Alabama verleent drie "Scottsboro Boys" na 80 jaar gratie

Na meer dan 80 jaar heeft de Amerikaanse staat Alabama drie zwarte jongeren die onterecht voor verkrachting veroordeeld waren, postuum gratie verleend. De zaak van de zogenoemde "Scottsboro Boys" werd een symbool voor het racistische karakter van de gerechtsgang in de zuidelijke staten van de VS. Toen de zaak in de jaren 30 voorkwam, bestond de jury volledig uit blanke mensen.

In 1931 raakten negen zwarte jongeren betrokken bij een handgemeen tijdens een treinrit en werden daarna beschuldigd van de verkrachting van twee blanke vrouwen. Acht van de jongeren kregen de doodstraf, maar het Hooggerechtshof maakte dat vonnis voor vijf van hen later weer ongedaan. De Supreme Court was van oordeel dat beklaagden recht hadden op een passende juridische vertegenwoordiging voor het gerecht en dat zwarte burgers niet langer systematisch konden worden uitgesloten als jurylid.

Nadat een van de vermeende slachtoffers haar verklaringen opnieuw had ingetrokken, werden de veroordelingen van vijf jonge mannen al in 1937 verworpen. De overige drie werden echter opnieuw veroordeeld en kwamen pas tientallen jaren later vrij. "Deze gratieverleningen hebben lang genoeg op zich laten wachten", zei de gouverneur van Alabama, Robert J. Bentley na de bekendmaking van het nieuws van de gratie. "Vandaag hebben de Scottsboro Boys eindelijk gerechtigheid gekregen." Alle "Scottsboro Boys" zijn lang geleden overleden.