Terreur in Lockerbie, een kwarteeuw later

Op 21 december 1988 ontplofte boven het Schotse dorpje Lockerbie een bom in een passagiersvliegtuig van Pan Am. Voor 270 mensen betekende dat het einde. Vele anderen raakten gewond en getraumatiseerd.

De Boeing 747 van de Amerikaanse maatschappij Pan Am vloog van Frankfurt naar New York en had net een tussenlanding gemaakt in Londen. In het Schotse luchtruim ontplofte het toestel in volle vlucht en alle 259 inzittenden kwamen om. De brokstukken, waaronder een vleugel met kerosine, stortten neer in en nabij het Schotse stadje Lockerbie waarin nog eens elf mensen het leven verloren.

De wereld was in shock, vooral nadat bleek dat de explosie veroorzaakt was door een bom van flexibel semtex die verborgen was in een koffer in de bagageruimte van het vliegtuig. Eerst werd gedacht aan Iran of een radicale Palestijnse groep, maar als snel waren er sporen naar de Libische geheime diensten onder het Khaddafi-regime. 

De koffer met explosieven zou vanuit Libië via Malta naar Frankfurt zijn gesmokkeld, waar hij aan boord van het vliegtuig was gebracht. Uiteindelijk werden twee verdachten geïdentificeerd, Abdel Basset al-Megrahi en Al Amin Khalifa Fahimah, beiden leden van de Libische geheime dienst. 

Actie en reactie tussen Libië en de VS

Enkele weken tevoren had de Libische dictator Moe'ammar al-Khaddafi opgeroepen om "Amerikaanse doelwitten te treffen". De Amerikaanse en de Libische luchtmacht waren toen al jaren verwikkeld in "dog fights" over de Golf van Sirte in de Middellandse Zee die door Libië geclaimd werd.

In april 1986 waren er drie doden en 230 gewonden gevallen bij een aanslag tegen de discotheek La Belle in West-Berlijn, waar vooral VS-militairen over de vloer kwamen. Twee dagen later liet VS-president Ronald Reagan vergeldingsbombardementen uitvoeren op Tripoli en Benghazi, waarbij nog eens 15 Libiërs omkwamen. Een van hen zou Hanna, een stiefdochter van Khaddafi geweest zijn, maar zeker is dat niet. 

Wel bleek na de val van de Berlijnse Muur in 1989 uit documenten van de Oost-Duitse geheime dienst Stasi dat Libië achter de aanslag in West-Berlijn had gezeten. Vijf Libiërs werden opgepakt en tot lange gevangenisstraffen veroordeeld.

Voor Schotse rechters in Nederland

In 1992 legde de VN-Veiligheidsraad Libië zware sancties op omdat het weigerde de twee verdachte agenten uit te leveren. Tripoli wou die wel voor de eigen rechtbank berechten, maar dat werd weggewuifd door de VN

Negen jaar later kraakte Libië onder de sancties en gaf Khaddafi toe. Er kwam een akkoord waarbij de twee verdachten werden uitgeleverd om terecht te staan in het "neutrale " Soesterberg in Nederland, maar wel voor een Schotse rechtbank. De uitspraak volgde in 2001: al-Megrahi werd schuldig bevonden en veroordeeld tot levenslang, Fahimah werd vrijgesproken. Al-Megrahi verhuisde daarop naar een gevangenis in Schotland.

Case closed? Toch niet, want al na enkele jaren bleek dat al-Megrahi leed aan kanker en er kwam commerciële druk om hem vrij te krijgen, onder meer door bedrijven en politici die zaken roken in Libië toen Khaddafi dat land had opengesteld. In augustus 2009 liet Londen al-Megrahi vrij, maar het reageerde korzelig toen die bij zijn terugkeer in Libië als een held werd verwelkomd. Hij zou begin 2012 overlijden. 

De precieze omstandigheden van de aanslag op Lockerbie zijn nooit duidelijk geworden. De val van het Khaddafi-regime in 2011 leek de deur te openen, maar de dood van de dictator en van al-Megrahi hebben twee hoofdrolspelers het zwijgen opgelegd. Het onderzoek van westerse politiediensten in Libië wordt bovendien bemoeilijkt door de onveiligheid en de chaos in Libië. In een land waar tienduizenden mensen zijn vermoord door het Khaddafi-regime en bij wraakacties later, is het onderzoek naar een aanslag uit 1988 geen prioriteit.