Vluchtelingencrisis in Bulgarije - Jan Balliauw

In een vroegere school voor houtbewerking heeft de Bulgaarse overheid in allerijl een vluchtelingenkamp ingericht. Het kamp was bedoeld voor maximum 500 vluchtelingen, maar intussen zitten er al 850, bijna allemaal vluchtelingen uit Syrië. Buiten staan twee bewakers en twee politieagenten maar die doen geen moeite om ons tegen te houden. De grote baas van het Bulgaarse vluchtelingenagentschap, oud-kolonel Nikolaj Tsjirpanlijev, had me eerder in een interview verzekerd dat hij sinds zijn aantreden begin oktober volledige openheid nastreeft. Het blijken geen loze beloftes te zijn.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

De commandant van het Voenna Rampa vluchtelingenkamp, Pepi Dzjoerenov, ook een oud-kolonel, ontvangt ons met open armen. “Ga maar een kijkje nemen, ik kom zo dadelijk,” zegt hij tegen me in het Russisch dat bij oudere mensen in Bulgarije nog altijd de tweede taal is.

Een man in een militair uniform, vermoedelijk ook een oud-militair, toont ons de weg naar de ingang. Het valt meteen op dat het schoolgebouw lang heeft leeg gestaan. De verf op de muren bladdert af. Onze begeleider toont ons een zaal op het gelijkvloers waar we Ibrahim aantreffen, een goedlachse man die Engels en Russisch spreekt. Hij fungeert een beetje als tolk en contactpersoon tussen de vluchtelingen en de kampcommandant. “Hier leven 57 mensen,” zegt hij tegen me. In de zaal hangen enkele doeken die wat privacy geven. De vluchtelingen slapen gewoon op matrassen op de grond. Het is vandaag redelijk warm buiten, rond de 15 graden, maar toch is het koud in de zaal.

Schrijnende omstandigheden

Ibrahim is bereid om ons te gidsen door het gebouw. Onze Bulgaarse begeleider is intussen verdwenen. Op een geïmproviseerd vuurtje is een man een soort tomatenpuree aan het maken. De vluchtelingen krijgen maar sporadisch voedselhulp. Om te kunnen eten, leggen ze wat privé-geld samen waarmee ze voedsel buiten het kamp kopen.

Op de eerste verdieping zijn de omstandigheden zo mogelijk nog schrijnender. Daar wonen 350 mensen in enkele grote klaslokalen, tot 70 personen per lokaal. Ook hier zorgen alleen opgehangen doeken voor enige afscheiding tussen de verschillende families. In elke zaal is een elektrisch vuurtje waarop de vluchtelingen om beurten eten kunnen klaarmaken. Een man toont ons zijn familie. Een vijftal kinderen zitten samen met zijn vrouw te eten op de grond. Een van de kinderen is tien maanden oud. Tegen de muur zit een jonge vrouw met een baby op haar schoot. Ze vertelt Ibrahim dat ze 10 dagen na de geboorte is gevlucht uit Syrië. Bij het overschrijden van de Bulgaarse grens is ze gearresteerd en moest ze enkele dagen in een cel doorbrengen. “Ze voelt zich slecht maar ze wil dat haar kind hier papieren krijgt zodat zijn toekomst er beter uitziet,” vertaalt Ibrahim.

Beter dan sterven in Syrië

Op de gang zijn twee toiletten, een voor mannen en een voor vrouwen. De stroom is afgesloten uit vrees voor een kortsluiting. Er is een lekkende afvoer op de tweede verdieping en het afvalwater sijpelt hier door. Als ik Ibrahim vraag of ze hier wel kunnen leven, zegt hij meteen dat dit nog altijd beter is dan sterven in Syrië.

Hij heeft zelf een mooi huis in Damascus achtergelaten om te ontsnappen aan de gevechten. De chemische aanval van eind augustus was voor veel vluchtelingen de druppel die de emmer deed overlopen, zegt hij me, want tegen chemische wapens kun je je niet verdedigen. Ze zijn naar Bulgarije gekomen via Turkije waar de kampen overvol zitten. Bulgarije heeft een gemeenschappelijke grens met Turkije van meer dan 200 kilometer en die is redelijk poreus. Het land is voor de meeste vluchtelingen hier maar een tussenstop naar hun einddoel, een van de EU-lidstaten in het rijkere noorden.

Gezondheidszorg is dringend probleem

De kampcommandant komt ons tegemoet op de gang. Hij wordt meteen aangesproken door een oudere vrouw met hoofddoek. Ze overhandigt hem een briefje maar de kampcommandant begrijpt niets van wat ze zegt. Hij roept Ibrahim erbij. Die heeft al vlug door wat het probleem is. De vrouw is naar het ziekenhuis geweest en de dokter heeft gevraagd dat de commandant hem zou bellen, zegt hij in het Russisch tegen de commandant. Die belooft de dokter te bellen.

Gezondheidszorg is een van de meest dringende problemen voor de vluchtelingen. Er is geen permanente medische bijstand en de vluchtelingen mogen alleen maar in noodgevallen naar het ziekenhuis. Dat is vragen om moeilijkheden met zo veel verzwakte mensen opeengepakt in nauwelijks verwarmde zalen. Donderdagochtend klaagt een 35-jarige man over pijn in de hartstreek. De commandant zegt hem dat de dokter een dag later zal langskomen, maar de man overlijdt na enkele uren aan een hartaanval. Artsen zonder Grenzen is nu een project voor medische opvang opgestart, en vanaf eind volgende week zou in twee kampen een volledig medisch team 6 dagen op 7 aanwezig moeten zijn.

Al bijna 10.000 vluchtelingen

Nikolaj Tsjirpanliev is een man van daden maar de nieuwe baas van het vluchtelingenagentschap staat voor een enorme uitdaging. Het overheidsorgaan stond tot voor kort bekend als een resort, vanwege het weinige werk dat ze hadden met de iets maar dan 1000 vluchtelingen per jaar. Nu zijn er op enkele maanden al bijna 10.000 het land binnengekomen. “Alles is een paar maanden geleden begonnen en we lopen achter op de feiten,” zegt hij me. De regering heeft de staf van zijn agentschap uitgebreid maar de aanwerving van het nieuwe personeel vraagt tijd, en intussen blijven de vluchtelingen toestromen waardoor eigenlijk nog meer personeel nodig is.

De baas van het vluchtelingenagentschap steekt niet onder stoelen of banken dat zijn land dringend hulp nodig heeft van de Europese Unie om deze crisis op te lossen. “Het is ook een probleem van de Europese Unie, want 80 procent van de vluchtelingen wil naar West-Europa. We doen ons best, maar zonder hulp van de Europese Unie zal het moeilijk worden om deze crisis te beheersen.”

Vrijdag bezochten de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, Antonio Guterres, en Europees Commissaris Georgieva, zelf een Bulgaarse, het kamp Vrazjdebra in Sofia en riepen op tot Europese solidariteit. De Syrische vluchtelingen in de kampen kunnen alleen maar hopen dat de Europese molen snel in gang schiet want de winter staat voor de deur en dat zal hun precaire levensomstandigheden alleen nog maar verslechteren. Ze hebben een magere troost: door hun massale aanwezigheid in een EU-lidstaat is de Syrische vluchtelingencrisis nu meteen ook echt een Europees probleem geworden.

(De auteur is buitenlandredacteur bij VRT Nieuws.)