Groot Dictee: Een przewalskipaardenmiddel

Na koffie gedronken te hebben, begon het Groot Dictee.
Niettegenstaande de taalcriticus Charivarius zijn macedoine ‘Is dat goed Nederlands?’, die verrukkelijke thesaurus vol linguïstische bêtises, publiceerde in 1940, zou het journaille anno hodie een raillerend exposé van onze pennenstrijd alsnog met dit piteuze zinnetje kunnen initiëren.

Zulke lammenadige anastrofes vernoemde de criticaster naar zijn tante Betje, in wier postale verbiage een heel aantal zeugmata, polysyndetons en anakoloeten wiewauwde.

‘Een heel aantal’ is de contaminatie van ‘een groot aantal’ en ’heel veel’; vanavond irriteren wij ons aan spelfouten, mitsgaders aan menig grammaticaal quid pro quo - emendeer mij!

Als men insinueert dat u heimwee heeft naar de leraar Nederlands als feniks, waarmee het zo is gegaan dat hij werkeloos achter de gerianiums zit, moet u niet paranoia reageren, aangezien die accusatie een vrijwel cliché is.

Het was veelbetekend hoe elke media onwelwillig reflecteerde op de krankjorume tekst van het Koningslied, over wiens begeestering de godganse participatiemaatschappij zich streste.

U hoort ons inziens tot een van het gardekorps Nederlanders die menen dat de campertiaanse schrijfwijze van het adjectief verrukkelijk - het megafonetische neologisme vurrukkulluk - als voorkeurspelling te verkiezen had geweest.

Het is niet zozeer een fetisj voor spelling als wel het tot in de finesses breidelen van grammaticale valstrikken dat ons steeds overnieuw beschermt tegen een Babels imbroglio; mits dit verifiërende przewalskipaardenmiddel de enige wapening tegen nepmailtjes concretiseert.

Bijgevolg beseft u zich een pseudobancaire poging tot phishing zorgeloos te kunnen deleten dan u leest: Er is een inactieve activiteit op dit rekening plaatsgevonden. Want zodan onze zuiderburen zeggen: Menen ligt dicht bij Kortrijk maar verre van Waregem.

Kees van Kooten

Onderstreepte verhaspelingen

Voor "Het groot dictee der Nederlandse taal" van 2013 geldt de volgende bijzondere regel, op verzoek van de auteur, de heer Kees van Kooten. De deelnemers schrijven de zinnen op zoals ze worden gedicteerd, maar bij de zinnen 4 tot 8 wordt verwacht dat ze ook verhaspelingen markeren door ze te onderstrepen, zonder ze evenwel te verbeteren.

Met verhaspelingen wordt bedoeld:
1. onjuist gebruik van woorden en uitdrukkingen;
2. grammaticale fouten zoals verkeerd gebruik van verwijzende woorden en voegwoorden, verkeerde verbuigingen en vervoegingen, verkeerde volgorde van de woorden.