Journalisten krijgen klappen - Hilde Van den Bulck

Afgelopen maandag werd de vijftigste verjaardag van het Belgische statuut van beroepsjournalist gevierd. Nu ja, ‘gevierd’ is een (te) groot woord. Het Radio 1-programma "Vandaag" besteedde er een item aan en had een gesprek met de ‘in house’-deskundige van dienst: beroepsjournalist en specialist deontologie Tim Pauwels. Hij kreeg verrassend slecht verwoord wat de waarde van dergelijk statuut is.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

De term journalist is immers niet beschermd en dus kan ieder die wil zichzelf de titel aanmeten. Om het statuut van beroepsjournalist te krijgen moet je aan een reeks voorwaarden voldoen, zoals minstens 21 jaar en Belg met alle rechten intact zijn, geen commerciële activiteiten ontwikkelen, en gedurende twee jaar journalistiek als betaalde hoofdbezigheid uitoefenen.

Aan een uiteenzetting van het belang en het opsommen van de voordelen kwam Pauwels niet echt toe, wel integendeel. Hij meende dat vandaag een kaart van beroepsjournalist eerder een hinderpaal dan een hulp is bij het uitoefenen van de job.

Professionalisering

Dergelijke negatieve, wat defaitistische houding is markant. Van een vanzelfsprekende beroepstrots of evident geloof in de kracht van het statuut, zoals we die bij dragers van andere beschermde titels zoals dokter of advocaat zien, was weinig te merken.

Ondenkbaar dat een arts of een jurist niet haarfijn zou weten wat zijn of haar statuut inhoudt. Of dat die zo publiekelijk en zonder concrete, negatieve aanleiding de waarde ervan in vraag zou stellen. Nochtans leek Pauwels niet aan persoonlijke frustratie maar aan een algemeen gevoel in zijn sector uitdrukking te geven.

De wettelijke introductie van het statuut van beroepsjournalist in 1963 werd destijds beschouwd als een belangrijke stap in de professionalisering en het zelfbewustzijn van de journalist. Het was een manier om een morele en materiële erkenning van het beroep te verwezenlijken, het aanzien ervan te bevorderen en de aan de pers verleende voorrechten te vrijwaren.

De professionele bescherming is minder verstrekkend dan pakweg bij artsen of advocaten. Zo moet een journalist geen specifieke, door de overheid gereglementeerde, opleiding volgen. Maar dat kan onvoldoende verklaren waarom een beroepsjournalist vandaag zo weinig het gevoel heeft trots te kunnen zijn op zijn statuut. Waaraan ligt het dan wel?

De thuishaven

Ten tijde van de introductie van de wet werkten de meeste beroepsjournalisten in bekende en zelfbewuste instituties zoals de publieke omroep en de, toen nog talrijke, kranten en tijdschriften in handen van een waaier aan eigenaars. Hoewel inhoudelijk verzuild in het geval van de pers en gepolitiseerd in het geval van de publieke omroep, hadden deze media samen min of meer een monopolie op het massaal vergaren en verspreiden van informatie. In hun taak werden (en worden) ze geruggensteund door de grondwet, die hen tegen onnodige inmenging in de uitoefening van hun taak beschermt.

In die context kon de beroepsjournalist volop gedijen. Hij of zij zat nog niet gevangen in een moordende concurrentiestrijd met snel ontwikkelende en zo mogelijk nog sneller agerende nieuwe media, en werd nog niet in doen en laten gekneed door commercialisering, krimpscenario’s en crossmediale efficiëntie-oefeningen. Want hoewel de beroepsjournalist geen commerciële activiteiten mag ontwikkelen, moet en doet de werkgever dat natuurlijk wel.

Het resultaat: de beroepsjournalist van vandaag heeft een onzekere job in een onzekere omgeving. Langetermijncontracten worden vervangen door tijdelijke en freelance posities. Dit maakt het steeds moeilijker om aan de voorwaarde van twee jaar hoofdbezigheid te komen. De ooit ‘grote’ instituties trachten ondertussen het hoofd boven water te houden via concentratie en crossmediale consolidatie en een zoektocht naar nieuwe businessmodellen. En terwijl volgens sommigen ‘het ergste’ achter de rug is, zijn er indicaties dat 2014 niet noodzakelijk een goed jaar wordt voor de beroepsjournalisten en hun werkomgeving.

Sanoma

Zo kondigde maandag Aimé Van Hecke zijn vertrek aan als CEO bij Sanoma, de grootste tijdschriftenuitgever in België met aandelen in de Vlaamse SBS-zenders VIER en VIJF. Dit volgt op de recente beslissing van het Finse moederbedrijf om de Belgische afdeling in de vitrine te zetten en in de toekomst te concentreren op de vier voornaamste brands in een crossmediale ontwikkeling.

Hoewel het vertrek niet verrast – welke CEO wil zeven jaar inspanningen beloond zien met een uitverkoop? – is het wel verwonderlijk dat een radicale keuze voor mediaconvergentie net die man buiten duwt die het multimediale denken bij Sanoma België gemeengoed maakte.

Hoewel. Internationaal beginnen mediabedrijven in te zien dat convergentie, multi- en crossmedialiteit niet dé evidente passe-partoutoplossingen zijn voor de problemen in de sector. Het gevolg is een zeker trend naar de-convergentie met als schoolvoorbeeld de boedelscheiding van wat ooit een spraakmakende fusie was: AOL - Time Warner. Geslaagd combineren van media en platformen vraagt om verregaand wederzijds inzicht. Maar verschillende media (en hun CEO's) spreken niet per definitie dezelfde of elkaars taal.

De beroepsjournalist zit erbij en kijkt ernaar, of wordt toch al te weinig geconsulteerd. Verrassend, want wie met doorgewinterde bladenredacteurs praat, merkt dat die dikwijls haarscherp weten wat er voor hun specifieke doelpubliek werkt en wat niet. Maar CEO's en financiers zijn vaak fysiek en mentaal al te ver van de werkvloer of de specificiteit van dat ene medium verwijderd. Benieuwd wat 2014 zal brengen.

De Persgroep

Bovendien is convergentie in vele gevallen een vrijgeleide voor serieuze rationaliseringen. Dit zal ongetwijfeld ook menige beroepsjournalist van Sanoma mogen ondervinden. Speculaties op dat vlak werden tot nog toe overschaduwd door de aankondiging van 205 ontslagen bij Het Mediahuis, de samensmelting van de print- en onlineactiviteiten van Corelio en Concentra.

De Persgroep, uitgever van onder andere Het Laatste Nieuws en De Morgen, tekende ondertussen beroep aan tegen de fusie. Het Mediahuis kreeg groen licht van de Belgische Mededingingsautoriteit maar die stelde, aldus De Persgroep, te gebrekkige voorwaarden.

Plots de andere helft van een duopolie in de Vlaamse krantensector, ziet De Persgroep zich geconfronteerd met een nieuwe markt en wijzigende concurrentiepositie, wat repercussies zal hebben op de winstmarges en daarom de werking. De verhuizing van De Morgen van de Brusselse Arduinkaai naar Kobbegem, thuishaven van Het Laatste Nieuws, betekent alvast het opheffen van de fysieke belemmering om een verregaande (en sanerende) versmelting van beide redacties te realiseren.

De beroepsjournalisten zullen in de klappen delen. Ook voor de dagbladmarkt zal 2014 een betekenisvol jaar worden.

(Hilde Van den Bulck doceert communicatie aan de Universiteit Antwerpen.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.