Zeebrugge wordt Europese hub voor Vietnamese pangasiusfilet

Zeebrugge wordt de Europese hub voor de verdeling van pangasiusfilet uit Vietnam. Bedoeling is dat de Vietnamese visboeren hun pangasius bestemd voor Europa steeds via Zeebrugge importeren. De eerste gecombineerde lading wordt midden volgend jaar verwacht.

Vlaams minister voor Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) en Joachim Coens, de CEO van de haven van Zeebrugge, hebben in Ho Chi Minh-stad een "memorandum of understanding" ondertekend met Vasep, de Vietnamese federatie van producenten en exporteurs van vis.

Zeebrugge heeft een lange traditie van invoer en distributie van verse voeding. Er is het voorbeeld van Zespri, waarbij zowat 2.700 individuele kiwiproducenten uit Nieuw-Zeeland hun logistiek voor de Europese markt volledig aan de haven van Zeebrugge toevertrouwen. Ook Tropicana bottelt jaarlijks meer dan 290 miljoen liter vruchtensap in Zeebrugge.

De troeven van Zeebrugge zijn naar eigen zeggen de toegankelijkheid voor intercontinentale containerschepen en een rechtstreekse verbinding met het Vietnamese Vung Tao. Daarnaast beschikt Zeebrugge ook over 900.000 kubieke meter temperatuurgecontroleerde opslagcapaciteit, waarvan 345.000 m³ diepvries. Tot slot is er een eigen visveiling, waar de pangasius dus kan worden verkocht.

De haven van Zeebrugge ontvangt nu al een deel van de pangasiusfilet uit Vietnam, volgens Coens ongeveer 8.000 ton per jaar. Dat zou in de toekomst fors kunnen toenemen: het land exporteert jaarlijks tussen 150.000 tot 200.000 ton naar Europa. Vasep engageert zich nu om haar leden via Zeebrugge te laten importeren.

Het akkoord dat Crevits en Coens ondertekenden, zal zeker extra banen opleveren, maar het is moeilijk te becijferen hoeveel precies.

Slechte reputatie van pangasius

De pangasius uit Vietnam heeft een niet te beste reputatie. In 2010 opende de Europese Commissie nog een onderzoek naar de omstandigheden waaronder de vis gekweekt werd in Vietnam. Uit een rapport van een Nederlandse voedseltechnoloog was gebleken dat er zware metalen, zoals kwik, arseen en lood, zitten in het water en de grond van de Mekong waar pangasius wordt gekweekt. Onder meer kwik kan zich ophopen in het lichaam van de vissen en kan zo op het bord van de consument belanden.

In de onmiddellijke nabijheid van de kweekvijvers vond de voedseltechnoloog gewasbestrijdingsmiddelen en middelen die de grondsmaak van de vis moeten camoufleren. De Mekong is een van de zwaarst bevuilde rivieren ter wereld. Er worden te veel vissen voor de kweek in de rivier gegooid, de vrouwelijke vissen zouden worden ingespoten met hormonen om sneller en meer eieren te leggen. Wanneer de vis gevangen is, zou die ingespoten worden om het gewicht te verhogen en de vis langer houdbaar te maken.