30 jaar cel voor foltering van dochter

Een 60-jarige man uit Wevelgem is door de jury van het West-Vlaamse assisenhof schuldig bevonden aan de foltering en moordpoging op zijn toen 17-jarige dochter. Hij is veroordeeld tot dertig jaar cel. De verdediging had gepleit dat er geen sprake was van voorbedachtheid, maar de jury veegde dat argument van tafel. De man is ook schuldig bevonden aan de onmenselijke behandeling van zijn drie zonen.

In het voorjaar van 2011 werd de beschuldigde verlaten door zijn echtgenote. Hij kon de breuk niet verkroppen. Op 9 september 2011 probeerde hij via zijn toen 17-jarige dochter te weten te komen waar zijn vrouw zich schuilhield. In de garage van zijn woning in Wevelgem boeide hij haar met een touw. Ze werd aan een haak in het plafond vastgemaakt.

Het slachtoffer werd geslagen met een springtouw en een bezemsteel. De drie minderjarige zonen van de man moesten tijdens de feiten toekijken. Uiteindelijk vertelde de dochter dat haar moeder in Izegem woonde. De beschuldigde ging door met de foltering en deelde nog zes hamerslagen uit. Zijn oudste zoon en de buurman konden de hulpdiensten waarschuwen. De dochter verkeerde enkele uren in levensgevaar.

De verdediging had gepleit dat zijn cliënt zijn daden niet gepland had. De jury veegde die stelling van tafel. Ze merkten op dat hij al dagen net heel planmatig te werk ging. Zo schakelde hij zijn zonen in om het meisje op te wachten aan haar school. Hij reed ook de auto binnen in de garage, om haar elke kans op vluchten te ontnemen. De jury haalde in de motivatie ook de doodsbedreigingen aan die de beschuldigde tot drie maal toe uitte.

Zoals de procureur-generaal in zijn requisitoir had opgemerkt, kreeg de beschuldigde ook voldoende kansen om met de martelpartij te stoppen. Zelfs de tussenkomst van zijn zonen maakte geen indruk op hem. Ook over de foltering en de onmenselijke behandeling bestaat er volgens de jury geen twijfel.

De beschuldigde is veroordeeld tot een celstraf van 30 jaar. De verdediging had 29 jaar voorgesteld.