Ozark en dodelijke leegte - Walter Van Steenbrugge

Geconfronteerd worden met verdachten die gedood hebben of met slachtoffers die achterblijven na verlies van een intimus, behoort tot het leven van de actor van het strafproces. Het zijn steeds moeilijke momenten om een nabestaande in duizend stukken te zien breken als hij navertelt hoe het leven van een geliefde door de hand van een ander werd weggerukt of weggeschoten.

Een grote stilte onderbreekt vaak het gesprek als een verdachte in de consultatieruimte van zijn advocaat zijn verdriet uit en hulpeloos voor zich uit staart.
Door de frequentie van dit gebeuren geraakt men als dienstverlener aan dit harde patroon ei zo na gewend. Soms helpt die gewenning ook de advocaat, niet zelf geblokkeerd geraken door emotie die voor hem geen optie is.
Iedere volgende zaak is voor de volgende cliënt de belangrijkste van zijn leven en dus dient de advocaat snel te schakelen en na het gedeelde verdriet terug in strijdmodus te komen.

Gewenning als vluchtpad

Wat evenwel nooit went, is de dodelijke leegte na een verkeersongeval.

Ik zie twee redenen hiervoor:

Vooreerst is er de factor van het compleet onverwachte. De keel wordt dichtgesnoerd als een ouder vertelt hoe hij zijn kind ‘s ochtends fris en blij met de fiets naar school ziet vertrekken en enkele uren later moet vernemen dat het de laatste keer was dat hij zijn kind levend heeft gezien.

Terwijl bij vele halsmisdrijven de “passage à l’acte” een culminatiepunt is geweest van aanslepende en zichtbare, of van onderhuids woekerende, problemen en men de fatale daad van agressie enigszins voelde aankomen, is de dood van het verkeersslachtoffer ingrijpend intrusief.

Een gemene, snoeiharde kastijding, niet meer omkeerbaar en voor de geest en het fysieke lichaam van de mens niet, en zelfs in vele gevallen nooit meer, verteerbaar.

De levenslust is bij hen definitief weggezogen.

De specifieke rouw die blijvend kleeft aan verkeersslachtoffers ligt ook vervat in de steeds terugkerende gedachte dat het ongeval vermijdbaar is geweest.

Schijn van bagatellisering

In het weergaloze rouwepos “Tonio” beschrijft A. F. Th. van der Heijden, vader van een door een wagen opgeschepte fietsende zoon, diverse hypothesen hoe Tonio aan het dodelijke ongeval had kunnen ontsnappen.
Hypothesen als folterende dwanggedachten die de auteur en ongetwijfeld ook menig ouder van verongelukte kinderen kwellen, zoals Tantalus uit de Griekse mythologie, die ondanks al zijn verwoede pogingen daartoe, verhinderd werd te eten en te drinken.

De plaats die justitie aan deze verkeersdrama’s en -trauma’s biedt, is vaak ondermaats en problematisch.

De grondigheid waarmee menig onderzoek wordt gevoerd is helaas al te vaak ver te zoeken.

Verkeersongevallen zijn niet enkel heel technisch en vereisen dus een doorgedreven specialisatie, maar ook de omstandigheden die de dader en het slachtoffer tot die fataliteit brachten, dienen best oordeelkundig in kaart gebracht.

Wanneer een dodelijk verkeersongeval uiteindelijk voor de rechtbank wordt gebracht, ziet men niet zelden dat die zaak wordt afgeserveerd tussen tientallen andere zaken die dikwijls een totaal andere maatschappelijke affiniteit vertonen.

Nabestaanden van dodelijke verkeersslachtoffers in de zaal tussen enkele snelheidsduivels of verstrooide en/of hardleerse parkeerpiraten : het geeft een heel raar gevoel, een schijn van bagatellisering.

Een nummertje

Dit onbehaaglijk gevoel wordt nog versterkt als in een latere fase het verdict valt en de schadevergoedingen worden geproclameerd waarbij het mensenleven wordt gedevalueerd al ging het om een kras op het koetswerk van een gemotoriseerd voertuig.

De snelheid van afhandeling is dikwijls recht evenredig met de snelheid waarmee het noodlot ongenadig op de weg toesloeg. De enorme impact voor de dader en het slachtoffer van een dodelijk verkeersongeval op het latere leven en op hun beider verwerking verdient meer dan een nummer te zijn rond de klok van negenen ergens in een zaaltje van een Politierechtbank.

Het zou gepast zijn, en van meer beschaving getuigen, als men dergelijke zaken meer ruimte en tijd gaf. Aparte zittingen bijvoorbeeld in de namiddag of tijdens de vooravond, en niet geplet als stukwerk tussen de vele andere zaken.

Hommage

Ozark Henry heeft zopas zijn single “21 grams short” opgedragen aan de slachtoffers van verkeersongevallen en daarmee op een heel originele en sprekende wijze een nieuwe campagne (‘Go for zero’) van het Belgisch Instituut Voor Verkeersveiligheid (BIVV) op gang getrokken. Hij zag het als een grote en zware verantwoordelijkheid om een hommage te brengen aan dat soort van slachtoffers en zat daarvoor samen met de ouders van verongelukte kinderen (OVK).

Ozark Henry, eenvoudige Kortrijkse kerel, begenadigd muziekvirtuoos, werd ooit geadoreerd door de meester zelf, David Bowie.

Ik was al langer fan, nu nog meer.

(De auteur is strafpleiter.)

lees ook