Verdwijnen oldtimers weldra uit het Cubaanse straatbeeld?

Op Cuba worden de beperkingen op de handel in nieuwe en tweedehandse buitenlandse wagens binnenkort versoepeld. Dat melden de staatsmedia op het eiland. Het lijkt erop dat de vele oldtimers die het straatbeeld sinds de revolutie in 1959 kenmerken, binnen afzienbare termijn zullen verdwijnen.
Paul Hahn/laif

Toen de communisten in 1959 de macht grepen op Cuba, werd elke vorm van privaat eigendom aan banden gelegd. Zo mochten Cubanen tot twee jaar geleden enkel wagens kopen en verkopen die in het tijdperk voor de revolutie waren gemaakt.

In 2011 besliste de regering dat de bevolking ook nieuwe en hedendaagse tweedehandse wagens mocht kopen, op voorwaarde dat dit gebeurde via door de overheid gecontroleerde autohandelaars. Wie zo'n wagen wilde, moest bovendien eerst een speciale toestemming zien te bemachtigen. Mensen die zich inzetten "ten dienste van de overheid", zoals dokters en diplomaten, kregen voorrang.

Economische hervormingen

Verschillende staatsmedia melden nu dat die speciale toestemming binnenkort wegvalt. "Het kopen en verkopen van nieuwe en tweedehandse motorfietsen, wagens, bestelwagens, kleine vrachtwagens en minibussen is Cubanen, buitenlanders, bedrijven en diplomaten voortaan vrijelijk toegelaten", schrijft een staatskrant.

Toch zullen al deze gemotoriseerde voertuigen nog steeds via een door de overheid gecontroleerde autohandelaar moeten worden aangeschaft. Op eigen houtje een nieuwe of tweedehandse auto uit het buitenland importeren, blijft verboden.

Deze versoepeling wordt gezien als een onderdeel van de hervormingen die president Raul Castro sinds enige tijd doorvoert om de Cubaanse economie te moderniseren.