Fin-de-Sièclemuseum in Brussel opent deuren

In Brussel hebben journalisten en gasten vanochtend een rondleiding gekregen in het nieuwe Fin-de-Sièclemuseum. Morgen gaan de deuren open voor het grote publiek. In het museum is vooral Belgische kunst uit het einde van de 19e eeuw te zien.

Het museum is niet onbesproken. Het komt in de plaats van het vroegere Museum voor Moderne Kunst dat gesloten werd. Daarnaast hebben werkzaamheden voor het museum een lek veroorzaakt waardoor de prestigieuze expo over Rogier van der Weyden vroegtijdig de deuren moest sluiten.

In het museum is werk te zien van kunstenaars als Fernand Khnopff, Léon Spilliaert, maar ook van Paul Gauguin en Auguste Rodin. Een van de paradepaardjes van het museum is een verzameling art nouveauwerken. Ook meubelstukken en hele interieurs werden aan het eind van de 19e eeuw als kunst gezien. Het was het begin van een nieuwe, moderne artistieke periode waarin stromingen als het impressionisme, het realisme en het symbolisme het levenslicht zagen.

Brussel is op dat moment het centrum van het culturele leven van Europa. Veel kunstenaars beproeven er hun geluk. Ook James Ensor (1860-1949) werkt in zijn beginjaren in Brussel.

Een andere kunstenaar die erg modern was voor zijn tijd was beeldhouwer en schilder Constantin Meunier (1831-1905). Hij gaf de grauwe wereld van arbeiders en mijnwerkers weer. Voor kunstliefhebbers uit de burgerij was dat revolutionair.

Het museum gaat morgen open voor het publiek, maar een feest is het niet. Door werkzaamheden kwam er een lek in een andere zaal waardoor de toptentoonstelling rond Rogier van der Weyden vervroegd de deuren moest sluiten. Wie verantwoordelijk is voor het lek, wordt nog uitgezocht. 

Het Fin-de-Sièclemuseum komt er vier jaar na de opening van het Magritte Museum en is een nieuwe stap in de opsplitsing van merken van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Brussel.

Meest gelezen