Voetbalrebellie - Walter Van Steenbrugge

“Voetbal is oorlog” was ooit een uitspraak van de vroegere Nederlandse bondscoach, Rinus Michels, bijgenaamd “de Generaal”, die gekend stond voor zijn meedogenloze aanpak van zijn spelers en hen op het veld tot extreme limieten aanjoeg en liefst er nog over ook. De woorden van Michels zijn recentelijk wel echt letterlijk opgevat aan “Den Dreef” toen Standard-Luik bij OHL op bezoek kwam.

Eerst was er de al dan niet gepremediteerde “horrortackle” van Bjorn Ruytinckx op Mehdi Carcela, nadien de rake slag in het volle aangezicht van het slachtoffer op de eerste dader, tussendoor nog wat gekruid met een jennende grijns, waarna uiteindelijk Carcela bij zijn afvoer van het veld door enkele supporters werd getrakteerd op een biertje, dat onder begeleiding van wat oerkreten, over zijn hoofd werd gekieperd. Enkel een mes, een dolk of een ander verboden wapen ontbrak nog.

De sportieve leiding van OHL, de ploeg van Ruytinckx, communiceerde bijzonder flets, stak de kop in het zand en de KBVB verkrachtte zopas enkele regeltjes om “pour les besoins de la cause” Ruytinckx alsnog een disciplinaire straf op te leggen, nu laatstgenoemde voor zijn aanslag op de enkel van Carcela van de scheidsrechter enkel een gele kaart had gekregen en dus al gesanctioneerd was geworden.

Met andere woorden : een barslecht, lelijk en schandelijk verhaal van A tot Z.

De agressie en de bedreigingen, zowel fysiek als verbaal, zowel op als naast het voetbalveld, halen steeds meer de hoofdpunten van het voetbalnieuws. Deze ontwikkelingen verdienen maatschappelijke aandacht van de overheid en kunnen niet meer afgedaan worden als speelse en onschuldige akkefietjes die zich binnen de krijtlijnen van een sportgemeenschap voordoen en daar best worden opgelost.

Strafrecht

In de eerste plaats gaat het om puur strafrechtelijke feiten die door een gezagsorgaan moeten afgekeurd worden, een sanctie moeten opleveren die op de leest van de dader moet zijn geschoeid en die ook een sterk ontradingseffect uitstralen.
De territoriale werking van de strafwet houdt immers niet op aan de ingangspoort van het voetbalstadion. De toepasselijke artikelen uit het Strafwetboek spreken voor zich:

- Artikel 398 Sw. stelt: “Hij die opzettelijk verwondingen of slagen toebrengt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 6 maanden en met een geldboete of met één van die straffen alleen”;

- Artikel 418 Sw. luidt dan weer als volgt: “Schuldig aan onopzettelijk toebrengen van letsels is hij die het kwaad veroorzaakt door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, maar zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen”.

Zelfs als Ruytinckx zou worden gevolgd dat hij een en ander niet bewust wilde -wat mij een hele krachttoer lijkt te zijn- , dan nog valt hij binnen de radar van het strafrecht. De zorgvuldigheidsplicht bij de sportbeoefening geldt immers in dezelfde mate als in het gewone maatschappelijke verkeer.
Men oordeelt volgens hetzelfde criterium namelijk dat van de spreekwoordelijke voorzichtige goede huisvader.

Wanneer men de andere speler, door de spelregels schromelijk te overtreden of door met deze regels op een woeste manier om te gaan, aan abnormale risico’s blootstelt, is er sprake van een aansprakelijkheid opwekkende fout. In Groot-Brittannië bracht de openbare aanklager al meermaals zelf de strafrechtelijke procedure op gang (bijvoorbeeld in de zaak “Mark Chapman” uit het arrondissement Coventry).

Beeld

Niet zelden ook liggen genomen scheidsrechterlijke beslissingen aan de bron van zoveel onverklaarbare, maar blijkbaar toch menselijke, ergernis. Maar zelfs anticipatief worden scheidsrechters al onder druk geplaatst, denken we hierbij aan de voorbije topwedstrijd tussen Standard en Club Brugge, met de minzame referee Alexandre Boucaut in het oog van de storm.
Daarom dient ook de scheidsrechter veel beter beschermd, en dat zou toch het minste moeten zijn wat obligaat mag worden verwacht van de toekijkende overheid.

De job van de scheidsrechter in het voetbal is inderdaad een hondenjob, nu hij in een fractie van een seconde moet beslissen wat drie seconden later volkomen zichtbaar is aan de hand van ultrascherpe en gesofisticeerde videobeelden. Deze mag hij evenwel niet aanwenden.

Er zijn nochtans assistent-scheidsrechters, er is een vierde official, en er zijn “oortjes”, maar er mag van de Voetbalgod nog altijd geen gebruik gemaakt worden van de haarscherpe technieken van videobeelden, die mits wat technologisch vernuft zelfs op de horloge van een referee zou kunnen worden ingebouwd.

Begin 2010 stelde zowat de ganse voetbalwereld aan de FIFA-dictator Sepp Blatter voor om effectief videobeelden aan te wenden tijdens de wedstrijden ter ondersteuning van scheidsrechterlijke beslissingen. Blatter zei “No Go” en prompt werd op het WK in Zuid-Afrika England uit het kampioenschap geknikkerd nadat hun ten onrechte een doelpunt werd ontzegd in de wedstrijd tegen Duitsland toen de bal duidelijk over de doellijn was gegaan maar nadien terug op het veld was gestuiterd. Deze hardnekkige weigerende houding, die schijnbaar ook zal worden aangehouden op het komende WK te Brazilië, is wraakroepend.

Rebellie

De Belgische Overheid zou hier voor een wereldprimeur kunnen zorgen door in haar eigen Voetbalwet van 21.12.1998 -die verplichtingen oplegt aan de organisatoren van voetbalwedstrijden- mits een legislatieve ingreep, te voorzien dat bij wedstrijden (bijvoorbeeld van Eerste en Tweede Nationale) de vierde official verplichtend moet beschikken over gedegen videomateriaal om de beslissende referee te kunnen gidsen bij diens leiding.

Deze bepaling zou veel maatschappelijk onheil kunnen voorkomen, en zal niet in het minst ook de man in het zwart beschermen. Het zou getuigen van een vorm van hogere beschaving en vooral van een gepaste rebellie tegenover een man die -dat bewijzen zijn vele uitschuivers, cfr de recent doorboorde minuut stilte rond Mandela- een karikatuur van zichzelf aan het worden is, maar wel ondertussen de alleenheerser blijft van misschien wel de belangrijkste bijzaak in het leven.

Ik wens zo’n moedig initiatief de CEO van de Belgische Voetbalbond alvast toe. Maar bovenal wens ik U allen, bij het afleveren van mijn laatste blog van het jaar 2013, een jaar 2014 toe, met bijzonder veel passie en gulheid, de basiselementen voor warmte en noodzakelijk vuur.

(De auteur is strafpleiter.)

lees ook