Europa lanceert offensief tegen "onzichtbare sluipmoordenaar"

Slechte luchtkwaliteit eist tien keer zo veel mensenlevens als verkeersongevallen en is de voornaamste milieugerelateerde oorzaak van vroegtijdige overlijdens in Europa. Daarom pakt de Europese Commissie uit met nieuwe maatregelen om luchtvervuiling aan te pakken, waaronder de vastlegging van nieuwe nationale uitstootplafonds.
AP2009

De voorbije decennia zijn successen geboekt in de strijd tegen luchtverontreiniging, zo zegt de Europese Commissie. Zo is de concentratie aan fijn stof in Europa flink gedaald en behoort zure regen, een groot probleem in de jaren tachtig, dankzij de drastische vermindering van de uitstoot van zwaveldioxide min of meer tot het verleden.

"De lucht die we vandaag inademen, is veel schoner dan enkele decennia geleden, maar luchtvervuiling is nog steeds een onzichtbare sluipmoordenaar", zegt Europees commissaris voor Milieu Janez Potocnik. Vooral fijne stofdeeltjes en ozon stellen nog steeds aanzienlijke gezondheidsrisico's.

De Commissie raamt dat slechte luchtkwaliteit in 2010 verantwoordelijk was voor meer dan 400.000 vroegtijdige sterfgevallen, tegenover 35.000 overlijdens in het verkeer. Minder arbeidsproductiviteit, hogere ziektekosten, slechte oogsten, schade aan gebouwen en andere directe kosten zadelen de samenleving jaarlijks een factuur van ruim 23 miljard euro op.

60.000 doden per jaar minder?

Potocnik wil er strenger op toezien dat de lidstaten de bestaande doelstellingen inzake luchtkwaliteit halen én nieuwe doelstellingen vastleggen voor de periode tot 2030. Ook streeft de commissaris naar nieuwe uitstootplafonds voor de belangrijkste vervuilende stoffen, waaronder fijn stof (PM 2,5), zwaveldioxide, stikstofoxide en methaan.

Potocnik hoopt dat zijn maatregelen op termijn zo'n 60.000 voortijdige sterfgevallen per jaar kunnen voorkomen. Het pakket zou de directe kosten met drie miljard euro inperken en de externe kosten met 40 tot 140 miljard euro. De externe kosten van luchtverontreiniging worden nu geraamd op 330 tot 940 miljard euro.