Er zijn wél stoute kinderen - Kolet Janssen

Ik heb heel lang in Sinterklaas geloofd, om precies te zijn tot afgelopen zaterdag. Tijdens zijn intrede in Antwerpen viel de Sint voor mij radicaal van zijn voetstuk. Want toen hoorde ik hem een grove leugen uitspreken: ‘Er zijn geen stoute kinderen!’ Ik stond perplex. Was de Sint zijn vermogen verloren om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden? Zelfs een klein meisje op het journaal zag meteen dat de heilige man zich vergiste, toen ze ruiterlijk toegaf dat ze soms best wel eens stout was.

Bent u altijd braaf? Van alle mensen die ik ken, mezelf incluis, is er niemand altijd lief. Van oud tot jong zijn we regelmatig behoorlijk gemeen. Mijn hoogbejaarde moeder geeft af en toe een doelbewuste venijnige sneer, ook al beseft ze glashelder dat ze dan niet lief is. Ikzelf en mijn leeftijdsgenoten kijken regelmatig de andere kant op om te vermijden dat we moeten opkomen tegen discriminatie of inspringen om iemand te helpen. Jongeren vertikken het soms om rekening te houden met elkaar of met tragere medeburgers. Zelfs kleuters gaan wel eens over lijken om het favoriete speeltje op het speelplein te bemachtigen. En allemaal weten we heel goed dat dit ‘stout’ is. Al naargelang ons karakter en de situatie hebben we er spijt van en nemen we ons voor om het beter te doen. En dat lukt ook, met vallen en opstaan.

Ongelooflijk dat het net Sinterklaas is die dit diepe ingewortelde verlangen om goed te zijn van ons wil afnemen. Zijn grote boek kan hij voortaan beter in Spanje laten, want als niemand stout is, valt er ook niets meer te noteren. Nochtans kan elke mens een regelmatig duwtje in de rug gebruiken om zijn betere ik aan bod te laten komen. Een paar sturende woorden van ouders en opvoeders, een relativerende opmerking van partner of vrienden, een druppel levenswijsheid uit een of andere grote traditie, dat alles kan helpen om mensen dichter bij hun goede kant te laten leven. Sinterklaas was ook zo’n duwtje in de rug. Maar in onze tijd lijkt hij te passen voor die eeuwenoude rol.

Waarom vinden we het zo moeilijk om onder ogen te zien dat elke mens een onontwarbaar kluwen is van goed en kwaad? Dat leven als eerlijke en sociale mensen niet vanzelf gaat, maar aangeleerd moet worden? Dat het goede, maar ook het kwade in elk van ons nooit ver weg is? Dat we verantwoordelijk zijn voor wat we doen, of het nu goed of kwaad is? Soms lijkt het alsof we collectief ons hoofd in de zak van Sinterklaas steken en doen alsof we het kwaad niet zien. Maar zo’n houding is nooit de oplossing gebleken voor de problemen die er toch zijn.

Afgelopen zaterdag was er niemand die de Sint tegensprak. Zelfs de burgemeester van Antwerpen niet, die van tegenspreken toch een soort hobby heeft gemaakt. Iedereen juichte. Want net als de Sint zijn wij allemaal bang van stoute kinderen. Bang van het kwaad dat in alle mensen en dus ook in onszelf zit. We trillen op onze benen als we beseffen dat zelfs kinderen stout kunnen zijn. Was de Sint maar een beetje moediger. Dan zou hij, streng en vriendelijk tegelijk, iets kunnen zeggen als: ‘Wie zoet is, krijgt lekkers.’ Dan zou het voor iedereen duidelijk zijn dat het niet om het even is wat je met je leven doen. Dat het wel degelijk verschil maakt hoe je anderen behandelt. Want er is niets verkeerd met een beetje je best doen. Dat is toch ook wat alle ouders dagelijks aan hun kinderen proberen mee te geven. Een beetje steun van de Sint zou daarbij welkom zijn. Hopelijk herpakt de Sint zich nog en komt hij terug op zijn domme uitspraak. Het zou de cadeautjes in onze schoen op 6 december extra glans geven.

(Kolet Janssen is jeugdauteur, oud-lerares, (pleeg)moeder en oma.)
 

lees ook