Uitvoer voeding naar buiten EU dreigt stil te vallen

De voedingsindustrie vreest ze vanaf volgende week geen producten meer zal kunnen uitvoeren naar buiten de Europese Unie. Dat is het gevolg van de besparingen bij het Federale Voedselagentschap.
BELGA/DESPLENTER

Vorige week luidde het Federale Agentschap voor Voedselveiligheid (FAVV), zoals de instelling officieel heet, de noodklok over de zware besparingen die de overheid doorvoert. Het FAVV waarschuwde toen dat het mogelijk niet meer zijn kernactiviteiten zou kunnen uitvoeren.

Eén van die kerntaken is het afleveren van exportcertificaten die het mogelijk maken dat onze voedingsproducten worden uitgevoerd naar landen buiten de Europese Unie.

Volgens Fevia, de koepel van de voedingsindustrie in ons land, zou het FAVV vanaf 1 december geen exportcertificaten meer kunnen afleveren. Concreet zou er dan geen voeding meer uitgevoerd kunnen worden naar buiten Europa.

Fevia wijst op het grote belang van de voeding in onze industrie en voor onze uitvoer. Zowel de omzet als de uitvoer zijn de voorbije fors gestegen, merkt de federatie op, en een verstoring daarvan zou dan ook grote gevolgen kunnen hebben voor onze uitvoer en ons imago.

120.000 banen en 47,5 miljard euro omzet

Los van dat probleem met certificaten doet de Belgische voedingsindustrie het erg goed. Volgens Fevia is de omzet tussen 2005 en 2012 met 47% gestegen tot 47,5 miljard euro. Zowat de helft daarvan wordt uitgevoerd.

Deels komt dat omdat de Belgische consument erg veeleisend is en dus hoge kwaliteit kan uitgevoerd worden. In de sector werken in ons land ongeveer 120.000 mensen.

In Europa gaat de uitvoer veelal naar Nederland. Buiten Europa zijn vooral de Verenigde Staten en Japan en meer en meer ook China grote afnemers van Belgische voedingsproducten.

Wel roept de sector de Belgische overheid op om iets te doen aan de arbeids- en energiekosten die bij ons hoger zijn dan in de buurlanden.