Moet de regering de kastanjes uit het vuur halen? – Guy Janssens

Monica De Coninck voor en na: vorige maandag mengde de minister zich in het debat over de carrière-opbouw van de Belgische werknemers. Onze carrière-opbouw is lichtjes kaduuk: klassiek gaat die nog altijd lineair in stijgende lijn. Jongeren verdienen weinig en ouderen veel, om het een beetje kort door de bocht te stellen. Dat zou best wat worden aangepast, vond De Coninck, omdat jongeren nu eenmaal meer onkosten hebben: een gezin starten, een huis bouwen, enz.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

En naar ’t eind van de week lag ze onder vuur bij de werkgevers omdat ze een wetsontwerp heeft ingediend had dat stelt dat werkgevers die bij herstructurering buitenproportioneel veel oudere werknemers willen ontslaan een sanctie zouden kunnen krijgen. Tekenend voor de sfeer in het sociaal overleg? De minister van werk komt regelmatig tussenbeide met ideeën die het sociaal overleg voeden. Zoals ze uiteindelijk ook de gordiaanse knoop over het dossier arbeiders en bedienden heeft doorgehakt, al is daar het laatste woord nog niet over gezegd: het ineenpassen van die statuten vereist nog behoorlijk wat gesleutel.

Jongeren meer, ouderen minder?

Onze loopbanen waren destijds op leeftijd gebaseerd; je verdiende weinig als je begon, en meer als je eindigde. In de veronderstelling, zoals dat vroeger vaak was, dat je in een bepaald bedrijf in een bepaalde functie begon en daar je hele verdere leven in bleef.

Maar die vlieger gaat niet meer op. Niet de leeftijd, wel de ervaring telt nu, omdat Europa geen discriminatie naar leeftijd meer duldt. Maar in de praktijk maakt het niet zoveel verschil. Carrières gaan nog altijd in stijgende lijn. ‘Ervaring’ is nu de leidende term: je mag meer verdienen naarmate je meer ervaring hebt.

Maar ervaring komt met de jaren, dus in feite gaat het hier om dezelfde soort van carrières maar dan anders verpakt. En zo’n carrière spreidt zich – afhankelijk van de sector en het soort van baan – nog altijd uit over een periode van pakweg twintig tot dertig jaar. Waarom die stijging niet in de tijd beperken, wordt door sommige arbeidsmarktdeskundigen geopperd. Bijvoorbeeld tot tien jaar. De eerste tien jaar van je carrière zou je loon in stijgende lijn gaan. Nadien zou het aftoppen, wat ook een aanmoediging zou kunnen zijn om over te stappen naar een nieuwe, beter betaalde functie.

Alleen productiviteitswinst vergoeden?

Over productiviteitswinst kan je eindeloos debatteren. Die zal altijd verschillen naargelang van de functie. In sommige jobs zal je de eerste tien jaar van je carrière de grootste productiviteitswinst maken. Nadien heel wat minder. Dat zou ervoor pleiten om de sterkste loonstijging in die eerste tien jaar toe te kennen. Nadien minder of geen stijging meer. In het huidige debat rond flexibiliteit is de toon dat je niet meer je hele leven in dezelfde carrière moet blijven zitten. Je moet op tijd switchen, van baan, van bedrijf, om zo een op maat gesneden carrière-opbouw te kunnen doen.

‘We moeten toch aanstippen dat voor arbeiders de situatie anders ligt’ zegt Marc Leemans, ACV. ‘We hebben méér dan 1 miljoen arbeiders, en die hebben deze baremastructuur niet’. Arbeiders werken tegen een uurloon, en daar ziet de carrière-opbouw er heel anders uit. Een probleem dat uitdovend zou moeten zijn op ‘t moment dat het eenheidsstatuut een feit is, en er niet meer over arbeiders en bedienden, maar over werknemers zal worden gesproken. Benieuwd of deze verandering ook een nieuwe impuls zal geven aan het loopbaandebat.

(De auteur is VRT-journalist en presentator van de Vrije markt)