Rode Mutsen: links en nationalistisch - Ivan Ollevier

Parijs beeft voor de “bonnets rouges”, de rode mutsen. Niet dat de Bretonse opstandelingen al aan de poorten van de hoofdstad staan, maar de socialistische president Hollande weet dat hij alle steun kan gebruiken om hemzelf en zijn partij aan de macht te houden.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Hollande is nu al, nog geen twee jaar na zijn verkiezing, de meest onpopulaire president uit de geschiedenis. Zijn economische rapport oogt bedenkelijk: de werkloosheid heeft een recordhoogte bereikt, de belastingen zijn (alweer) gestegen, ondernemers klagen dat het Franse ondernemersklimaat rampzalig is. Ongetwijfeld heeft iemand uit zijn entourage hem al uitgelegd dat de oorspronkelijke bonnets rouges, de Bretonse rebellen uit 1675, het Lodewijk XIV heel lastig hebben gemaakt.

Op 1 november verzamelden de 21ste-eeuwse bonnets rouges met 30.000 in de stad Quimper. Vandaag wil de organisatie “Vivre, Décider et Travailler en Bretagne” een veelvoud daarvan op de been brengen, sommigen hebben het over 300.000, in het stadje Carhaix (“Karaez” in het Bretons). Carhaix telt amper 10.000 inwoners, maar de burgemeester is wel de charismatische Christian Troadec, de man die zich de voorbije weken heeft opgewerkt tot het politieke gezicht van de beweging.

Hij is overtuigd rood, met groene accenten, én een Bretonse nationalist. Tijdens de betoging in Quimper op 1 november waren veel zwart-witte Bretonse vlaggen te zien: het sociale protest heeft een echo gevonden in een nationalistisch discours, een streven naar Bretonse autonomie.

Het lot in eigen handen

Het begon met het verzet tegen de ecotaks die de socialistische regering wou invoeren, een belasting op het vrachtvervoer, iets wat de Bretonse ondernemers onaanvaardbaar vonden. In principe waren ze er niet tegen, maar voor transportfirma’s in het afgelegen Bretagne zou de taks wel een financiële aderlating betekend hebben.

Het protest tegen de ecotaks maakte een sluimerend ongenoegen wakker: hoeveel bedrijven waren er de afgelopen jaren niet failliet gegaan? En wat deed de regering in Parijs om de werkloosheid in Bretagne te bestrijden? Hoe zat het met al die subsidies voor de voedselindustrie die Parijs ooit beloofde? En de decentralisatie, waar Hollande beloofd had werk van te maken? Jawel, tweetalige straatnaambordjes, dat kon er van Parijs nog af. Maar structurele hulp die de streek echt vooruit zou helpen, die bleef op zich wachten.

Toen een reusachtig slachthuis in Lampaul de deuren moest sluiten, wegens moordende concurrentie, was voor velen de maat vol: het werd tijd, vonden ze, dat de Bretons het lot in eigen handen namen. Want niemand in Parijs was bereid om hun belangen te verdedigen, en Bretagne schreeuwde om lokale oplossingen voor lokale problemen.

De bonnets en extreem-rechts

Koren op de molen van het Front National, zou je denken, dat er vaak behendig in slaagt om plaatselijk ongenoegen op te blazen tot Franse nationale proporties. Tijdens een video-interview dat op de website van het Front werd gepubliceerd, zette Jean-Marie Le Penn, zelf een Breton, een rode muts op zijn hoofd. Hij steunde de beweging van de bonnets rouges, zei hij erbij, want de angst van de Bretons is de angst van alle Fransen uit de provincie. Christian Troadec spuwde bijna vuur toen hij het beeld van Le Pen met zijn rode muts op YouTube zag. “De bonnets rouges zijn net een tegengif tegen het Front National, “ zei hij. In Bretagne heeft het Front nooit veel voorgesteld, en dat wil Troadec zo houden.

Vandaag zullen ze massaal betogen in het onooglijke Carhaix. Werknemers, werkgevers, landbouwers, bioboeren, kleine zelfstandigen. Alle Franse media hebben in de streek al hotelkamers geboekt, want iedereen wil weten hoe dat nu precies zit met dat sociale verzet met regionalistische ondertoon. Vooral de Parijzenaars. Ze snappen het niet echt. Maar in Bretagne maken ze zich geen zorgen meer over het Parijse onbegrip. Dat stadium zijn ze allang voorbij.

(Ivan Ollevier is VRT-journalist.)