Lang leve de journalistiek? - Marc Van de Looverbosch

In zijn toespraak voor de vijftigste verjaardag van de wet die het journalistenstatuut regelt, vraagt de voorzitter erover na te denken de erkenning als beroepsjournalist te koppelen aan de naleving van de deontologie.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

1963, het jaar waarin de wet op de erkenning van beroepsjournalisten het daglicht ziet, in dàt jaar zit ons land in een van woeligste periodes uit de vaderlandse geschiedenis. De grote stakingen tegen de eenheidswet die het land op de rand van een burgeroorlog hadden gebracht, waren nog niet helemaal verteerd. Drie grote politieke families domineren het politieke landschap: christendemocraten, socialisten en liberalen delen de macht in een toen nog unitaire staat. En toch worden er al taalgrenzen getrokken en worden taalwetten aangescherpt.

We zitten in de koudste winter van de 20ste eeuw, de Elfstedentocht wordt nog eens gereden. Paus Johannes XXIII sterft, Paulus VI komt. Martin Luther King houdt zijn beroemde speech: I have a dream, een aanklacht tegen de rassendiscriminatie in Amerika. President Kennedy wordt vermoord. De Koude Oorlog woedt volop. Blank en zwart leven apart in Zuid-Afrika.

Die feiten beheersten het nieuws dat in '63 werd gecoverd in een medialandschap waar nauwelijks televisie bestond; vooral radio, kranten en tijdschriften. België is verzuild; alles wordt politiek verkaveld door drie zuilen, de drie grote partijen met hun vakbonden, ziekenfondsen en andere massaorganisaties. Maar ze bezitten ook eigen media: er zijn socialistische, liberale en katholieke kranten die de spreekbuis zijn van hun zuil. Onafhankelijke nieuwsredacties bestaan nauwelijks, één enkele hoofdredacteur, Jos Van Eynde, is zelfs parlementslid, later voorzitter van de socialistische partij.

In die sfeer, tegen die achtergrond schrijven enkele heren een wet die het beroep van journalist officieel erkent.

Hoog niveau

Ik hoef u niet te vertellen hoe sterk de wereld sindsdien veranderd is en dus ook het medialandschap. Van verzuiling is nauwelijks nog sprake. In plaats van één staatsomroep is Vlaanderen nu vele zenders rijk. Op talloze websites, blogs of via sociale media kan iedereen het nieuws op de voet volgen. De kranten zijn ontvoogd en publiceren meer meningen dan menig lief is. Er zijn 8 titels overeind gebleven, gaande van brede populaire bladen tot ernstige zakenkranten die zelfs in een kleine niche kunnen overleven. Het aantal weekbladen in de krantenwinkel is nauwelijks bij te houden.

Een rijkdom die velen ons in het buitenland benijden maar die bij sommigen ook de vraag doet rijzen of Vlaanderen niet te klein is voor zoveel titels of zenders? Ik zal het als een retorische vraag beschouwen.

En ondanks de soms terechte kritiek op media en journalisten staat de Vlaamse en bij uitbreiding de Belgische pers op een hoog niveau. Er zijn helaas de onverdedigbare uitschuivers, maar de nieuwsgierige consument kan nog altijd kiezen uit een gevarieerd palet wat hij zelf wil zien, horen of lezen. Als de burger niet tevreden is over een of ander zender, krant of weekblad ligt er altijd wel een alternatief klaar. Zolang die verscheidenheid blijft, is dat een uitstekende zaak én voor de burger én voor de samenleving, voor de democratie.

Om Berthold Brecht te parafraseren, als de burger niet tevreden is over de pers, dan moet hij de pers maar afzetten en een nieuwe kiezen. Want zonder kwalitatieve en professionele pers staat de burger met lege handen.

Ethisch ondernemen

De sector, dames en heren, staat de voorbije jaren zwaar onder druk. We zien een evolutie waarbij groepen in mekaar schuiven en alleen grote spelers overleven die een gediversifieerde portefeuille in bezit hebben: kranten, tijdschriften, radio en televisie. Op dit moment woedt in Vlaanderen zelfs een hevig gevecht tussen twee mediagroepen die blijkbaar mekaar het licht in de ogen niet gunnen en voor de rechtbank hun concurrentiestrijd uitvechten.

Dat fenomeen doet zich ook voor aan de andere kant van de taalgrens. Binnenkort zitten de Vlaamse en Franstalige media vast in een duopolie: twee groepen die de hele sector beheersen.

Die concentratiebewegingen bieden economisch gezien zeker een aantal voordelen, maar houden voor de pers toch ook een aantal risico’s in. Verschraling van het aanbod, om er maar een te noemen, waardoor de keuzemogelijkheid voor de consument verkleint. Ook de oppervlakkigheid loert om de hoek. Want het gevaar is reëel dat nieuws niet in de eerste plaats waar of juist moet zijn, maar vooral goed moet verkopen. De pers die het volk geeft wat het volk wil.

En dan hoeven we niet verwonderd te zijn dat in de vele peilingen die we maar al te graag over anderen publiceren, het vertrouwen in de pers dramatische dieptepunten bereikt. Dat hebben we helaas alleen aan onszelf te danken. Ik zou dan ook een oproep willen lanceren om het begrip ethisch ondernemerschap ook in de media te introduceren. We kunnen als sector onze maatschappelijke verantwoordelijkheid niet ontlopen.

De economische en financiële crisis maakt ook slachtoffers onder al wie in de sector zijn brood verdient. Door herstructureringen en saneringen worden redacties afgeslankt en verhoogt de werkdruk. Netto gaat de werkgelegenheid erop achteruit. En dat op een ogenblik dat de opleidingen journalistiek en communicatie een succesnummer zijn; wat een paradox! Waar gaan al die mensen ooit fatsoenlijk werk vinden als ze bij een of andere mediagroep aan de slag willen?

Om terug te keren naar de essentie van deze viering: door de crisis staan ook de wettelijke voorwaarden voor erkenning onder druk. Erkende beroepsjournalisten moeten namelijk in hoofdberoep voor algemene berichtgeving werken en mogen geen commerciële nevenactiviteiten ontwikkelen. Terecht zouden we zeggen, zeker in de tijdsgeest van 50 jaar geleden. Maar intussen wordt het alsmaar moeilijker om voltijds met journalistiek werk bezig te zijn. Freelancers bijvoorbeeld zijn door de dalende tarieven waaraan ze werken en door het slinkende aanbod genoodzaakt bij te klussen om iedere maand rond te komen. Waardoor ze hun erkenning kunnen verliezen.

Velen voelen dat aan als een onrechtvaardigheid. We durven dan ook aan de erkenningscommissie vragen om zich daar eens grondig over te bezinnen en suggesties te doen om dat probleem op te lossen.

Erkenning koppelen aan deontologie

Ik vind dat we er moeten over nadenken om een nieuwe vorm van erkenning in de toekomst te koppelen aan de deontologische beroepscode. Wie die flagrant overtreedt, zou dan zijn of haar erkenning kunnen verliezen. Ik weet het, dat is een gevoelig onderwerp, maar ik werp toch maar even de knuppel in het hoenderhok. We mogen dat debat niet uit de weg gaan.

Dames en heren, ik heb een aantal kritische punten op tafel gelegd waarvan ik meen dat ze ter gelegenheid van deze verjaardag niet in het feestgedruis mogen verdwijnen.

Ik wil niet in somberheid eindigen. Het gaat goed met de journalistiek. Los van de problemen en de kritiek zien we overal gedreven mensen die elke dag opnieuw proberen er het beste van te maken voor hun krant of tijdschrift, op radio, televisie of online. Redacties die op zoek zijn naar de best mogelijke manier om hun nieuws aan de man of vrouw te brengen en die niet zwichten voor commerciële druk van bovenaf. Er zullen ongetwijfeld nog klappen vallen in de sector en ik hoop dat we in staat zijn om die op te vangen.

Eén ding is zeker voor de toekomst: er zal altijd een medium nodig zijn om de burger te informeren. En of dat nu op papier of via pc, tablet of smartphone gebeurt, dat doet er niet toe. De pers zal zich wel aanpassen aan die nieuwe evoluties. Met een duidelijke opdracht: de burger goed en waarheidsgetrouw informeren.

(De auteur is voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Journalisten en VRT-journalist.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.