Over het leven in spannende tijden - Jan Van Duppen

‘Moge jij leven in spannende tijden!’ is een aloude Chinese vervloeking. De bewoners van het Rijk van het Midden wisten waarover ze spraken want oorlogen, natuurrampen, hongersnoden en epidemieën maken gedurende millennia deel uit van hun collectief bewustzijn.

Vandaag beleven we ook in het westen op grote schaal spannende tijden. Indien nog niet thuis dan toch wel op de beeldbuis als venster op de wereld. Wij worden geboren in de illusie dat de wereld van ons is.

Volwassen beseffen we dat wij behoren tot die wereld. Oud worden betekent dat we niet meer van deze wereld zijn.

Het versnellen van de tijd

Een opgroeiend kind taalt doorgaans naar boeiende belevenissen. Met het klimmen der jaren versnelt de tijd en breidt ons vogelperspectief uit. Je krijgt een ruimere blik over vroeger en nu, over hoe keuzes en toevalligheden achteraf bepalend bleken.

Indien ons geheugen niet al te selectief één waarheid vereert, krijgen we ook meer zicht op veranderingen in het verleden. Het leidt tot meer begrip van het heden. Wie onthoudt wat is geschied, is niet gedoemd tot herbeleven. We hoeven niet te schuilen in afgelegen natuurgebieden of te verdwijnen in desolate bejaardentehuizen wanneer we er met meer jaren steeds minder toe doen.

Paradigmaverschuiving

Vandaag beleeft Nederland spannende tijden. Als participerende observator ziet een huisarts hoe zich een heuse paradigmaverschuiving voordoet.

Het was trouwens een Rotterdamse natuurkundige, Hendrik Kramers, zoon van een respectabele huisarts, die bijna honderd jaar geleden als eerste wetenschapper tekenen van ommekeer in de fysica opmerkte. Thomas Kuhn zou in de jaren zestig van de vorige eeuw paradigmaverschuivingen als ontwikkelingsproces bij wetenschappelijk denken omschrijven. Gekende theorieën blijken steeds meer te lijden onder nieuwe verschijnselen waardoor andere verklaringen de overhand krijgen.

In spannende tijden barsten oude waarheden en dwingen nieuwe fenomenen tot betere inzichten. Zo ook in de maatschappijleer waarmee samenlevingen beschreven worden.

Het jaarwoord van 2013

‘Participatiesamenleving’ werd door de nieuwe Oranjevorst gebezigd in de troonrede en meteen scoorde hij het woord van het jaar 2013, nog vóór begrippen als ‘pietiesie’ en ‘socialbesitas’, ‘sletvrees’ en ‘shariawijk’.

Koning Willem-Alexander verwoordde het regeringsstandpunt van liberalen een sociaal-democraten: ‘Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven’.

De ooit zo geroemde verzorgingsstaat takelt af door een epidemie van sociale obesitas. Solidariteit met zwak of behoeftig werd van overheidsopdracht en caritatief vertier tot een verslavend mantra. Gezondheid en ziekte, vaardigheden en gebreken, werk en werkloosheid, rijkdom en armoede, geluk en eenzaamheid worden tot individuele verantwoordelijkheden herleid.

Bijstand

Deze participatiesamenleving begint intussen bij de hervorming van de bijstand. In ruil voor 926,47 Euro maandelijks komen er lagere uitkeringen wanneer er meerdere gegadigden in één huishouden wonen. Wie eigendommen in Nederland of spaargelden heeft of een partner die werkt, moet daarop teren alvorens bijstand kan worden gevraagd. Alleenstaande ouders met jonge kinderen krijgen nu ook sollicitatieplicht. Wie geen passend werk aanvaardt, wie geen gepaste kledij draagt, wordt drie maand gekort op de bijstand. Na het einde van een werkloosheidsuitkering, volgt een maand van gratis werkzoektijd en iedereen wordt verplicht vrijwilligerswerk te aanvaarden. Agressief gedrag tegen de ambtenaar van sociale zaken leidt tot het verlies van de uitkering.

De verzorgingsstaat groeide uit driekwart eeuw centralisatie van sociale en ziekteverzekeringen onder het motto dat met meer bijdragende deelnemers grote risico’s makkelijker gespreid en gedragen kunnen worden. Het sociale vangnet scheurde echter onder druk van de financiële crisis en de economische krimp, maar ook door oneigenlijk gebruik.

Bedrijven ontdeden zich goedkoper van hun oudere of overbodige werknemers, die na 38 maanden werkloosheid in de bijstand werden geduwd. Elf procent van de niet-westerse allochtonen of 209.390 immigranten ontvingen in 2011 bijstandsuitkering tegen 186.460 of 1,7% van de autochtone bevolking.

Informele economie

Deze cijfers veranderen echter snel omdat bij de voorbereidende maatregelen om de verzorgingsstaat op te breken de bijstand werd gedecentraliseerd tot het niveau van de gemeenten. Net zoals de thuiszorg. Om hun financiën op orde te krijgen korten de Nederlandse gemeenten nu op hun uitgaven aan bijstand en zorg. Hierdoor krijgt de informele economie ook nieuwe ruimte en mogelijkheden.

Ruim een halve eeuw was de illusie van de verzorgingsstaat de steenrots waarop de hooggestemde sociaal- en christen-democratische idealen werden gebouwd. Vrijheid en blijheid werd geproclameerd tot het hoogste individuele goed. De consumptiemaatschappij werd geboren.

Gezins- en familieverbanden verbleekten. Eén-ouder gezinnen leken de norm. Op het wereldwijde web kan iedere individuele gebruiker geïdentificeerd en als consument benaderd worden.

Maar dit mega-bouwwerk blijkt intussen een toren van Babel. Wanneer de centrale overheid niet langer staat voor idealen van gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid, barsten de vele lagen solidaire vernis.

Zeker in die Noord-Europese landen waar de bevolking - op protestantse leest geschoeid - de overheid ziet als een creatie van en voor burgers die deelnemen aan de samenleving.

Familiale netwerken

Elders in Europa - zeker in Italië en België - overleeft nog een oude traditie van wantrouwen tegenover de centrale overheid, haar beloftes en haar eisen.

In spannende tijden van grote transities naar een participatiesamenleving zullen in deze landen familieverbanden weer opbloeien. Kinderopvang, zorg voor zieken en ouderen, het ontwijken van de lasten en delen van informele inkomsten zal leiden tot een herwaardering van generatiegezinnen. Niet alleen op het platteland en bij allochtone gemeenschappen.

Maar dat betekent ook een grotere sociale controle en familiale cohesie voor wie een betere toekomst probeert op te bouwen, ook voor de nakomelingen.
In de participatiemaatschappij zal ieders netwerk vooral familiaal heten en in kleinere (dorps-)gemeenschappen floreren. Voor kinderen en bejaarden is dit wel een veiligere omgeving om vertrouwen op te bouwen.
In een stedelijke omgeving betekent dit intensievere netwerkrelaties, meer segregatie en uitsluiting. Het kan ook een sterker vangnet vormen voor een haalbare economische dynamiek zonder terug te plooien op zichzelf. Economisch verkleurt een participatiesamenleving in vele tinten grijs.

‘Als we niet zouden weten van de dood, zouden we ook niets weten van geluk, want als we niet zouden weten van de dood, zouden we geen voorstelling hebben van de waarde van onze beste gevoelens, we zouden niet weten dat sommige daarvan nooit terugkeren en dat we ze alleen in het nu volledig kunnen begrijpen. Eerder was ons dat niet beschoren, daarna zou het te laat zijn.’ Gajto Gazdanov, Het fantoom van Alexander Wolf.

(De auteur is huisarts in Rotterdam en voormalig parlementslid voor de SP.A.)

lees ook