Leerkrachten gebruiken computers niet voldoende

In vergelijking met vijf jaar geleden is het aantal computers in het Vlaams onderwijs gestegen, maar de leerkrachten maken er onvoldoende gebruik van. In het lager onderwijs gebruikt 4 procent van de leerkrachten nooit een computer in de klas, in het secundair is dat zelfs 13 procent. De gegevens komen uit de nieuwe ICT-monitor van het Vlaams onderwijs die in het onderwijsblad Klasse is gepubliceerd.

De nieuwe monitor toont aan dat de technische kant van het verhaal, aanwezigheid van soft- en hardware, duidelijk verbeterd is tegenover de nulmeting vijf jaar geleden, zo meldt het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) in een persbericht.

In vergelijking met vijf jaar geleden is het aantal computers (laptop of desktop) in het Vlaams onderwijs gestegen. In het basisonderwijs is er nu iets meer dan één computer per zes leerlingen beschikbaar, in het secundair moeten slechts twee leerlingen een computer delen.

Maar wat het ICT-gebruik in de klas betreft, is het zo dat 4 procent van de onderwijzers in het lager onderwijs nooit een computer in de klas gebruikt, in het secundair onderwijs is dat 13 procent.

"Ik stel vast dat het schoentje vooral knelt bij de ICT-integratie in de klas. Toch stellen we vast dat er al heel veel gebeurd is. Met de digitalisering en tabletisering die over een paar jaar op volle toeren zullen draaien, is het belangrijk om leraars en leerlingen klaar te stomen voor digitale maatschappij van morgen", zegt minister Smet.

Een gemiddelde Vlaamse secundaire school heeft één computer, laptop of tablet per twee leerlingen in het gewoon en één per drie leerlingen in het buitengewoon onderwijs. De pc/leerlingratio in het gewoon basisonderwijs scoort lager met één per zes leerlingen. Belangrijke kanttekening hierbij is wel dat het overgrote deel van het computerpark (sterk) verouderd is, vooral in het basisonderwijs en in het buitengewoon secundair. Daar is meer dan de helft van de computers meer dan vier jaar oud. Slechts 11 procent van het computerpark is jonger dan 1 jaar.

Op het vlak van internetfaciliteiten zetten de scholen ook stappen voorwaarts. 77 procent van de basisscholen en 75 procent van de secundaire scholen beschikt over draadloos internet (tegenover respectievelijk 33 procent en 50 procent vijf jaar geleden). Wat betreft breedbandinternettoegang beschikt 86 procent van de basisscholen over breedband en in het secundair is dat 92 procent.

In ongeveer drie scholen op vier is een ICT-beleidsplan aanwezig. De meerderheid van de scholen maakt afspraken over het gebruik van sociale media, online privacyaspecten, en hoe leerlingen veilig kunnen omgaan met ICT. Opvallend is echter dat bijna een op de drie leerkrachten niet weet of dit in het ICT-beleidsplan voorkomt.

Iets meer dan 70 procent van de leerkrachten gebruikt de computer regelmatig voor lesvoorbereidingen. Daartegenover staat dat de helft van de leerkrachten de computer maar een paar keer per jaar in de les gebruikt; slechts 35 procent van secundaire leerkrachten gebruikt de computer met enige regelmaat. In het lager onderwijs gebruikt 4 procent van de leerkrachten de computer nooit. In het secundair gaat het om 13,4 procent.

Gemiddeld volgde een leerkracht in het gewoon lager onderwijs de voorbije vijf jaar 2 ICT-nascholingen en in het secundair onderwijs 3. Bovendien zijn de leerkrachten en de directies lager onderwijs niet tevreden over het technische nascholingsaanbod.

"Samen met de pedagogische begeleidingsdiensten van de verschillende koepels moet uitgeklaard worden hoe het personeel beter geprofessionaliseerd kan worden", zegt minister Smet met het oog op de toekomst. "Meer gebruik maken van de aangeboden nascholingsprogramma's is hierin een eerste stap. Bijkomende vorming van het schoolteam geven en best practices delen, moet een belangrijke taak van de ICT-coördinator worden."

"Het punt aan de horizon wordt de stap naar nieuwe vormen van leren, het zogenoemde blended learning, ondersteund door een open, gebruiksvriendelijke en flexibele ICT-infrastructuur", zegt de minister. "ICT-integratie betekent ook dat computerlokalen op termijn moeten verdwijnen. ICT is geen doel op zich. Het belangrijkste is dat jongeren van vandaag op school de gepaste competenties verwerven om zich aan te kunnen passen aan de steeds snellere veranderingen in onze maatschappij."