"Minder betalen, dat is onmogelijk hier"

We verhuizen! VRT in Peking verlaat het kantoor waar zes jaar lang reportages voor tv, radio en online werden bedacht, geresearched en uitgewerkt. Waar werd gebrainstormd, geluncht en gelachen. Geknarsetand ook, over steeds weer opduikende problemen. Waar medewerkers van andere media kwamen kletsen, overleggen of – misschien vooral – meeproeven van de immer aanwezige chocolade. Waar 's ochtends de geur van koffie hing, waar de luchtfilter zonder oponthoud bleef draaien.

Niet dat ons kantoor niet meer voldeed. Het is groot genoeg, we zitten er samen met fijne collega's uit Catalonië en Baskenland, het zicht vanop de verweerde terrassen vooraan en achteraan levert een mooie achtergrond voor stand-ups en lives.

Alleen, jaar na jaar deelde de huisbaas mee dat de zo al forse huur nog maar eens omhoog zou gaan. En met de zekerheid dat het dit jaar niet anders zou zijn, hoefden we niet lang na te denken toen twee verdiepingen hoger enkele ruimtes vrij kwamen tegen slechts een fractie van de prijs die we nu betalen. De Catalanen en de Bask gaan mee, een collectieve verhuis. Nice!

Qua oppervlakte gaan we er iets op achteruit. Maar dat weegt niet op tegen het nóg betere uitzicht met een hoek in zuidelijke richting die we tot nu toe misten, de veel verzorgdere en goed onderhouden ruimte, de technische faciliteiten, en vooral dus: de prijs. Als goede huisvaders die mee moeten waken over 'het geld van de belastingbetaler' konden we deze kans niet laten liggen. En volledig tegen de stroom in, want in Peking wordt niets goedkoper, alleen maar duurder. Mijn lerares Chinees kon het niet geloven: "minder betalen, dat is onmogelijk hier".

Is er een bubble of is er geen?

Wie in België klaagt over hoge huur- of huizenprijzen heeft wellicht overschot van gelijk. Maar het is een lachertje als je vergelijkt met wat er in Chinese steden wordt neergeteld voor woningen. Peking steekt daar dan nog eens - excuus voor de toevallige flauwe woordspeling - torenhoog bovenuit. Volgens een onderzoek is het de op twee na duurste stad ter wereld voor kantoorruimtes, na Londen en Hongkong.

Privéwoningen hoeven niet onder te doen. Een flat van 100 à 120 vierkante meter in het ruime stadscentrum kost typisch acht miljoen yuan, ruwweg een miljoen euro. En daar heb je niets luxueus voor. Als je wilt huren, reken voor diezelfde flat dan gemakkelijk tussen 1.500 en 2.500 euro per maand.

Dat staat in schril contrast tot wat de gemiddelde westerse toerist hier meteen merkt: op flink wat plaatsen staan er gebouwen leeg, nieuwe immobiliënprojecten geraken moeilijk gevuld, en over heel China zijn er ontelbare spooksteden, waar alleen de wind voor leven zorgt in pas gebouwde wijken en winkelcentra. Naar onze maatstaven is hier sprake van een gigantische vastgoedluchtbel, een op barsten staande bubble. In China leidt de kwestie alleen maar tot discussie: is er een bubble of is er geen?

Link tussen leegstand en crisis klopt niet

De rijkste zakenman hier, de CEO van het vastgoedconglomeraat Wanda, formuleert het zo: "Er is ongetwijfeld een luchtbel in China, maar het is allemaal controleerbaar, het is niets groots." Anderen, onder wie sommige westerse analisten, waarschuwen dan weer dat de Chinezen te veel en te snel bouwen, en dat het niet lang zal duren voor de bubble barst. Ach nee, klinkt het elders, in China wordt alles cash betaald, elke vergelijking met de wortels van de westerse financiële crisis is onzin.

Het moet gezegd dat de link tussen leegstand en crisis hier in China niet klopt. Mensen met geld kopen vastgoed - veel meer dan bij ons - als investering. Bij gebrek aan betrouwbare andere investeringsmogelijkheden gaat het gros van het kapitaal waar rijke lieden over beschikken naar immobiliën. Dat de appartementen of huizen leegstaan, is geen probleem. Integendeel, huurders veroorzaken alleen problemen. En de prijzen blijven toch stijgen, zo is de overtuiging van velen, dus hier is return te halen die nergens anders te vinden is.

Ook Chinezen met minder cash-overschot dan de rijksten zijn geneigd om zo snel mogelijk een eigen woning te kopen. Sociale zekerheid is hier een heel ander begrip dan bij ons, dus voor de oude dag heeft het zin om je geld in beton te investeren. Jonge Chinese mannen beseffen dat hun kansen om een goed lief en een duurzame relatie te vinden beperkt zijn als ze niet kunnen pronken met een eigen flat - zo is het nu eenmaal in het hedendaagse China. En dus wordt er gekocht, en dus blijven de prijzen stijgen.

Natuurlijk zijn er ook veel Chinezen waarvoor de aankoop van een eigen woning een onbereikbaar ideaal blijft. De kloof tussen arm en rijk is veelbesproken, én reëel. In Peking wonen naar schatting twee miljoen mensen in kelders - atoomschuilkelders soms - omdat ze zich geen normale woning kunnen permitteren. De rattenstam, zo worden ze denigrerend genoemd.

Andere hoofdstedelijke inwoners zonder geld zijn gedwongen om een flat van enkele tientallen vierkante meters te zoeken buiten de zesde stadsring, waardoor ze elke dag een uur of twee-drie op de metro moeten doorbrengen om tot op hun werk te geraken.

En hiermee ben ik ver afgedwaald van mijn uitgangspunt: onze verhuis. Ik kijk ernaar uit: een nieuwe plek, nieuwe gezichten (we zitten voortaan samen met nog enkele andere collega's), een nieuw tv-toestel (het oude versleten exemplaar was eigendom van de vorige huisbaas, we kochten voor weinig geld een HD-scherm van Chinese makelij) en nieuwe meubelen, want die horen bij het gehuurde kantoor.

Alleen moeten we nog één probleem oplossen: onze landkaart van China, met vele tientallen vlaggetjes op de plaatsen waar we op reportage zijn geweest. Hoe verhuis je zoiets precies, zonder topografische schade?

Meest gelezen