Klop eens op een deur - William van Laeken

Ik vermoed dat het straks weer gaat sneeuwen. Dat betekent voor mij sneeuwpoppen maken en er met de slee op uittrekken. Zo’n slee met kleinkinderen op voorttrekken is behoorlijk labeur. Maar daar houdt de pret niet op. De sneeuw moet, krachtens politiereglement, ook geruimd worden: ‘Ruim je stoep en maak hem met zout, zand of as slipvrij’.

Het toeval wil dat ik omsingeld ben door bejaarde buren, 80-plussers. Ik neem er hún stoepen dus maar bij. Dat gaat meestal gepaard met een babbel of ik ga op de koffie. Trouwens, ook als het niet sneeuwt ga ik af en toe eens langs, dat heet goede nabuurschap.

Bij mijn bejaarde buren komen nog andere mensen over de vloer, ze hebben geen last van vereenzaming. Dat neemt niet weg dat er in mijn dorp in de Brusselse rand ook mensen wonen waar eenzaamheid en sociaal isolement wél op de loer liggen, vooral bij ouderen die alleen wonen. Daarom schreef in 2012 de Seniorenraad, geïnspireerd door het voorbeeld van de Brabantse gemeente Londerzeel, de meer dan 300 alleenwonende 80-plussers aan met de vraag of ze er voor voelden om af en toe iemand op bezoek te krijgen. Een informele babbel, polsen naar eventuele problemen, hoe zit het met boodschappen doen, enz. De meeste bejaarden gingen daar ook op in. Het bezoeksysteem wordt gecoördineerd door een sociale werkster van het OCMW, het draait goed en sommige bejaarden vragen zelfs om eens vaker langs te komen.

Tien jaar dood

Af en toe worden we opgeschrikt door een bericht in de krant over weer een mens waarvan pas na enkele weken of zelfs maanden ontdekt wordt dat hij of zij thuis dood ligt. Maar op het recente nieuws dat een 74-jarige vrouw in Rotterdam al tien jaar dood in haar woonkamer lag werd met verbijstering gereageerd, ook door mij. Ze lag met een bloemetjesjurk aan op haar bed. Een energiebedrijf deed graafwerken in de straat en moest bij haar binnen zijn. Na herhaaldelijk bellen werd de politie ingeschakeld. Uit de post, hoog opgestapeld achter haar deur, viel af te leiden dat de vrouw al tien jaar dood was. Ze had een dochter. Tegen een verslaggever van het Algemeen Dagblad zei ze dat ze een slechte relatie had met haar moeder, ze hadden al twintig jaar geen contact meer gehad. Een paar jaar geleden met moederdag had ze nog eens aangebeld. Er werd niet opengedaan (lijken doen de deur niet open), de dochter had het geïnterpreteerd als de zoveelste afwijzing.

De kans dat zoiets in Afrika gebeurt, is klein. Het is waarschijnlijk enkel mogelijk in een samenleving die volledig geautomatiseerd is. Het pensioen van de vrouw werd maandelijks uitbetaald, van dat pensioen gingen huur, gas en licht met bestendige opdrachten naar respectievelijk de woningcorporatie en het energiebedrijf. Het huis lag in een levendige wijk met gemengde bewoners, jong en oud, multicultureel, studenten. Ik zag een foto van de gevel, drie ramen met keurige vitrages. Het zijn huizen met souterrains waardoor de ramen nogal hoog boven het straatniveau zitten, anders had misschien iemand naar binnen kunnen kijken. Ik las ook dat er voor de deur witte rozen waren gelegd met een briefje bij: ‘Laat uw lang onopgemerkt overlijden een les zijn voor allen. Het heeft duidelijk gemaakt dat we meer aan elkaar moeten denken’.

Ze werd niet gemist

Of de vrouw zich eenzaam heeft gevoeld weten we natuurlijk niet. Een enquête uit 2011, besteld door de Koning Boudewijnstichting, leert dat bij ons negen procent van de 65-plussers zich ‘dikwijls eenzaam’, zes procent ‘ernstig eenzaam’ en drie procent ‘zeer ernstig eenzaam’ voelt. Uit een recente peiling in Nederland blijkt dat acht procent van de mensen, vooral van zeventig en ouder, zich ernstig tot zeer ernstig eenzaam voelt. Van de 75-plussers woont 65 procent alleen. Tien procent zit tijdens de feestdagen zonder bezoek.

Natuurlijk is de sociale controle in (grote) steden veel kleiner dan in mijn Brabants dorp. Het is hier betrekkelijk simpel om mensen uit hun sociaal isolement te halen. De vraag is of initiatieven daartoe beperkt moeten blijven tot kleine gemeenschappen. Steden, grote steden vooral, kunnen daar misschien iets van leren. Op het niveau van de wijk moet dat toch ook mogelijk zijn.

Er zullen natuurlijk altijd wel enkele die-hards overblijven, ‘zorgmijders’ zoals ze worden genoemd, mensen die absoluut geen contact willen. Misschien was de vrouw-met-de-bloemetjesjurk ook zo iemand. Op het Nederlandse tv-journaal zei een buurtbewoner dat ‘iemand blijkbaar heel lang dood kan zijn zonder dat hij of zij door iemand gemist wordt’. De onderbuur van de vrouw wou niet aan de deur komen maar wel aan de telefoon. Hij zei het heel naar te vinden zoveel jaren onder een lijk te hebben gewoond. ‘Ik heb haar al die tijd dat ik hier woon twee of drie keer gezien’, zei hij, ‘ze was een eenling, net als ik, een onzichtbare buur’. In een reactie zei Edith Schippers, de Nederlandse minister van Volksgezondheid, ‘dat we bij elkaar op de deur moeten kloppen als het lange tijd stil blijft’. Ze heeft een punt. Misschien moeten we elkaar toch maar een klein beetje beter in de gaten houden.
 

(De auteur oud-journalist van de VRT en presentator van het zopas gelauwerde Panorama.)

lees ook

    Meest gelezen