Wij, het volk - Celia Ledoux

In Warschau loopt de top. Hij wordt onproductief genoemd door de een en hoopvol door de (weggelachen) ander. Hij wordt gesponsord door General Motors en Arcelor Mittal; het is niet onlogisch dat hij wordt doodgezwegen.

Wij hebben een klimaattop teveel gezien zonder effect. We weten dat het menens is.
Wij, het volk, laten u toplui achter.

Wij zijn lulletjes rozewater. Zelden kwaad op onze kleuters. Maar als ze de kraan te ver open draaien raken we geïrriteerd. Water komt van de natuur, zeggen we, en we zijn er spaarzaam op. Onze kinderen zullen over “het milieu” misschien dezelfde schuldgevoelens hebben als onze ouders over handen boven de lakens.
Tant pis. Wij leren ten minste schuldgevoelens aan met een beetje toekomstvisie.

Wij weten hoeveel multinationals vervuilen en hoe weinig belastingen ze betalen. We krijgen buikpijn van Fukushima en vragen ons af waarom in vredesnaam die kernuitstap al tientallen jaren opschuift. Wij berekenen grofweg voedselkilometers. We vermijden tonijn (sterft uit), vissen uit welk pluimvee niet door hun poten zakt, zoeken met tegenzin voor de onsmakelijke prenten erbij info over bio-veehandel-welzijn en eten minder vlees. We horen dat slacht”lammeren” langer mogen leven dan het gemiddeld varken en beesten massaal geboren worden om direct dood te gaan. Als dat ons niet vegetarisch maakt, zoeken we naar vlees dat wel leefde en ontdekken we dat het in tegenstelling tot dat uit de Delhaize, niet naar piepschuim smaakt. Maar naar beest.
We herinneren ons de gewoonte om “een beest” te kopen en het in de vriezer te stoppen. We horen van een Umbrische varkensboer met openluchtvarkens die te adopteren zijn (weliswaar om ze, ironischer- of luguberwijze, op te eten). We kopen bij de boer, zelfs als we er niet naast wonen, en we maken een vliegreis minder. 't Is toch crisis.
We overwegen stadskippen. De school van onze kinderen heeft er al. Elke dag staan die kleuters na schooltijd op twee kiekens en een haan te gapen, de enige fauna in hun omgeving. Op de schoolplaats zou een groene muur niet misstaan.
Buiten de schoolpoort stinkt het naar uitlaatgas. Het is spitsuur en alle knorrende beesten in andere knorrende beesten willen de stad uit. Zoveel haast dat ze onze kinderen het vergassen gunnen. Het grootste verbindingsstation van België ligt één straat verder.
We bekijken het meewarig. En soms zeer rancuneus.

In een land waar smog ons één jaar per leven kost, zien we de verspilling op grote voet en kopen kleiner, lokaler, merklozer. We beseffen dat Monsanto hard lobbyt. Dat Bayer de bij gerust wil laten uitsterven voor een pesticidemerk of drie. Aangezien Europa naar hen en niet naar ons luistert, kakt ons Europees geloof erbij in. We telen in de achtertuin, gaan naar zadenruilbeurzen in ontmoetingscentra die ook gemeenschappelijke tuinen houden, open buurtserres en maandelijkse plastic-haaksessies. We smijten al eens een zaadbom en betrappen ons bij losse tegels of stukjes grond op de gedachte “zou daar een struik in passen?” We drinken lokaal, artisanaal bier. Of we brouwen zelf ons eigen al dan niet drinkbaar spul.

We lezen ons in en doen vooral veel zelf. Naaien, haken, breien. Bij “Zara kids” denken we “made by kids” erbij en maken nog maar een broekske uit oude gordijnen of vadertruien, of kopen het als de kunde ontbreekt. Niet bij Prémaman, wiens kruippakken gemaakt zijn door wie ze zelf net ontgroeid is; bij lokale thuiswerkers. We vermijden katoen met zijn water- en pesticideteelt. We recycleren kaarsen, prutsen met loog tot iets dat op zeep lijkt ontstaat, wassen met Marseillezeep of Ecover, oogsten 15 fucking onooglijke spruiten maar planten in de lente weer, zodat de kinderen leren dat fruit niet “uit de winkel” komt. We hergebruiken alles tot en met papieren zakjes tot het uiteenvalt. We vertimmeren kringloopspullen of restaureren oud design. We vragen tweedehands – en degelijker – cadeautjes aan de grootouders, die dat raar vinden. Wij geven door, ruilen op Freecycle, beginnen Facebook-weggeefgroepen en gaan naar ruilbeurzen. We zijn al die plastieken brol zat, al dat prul gemaakt op één jaar gebruik. Ikea gaat na 5 jaar kapot, wij gaan voor de eeuwigheid.
Wij brengen computers, wasmachines en mixers naar het Repair Café omdat we het godverdomme beu zijn, die zin “'t is de moeite van het maken niet waard meneer”.
En de moeite van het weggooien wel?

Wij verstellen al eens kleren ja. Wij worden uit idealistisch verzet ons eigen bomma en bompa en we beseffen dat en het kan ons geen hondsvot schelen jong.
Al verdelgen wij ons onkruid met azijn, niet met DDT.

We vinden alternatieven. Verf, textiel, parfum, verzorgingsproducten, groente zonder gifstoffen. We lezen over Nederland, waar je je eigen huis kan zetten mét bouwregels, maar ook met gerecycleerd materiaal en laagverbruik. We lezen over energie opgewekt uit afval, recyclagefabrieken die zelfs sigarettenpeuken hergebruiken, over ideeën om de plastic soep uit de zee te halen.
We weten dat het vreemde dromen zijn, en dus dromen we ze stilzwijgend.

Wij vloeken als we op de velo zitten – niet op zondag, maar van en naar ons werk. Die regen, ok, maar dat overhoop gereden worden in de smog is er nondedju teveel aan. Onze eigen auto doen we weg. Te duur, te stink, te vanalles. Hóe zit dat nu, met die nieuwe trage NMBS-dienstregeling? En hoe moet ik mijn kleine leren rijden, in zo'n stad vol file en haaienrijders? Hein?

Wij bespreken spaardouches, zonnepanelen en -boilers. We weten niet of we het helemaal snappen. Maar we willen wel. We proberen.
We horen u zeggen dat groene subsidies onbetaalbaar zijn geworden, en we zeggen niks. Wij krijgen u nooit aan uw rekker dat het onbetaalbaar is níet groen te gaan, als dat voor u alleen de kleur van centen is, en “stroom” u aan “goederen” doet denken.

Wij worden onverschillig genoemd.
Nochtans volgen wij uw politieke en corporate beslissingen. We kunnen er gewoon niet bij dat wij, de enkeling, verantwoordelijker zijn dan u. Wij zijn u niet dankbaar voor uw gebrek aan policy en uw lobby om méér vervuiling en minder belastingen. Wij zien u tegen ons kiezen.

Wij zijn klaar. Niet uit beslissingsdrang, maar omdat van uw beloftes niets komt.

Dus kom straks niet aan met uw “kijk hoe goed de burger het doet onder zelfbeschikking”. Zwijg met uw woorden van verwaarlozende ouder over desondanks geslaagd kind. Wij zijn niet vergeten dat u ons vergat. Dat u uw verrekte economie belangrijker vond dan het morgen van de mensheid.

Hou uw retoriek.

Ga de geschiedenis in als Zij die Meer Hoorden te Doen.
Kijk hoeveel het ons kan schelen.
Wij, het volk: wij zijn klaar voor de groene revolutie.

(Celia Ledoux is columniste en auteur.)

lees ook