Zestien doden bij geweld in Chinese provincie Xinjiang

Bij een operatie van de Chinese ordetroepen in de moslimprovincie Xinjiang zijn zestien doden gevallen. Bij de slachtoffers zijn twee agenten. Dat bericht de door de lokale autoriteiten gecontroleerde informatiesite Tianshannet.

De agenten wilden een reeks verdachten oppakken, maar werden aangevallen door "boeven", gewapend met explosieven en messen, zo meldt de site. De ordetroepen schoten veertien aanvallers dood.

Xinjiang is geregeld het toneel van onrust. Die wordt veroorzaakt door hevige spanningen tussen Han-Chinezen, de etnische groep die in China in de meerderheid is, en Oeigoeren, een etnische moslimminderheid. De Oeigoeren worden door de autoriteiten regelmatig beschuldigd van "terrorisme".

Peking werd op 28 oktober nog getroffen door een aanslag die de politie toeschreef aan extremisten uit Xinjiang. Volgens het officiële relaas reden drie Oeigoeren van dezelfde familie hun met bussen benzine geladen wagen tot aan de ingang van de Verboden Stad. Bij de zelfmoordaanslag vielen behalve de kamikazes twee doden en veertig gewonden. De Chinese autoriteiten dreven de controle over Xinjiang op na die feiten.