevolg van het feit dat N-VA dat begrip gecapteerd heeft. Uit al dat soort kleinigheden ontstaat het beeld van Open VLD die N-VA als het ware volgt, van Open VLD als een softere versie dan N-VA. Beelden hoeven niet te kloppen om effect te hebben.

Premier?

Niemand vroeg aan Open VLD wie haar kandidaat-premier of –Minister-President is. Zoals ook niemand dat aan sp.a, Groen, LDD, PVDA of VB zal vragen. Er zijn slechts drie partijen die, als we ons tot de meest waarschijnlijke scenario’s beperken, in aanmerking komen om de federale regeringsleider te leveren, twee voor de Vlaamse. In het laatste geval gaat het om CD&V of N-VA. Namen die daar vallen zijn uiteraard Kris Peeters (Hilde Crevits, Wouter Beke) en Bart De Wever (Bart De Wever, Bart De Wever).

Voor de federale staan PS en CD&V voorop, in een uitzonderlijke, veel minder waarschijnlijke situatie komt ook N-VA in beeld. Bij de PS klinkt het dat er niet zomaar van uitgegaan moet worden dat de partij na mei 2014 opnieuw in de Wetstraat 16 wil wonen. Dat hangt af van de prijs die partij – vooral op haar linkerflank - volgend jaar moet betalen voor het besparings- en hervormingswerk van Di Rupo I.

Bovendien spelen ook persoonlijke motieven en ambities een rol. Als het premierschap aan een Vlaamse partij zou toekomen, bijv. omdat PS niet wil of niet in de oppositie zit, komt CD&V het eerst in aanmerking. CD&V heeft, voor het eerst sinds het geheugen dat toelaat, geen kandidaat premier. De partij wil bescheiden zijn, de kiezer moet eerst spreken. Dat is een mooie ingesteldheid. Alleen: is ze consequent?

Ook geen MP?

CD&V heeft geen kandidaat-premier, maar wel een kandidaat-Minister-President. Hoewel: Kris Peeters zei deze week op Terzake (donderdag) heel even, in een handvol seconden, dat CD&V ook geen kandidaat-MP heeft. Enkel dat hij uittredend MP is. Maar weinigen hebben dat gehoord. Als Peeters dat meent, dat hij geen kandidaat-MP is, is de partij wel consequent: nergens schuift ze iemand voor het regeringsleiderschap naar voor.

Tot voor kort (en eigenlijk nog steeds) gaat iedereen er van uit dat Peeters kandidaat-MP is. Hij riep immers, ongevraagd, weken geleden al: ‘ik ben geen kandidaat-premier’. Hij zei toen niet ‘en ook geen kandidaat-Minister-President’. Laten we er dus van uitgaan dat hij dat wel nog is, tot bevestiging van die seconden in Terzake donderdag.

Trouwens, de (ongevraagde) mededeling van Peeters (‘ik ben geen kandidaat-premier’) en van CD&V op haar nieuwjaarsreceptie (in januari, 15 (15!) maanden voor de verkiezingen) dat hij de enige kopman zou worden, spreekt de foutieve gedachte tegen dat het vooral de pers en analisten zijn die bezig zijn met de ‘poppetjes’: partijen doen er alles aan opdat er over gesproken zou worden. Maar als ze dat dan doen, merken politici op dat het over ‘de inhoud’ moet gaan. Wel: het maakt een groot inhoudelijk verschil of Di Rupo dan wel Peeters premier is. Wiet dat ontkent onderschat de relevantie van persoonlijkheid in de politiek. En het gaat ook over de inhoud.
Als CD&V geen kandidaat-premier en wel een kandidaat-Minister-President heeft, kan ze dat niet verklaren vanuit ‘bescheidenheid’. Immers: de kans dat Peeters De Wever klopt in voorkeurstemmen (die ook vergelijkbaar zijn als in Antwerpen voor een ander beleidsniveau kandideren) is groot, de kans dat N-VA CD&V klopt in aantal zetels in het Vlaams Parlement ook.

Dus: als CD&V niet de grootste lijkt te worden op Vlaams niveau, waarom daar wel een kandidaat voorstellen? Op federaal vlak doet ze dat om die reden immers niet. Moet de kiezer daar dan niet ook eerst spreken? Is CD&V, is Peeters bereid om de Vlaamse regering te leiden zelfs als N-VA daarin groter is? In zekere zin is de kans dat CD&V op federaal vlak een regeringsleider moet leveren minstens even groot dan op Vlaams vlak: N-VA zal eerder in de Vlaamse regering zitten (en als grootste het Minister-Presidentschap opeisen?) dan in de federale, zo komt CD&V in beeld als grootste Vlaamse federale regeringspartij: wellicht 50% kans om de Zestien te bemannen.

Waarom mogen kiezers dat eigenlijk niet weten? Blijkbaar wordt die kiezer zozeer gerespecteerd, dat die nochtans belangrijke informatie hem onthouden wordt. Neen, niet de belangrijkste informatie denkbaar, maar partijen zijn over veel minder soms veel opener.

Wie waar?

Het klinkt contra-intuïtief dat CD&V, die pleit voor positief (would be) confederalisme of samenwerkingsfederalisme, minder interesse toont in het premierschap dan een separatistische partij die als tussenoplossing voor echt confederalisme pleit, N-VA, die in haar congresteksten het Vlaams niveau waar ze zo voor vecht dan weer stiefmoederlijk behandelt. De Wever suggereerde deze week in Reyers Laat dat hij naar de federale regering zou trekken. Een zoveelste stapje in de opbouw naar een beslissing. Of dat een ‘bocht’ zal zijn (dus toch kandidaat voor een ander uitvoerende job dan burgemeester) valt te bezien.

De speculaties erover zijn nu al tussen vervelend en ergerlijk.
Als De Wever zegt dat hij de federale regering wil leiden, is dat om het belang van dat niveau voor de N-VA-plannen te onderlijnen: wie confederalisme wil moet dat vanuit het federaal niveau doen. Hij gooit zijn gewicht in die strijd waarin N-VA voor het meest tegenwind staat. Maar: zou het zoveel verschil maken voor de federale score van N-VA dat De Wever in één kieskring (Antwerpen) de federale lijst trekt? Hij is immers dé kopman, hét gezicht van de partij, als voorzitter zal hij alle grote debatten én de regeringsonderhandelingen voor zijn partij leiden. N-VA kan hem, cfr. de lokale verkiezingen van 2012, overal uitspelen, ver buiten Antwerpen. Waarom moet hij dan per se op een federale lijst staan?

Het Vlaams Parlement sluit veel meer aan bij zijn liefde voor Antwerpen. En is voor gemeenschapsvormende Vlaams-nationalisten zo belangrijk. De kans dat hij Peeters II kan vervangen door De Wever I is groter dan dat hij Di Rupo I opvolgt. En als N-VA de federale regering moet leiden, een eerder uitzonderlijke gedachte, zal het toch De Wever zijn die het doet. Zelfs als hij kandidaat is voor hupeldepup. Enzovoort.
Vandaar dat velen enig cynisme als verklaring inschakelen: De Wever kandideert op het federale niveau omdat hij zo burgemeester kan blijven. Hij ziet nog liever Peeters dan Bourgeois Minister-President worden, want zelf wil hij geen regering leiden. Enzovoort. Dat cynisme is te vermijden. Ze klinkt soms als ‘kritisch’, maar leidt vaak tot verkeerde analyses. Omdat politici in regel minder cynisch zijn dan velen veronderstellen.

Triviaal?

Kortom: er is voor van alles veel te zeggen. De keuze voor het een of het ander vloeit ook voort uit andere dan allerlei officiële overwegingen. Het gedoe over de poppetjes is al versleten en er zijn uiteraard daarnaast veel grotere en belangrijkere thema’s. Die zullen nog aandacht krijgen.

Maar wie waar welke regering wil leiden is geen triviale kwestie. De onderbouw van keuzes die partijen daarover maken zegt ook heel wat over hun politieke visie.

(De auteur is hoogleraar politieke wetenschappen in Gent.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.