Hardhandig leger in Egypte - Annabell Van den Berghe

Vandaag worden in Egypte de zware clashes op Mohamed Mahmoud herdacht die in 2011 plaatsvonden vlakbij het Tahrirplein. Tijdens een demonstratie tegen de Hoge Militaire raad, die op dat moment over het land regeerde, kwamen minstens 35 betogers om het leven. Eén van de prominente figuren die in deze raad zetelde was huidige generaal Abdel Fattah al-Sisi.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Hoewel al-Sisi medeverantwoordelijk wordt geacht voor de dood van deze demonstranten, werd er opgeroepen om die dag massaal op straat te komen om steun te betuigen voor de strijd tegen terrorisme en daarmee ook voor het optreden van generaal al-Sisi. Deze oproep past perfect binnen het beleid en de propagandastrijd die het leger voert sinds voormalig president Mohamed Morsi begin juli van dit jaar werd afgezet.

Maar terwijl het leger in Caïro door het grootste deel van de bevolking op handen gedragen wordt, brengt het elders in het land ernstige verwoestingen toe.

Ondertussen en zonder camera's

Verkoolde meubels, steenpuin en scherpe glasscherven. Het is het enige dat nog rest nadat luchtaanvallen zo’n zestig huizen in het Egyptische Mehdija, een dorpje in El-Arisj, met de grond gelijk hebben gemaakt.

De provincie El-Arisj ligt in het noorden van de Sinaï, vlakbij de grens met Gaza. Het is het gebied dat de Egyptische veiligheidsdiensten tot prioriteit hebben gemaakt in hun strijd tegen islamistische strijdgroepen, die sinds de coup van juli tegen president Mohamed Morsi extra actief zijn in de regio. Het leger bombardeerde in de afgelopen maanden verschillende dorpen, wat tientallen (burger)levens eiste.

Dat krijg je ervan als je opereert als een olifant in een porseleinkast, stelt Ibrahim Meneai, leider van één van de grootste bedoeïenenstammen in de Sinaï-regio. “De veiligheidsdiensten kennen de regio niet, en hebben er absoluut geen controle over. Ze bombarderen alles wat beweegt of stilstaat en maken geen onderscheid tussen militanten of burgers.”

Maar de burgerdoden halen het Egyptische nieuws niet. Sinds de militaire staatsgreep in juli controleert het leger de berichtgeving strenger dan ooit. De noordelijke Sinaï is volledig afgezet en bestempeld als militaire zone, verboden te betreden. Journalisten komen er alleen in via een onmogelijk parcours door de woestijn en onbetaalbare fooien, en worden opgepakt als ze worden gesnapt.

Berichtgeving uit de regio is er daardoor nauwelijks. Zowel de Egyptische kranten als de televisie – door de nog altijd actieve avondklok is de meerderheid van de Egyptische burgers urenlang aan de beeldbuis gekluisterd – berichten over terroristische aanslagen en over het heldhaftige optreden van de veiligheidsdiensten. Over onschuldige slachtoffers geen woord.

Omgekeerd effect

Het leger wordt in Caïro op handen gedragen, maar in de Sinai groeit de weerzin tegen de veiligheidsdiensten. Neem iemand als de lokale boer Karim – hij verloor zijn land en zijn hoop. “Op een dag viel het leger mijn huis binnen. We moesten allemaal het huis verlaten en toezien hoe het huis met explosieven verwoest werd. Mijn oudste zoon werd opgepakt, verdacht van terrorisme. Hij was twaalf, hoe kun je nu een kind beschuldigen van terrorisme?”

Zo kunnen de legeracties wel eens een averechts effect hebben, vreest imam Aboe Ahmed Mohamed. Hij erkent dat er terroristische groeperingen in de regio aanwezig zijn. “De bedoeïenen hebben zich daar nooit mee ingelaten. Maar door de burgers slachtoffer te maken, wekt het leger geen sympathie op in de regio. Steeds meer jonge mannen overwegen zich bij de islamitische strijders te voegen. Ze worden dagelijks met de dood bedreigd, en nemen dan liever deel aan de strijd zodat ze zich tenminste kunnen verdedigen”, zucht de imam.

Die trend kan nog eens versterkt worden door een andere ontwikkeling in El-Arisj. In het kader van de veiligheidsoperaties sluit het leger de smokkeltunnels naar Gaza voortdurend af, uit vrees dat die gebruikt worden om wapens vanuit Gaza de Sinaï in te smokkelen. Tegelijkertijd vormen de tunnels één van de voornaamste bronnen van inkomsten voor de bedoeïenen, die olie en andere producten verkopen aan hun buren in Gaza. Nu voor velen het inkomen wegvalt, zoeken ze alternatieven. Zich aansluiten bij de terreurgroeperingen is alvast een reële optie.

Imam Mohamed ziet het donker in. “Ik vrees dat de veiligheidsdiensten enkel meer geweld veroorzaken.” Bedoeïenenleider Meneai sluit zich bij de geestelijke aan. “Geweld werkt enkel meer geweld in de hand. Uitsluiting werkt enkel meer uitsluiting in de hand.”

(De auteur is freelance journaliste en pendelt tussen België en Egypte.)