Winnen - Carl Devos

2013 verlaat de geschiedenis met een klein kerkhof van gesneuvelde of gehavende plannen in de staart. Sommige komen er helemaal niet, anderen gekwetst. Zoals het bankenplan, waar het belangrijke spaarplan is uitgeknipt. Of het concurrentiepact, dat nooit een harmonieus geïntegreerd federaal-regionaal geheel is geworden. Dat er de voorbije dagen een en ander werd gemist, is het gevolg van blokkeringspolitiek uit profileringsdrang, minder als gevolg van eerbiedwaardige meningsverschillen.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Daarbij wordt vaak naar Open VLD gekeken. Een partij die door te vermijden wat daar mee in tegenspraak kan zijn, wil tonen dat ze haar principes (privacy, belastingen, minder regels) heeft herwonnen. Als de politiek in dit stadium is aanbeland, mag een kruis worden gemaakt over het regeren. Vijf maanden voor de verkiezingen is dat een begrijpelijke, maar in een zeer ingekrompen federale legislatuur, ook een wat ongepaste luxepositie.

Het gele gevaar

De plaagstoten tussen de federale meerderheidspartijen, bv. donderdag in de Kamer, maakten kritiek van de oppositie overbodig. Iedereen vindt wel een reden om zich verongelijkt te voelen. Bij CD&V is er bv. het onverwerkt verleden van de euthanasie voor minderjarigen, het slikken van de btw-verlaging voor energie, de kritiek op De Crem en op Geens. CD&V heeft de voorbije maanden ook gewerkt aan haar federale zichtbaarheid, maar dat viel niet eens heel hard op: ze houdt controle en kalmte. Zoals het een centrale spelverdeler past.

Open VLD lijkt het meest nerveus, uit schrik voor het gele gevaar. De partij had eerder al laten verstaan dat die anderen hen tot ‘pestbelastingen’ hadden aangezet, en nu moest ze van die anderen ook nog betutteling of een belastingverhoging slikken. Als er al kiezers zijn die Open VLD hiervoor zullen belonen, zijn er zeker politici die Open VLD hiervoor zullen straffen.

Bij de SP.A hebben ze dan weer danig last van de onverschrokken linkse uithalen en ongestoorde verontwaardiging van Groen, lusten ze geen nieuwe gevechtsvliegtuigen, volgt justitie te weinig in de strijd tegen fiscale fraude of loopt de bankensplitsing niet zoals gewenst, maar ze houden zich op enige afstand van het politieke steekspel. De Vlaamse kameraden blijven vooral geoefende bestuurders, o.l.v. commandant Vande Lanotte. De SP.A vult ook duidelijk de balanskant ‘realisaties’ enthousiaster in, daar waar Open VLD de overzijde ‘werd vermeden’ lijkt te vullen en CD&V op de staatshervorming na met lichtere inkt schrijft. Tobback wuift elke vorm van kritiek weg met de vaste mededeling dat alle critici zich vergissen, maar onder die façade is de onrust bij de SP.A voelbaar: er zijn nog teveel stemmen die zeggen dat de partij te compromisbereid is geweest.

Di Rupo II kwam terug in beeld

Belangrijker dan de individuele kleuring van elke partij afzonderlijk, is het totaalbeeld. Op het einde van 2013 hervalt Di Rupo I in een oude aandoening. Sinds eind 2012 ging deze regering hechter aan elkaar hangen. De maskers vallen af, zullen sommigen denken, het was altijd allemaal komedie. Maar die uitleg is te gemakkelijk. Federale regeringspartijen zijn, al was het maar uit noodzaak, in de loop van dit jaar echt meer in zichzelf én in hun regering, dus in elkaar, gaan geloven. In die mate zelfs dat uitdager N-VA, die soms met zichzelf sukkelde, werd uitgedaagd. Di Rupo II kwam in 2013 weer terug in beeld, niet als de evidente of logische volgende regering, maar als een mogelijkheid. En dat was minder evident dan het lijkt, want ooit vielen prominenten uit meerderheidspartijen Di Rupo I publiek in alle duidelijkheid af.

Op het einde van 2013 trekt de meerderheid dat beeld weer naar beneden. Maar nu dreigen sommige conclusies te snel gemaakt te worden. Het is klassiek dat profilerende partijen afstand nemen van regeringscompromissen of ze zelfs willen vermijden. Wie in de laatste weken het ultieme bewijs ziet dat Di Rupo II of een klassieke tripartite geleid door een andere premier er nooit meer kan komen, vergist zich. Dat behoort nu eenmaal tot het spel. Niemand moet erin hét bewijs van om het even welke coalitie zien. Al spint men het omgekeerde. Maar beweren dat het allemaal geheel en al zonder betekenis is, is ook overdreven.

Uitsluitingsobsessie

Bij Open VLD wordt zowaar gefluisterd – sommigen omdat ze echt geloven, anderen in de hoop dat iemand het hoort – dat er tussen de N-VA en CD&V een coalitie in de maak is. En ja, daar zijn duidelijk argumenten voor te vinden. Maar dat soort geruchten hoort even traditioneel bij verkiezingen als andere slogans. Het daarbij horende onuitgesproken signaal is dat Open VLD dus nodig is om te vermijden dat de kartelpartijen het alleen voor het zeggen hebben, zodat we van belastingverhogingen gespaard blijven. Het blijft in deze opmerkelijk hoezeer Open VLD van de plannen van Geens een belastingverhoging wil maken, om er zich achteraf tegen te kunnen verzetten en het uitblijven van die verhoging te claimen. Het is zelfs gemakkelijker om in het uitblijven van de plannen van Geens een belastingverhoging te zien.

Gezien de uitsluitingsobsessie in dit seizoen zo traditioneel is, is het logisch dat deze aandoening niet enkel Open VLD treft. Van de N-VA is bekend dat ze zichzelf als garantie zien tegen de verzetting van de klassieke tripartite Di Rupo II. Dat zal in de komende campagne nog vaak gezegd of gesuggereerd worden: de N-VA tegen de trado’s. Zoals bij de SP.A te horen valt dat de ‘Antwerpse coalitie’ er zit aan te komen, en wie deze centrum-rechtse formatie wil vermijden dus maar best op de SP.A stemt. Een boodschap voor het debat aan de linkerkant van het politiek spectrum: mensen die om allerlei redenen niet tevreden zijn over de SP.A, en eventueel Groen of PVDA+ willen steunen, moeten beseffen dat vooral de SP.A een dam tegen rechts is: hoe groter Groen en/of PVDA+ dus hoe kleiner de SP.A, hoe groter het rechtse gevaar. Om maar te zeggen dat verschillende partijen doemscenario’s zien die enkel vermeden kunnen worden door hen zelf zo sterk mogelijk te maken.

De vraag welke regeringen er na 25 mei 2014 gemaakt zullen worden, wordt in Vlaanderen hoofdzakelijk aan de centrumrechtse kant beslist. Maar ook de linkerzijde is relevant: hoe groot/klein zijn SP.A en/of Groen, die misschien een afgeleide rol kunnen spelen in de B-scenario’s: afhankelijk van wat er centrumrechts kan of niet kan, komt er een centrumlinkse partij in beeld. En die kan daar ook het verschil maken. In Franstalig België daarentegen wordt de hoofdbeslissing bepaald door de positie van de PS. En zelfs met wat verlies lijken voor veel waarnemers scenario’s zonder de PS heel moeilijk. Ook ten zuiden van de taalgrens wordt er geroddeld, over een voorakkoord PS-MR en de snelle vorming van een Brusselse regering (ev. onder leiding van Reynders) als basis voor een Waalse en federale samenwerking. De stellingenoorlog die beide partijen deze week uitvochten, worden bij de believers van dit gerucht als mist, afleiding of camouflage omschreven.

Groeiende nervositeit

Al dat getetter wijst op groeiende nervositeit. Die is er ook bij de N-VA. Terwijl Open VLD geweldig haar best doet om het contact met liberale kiezers te herstellen of te behouden, doet ook de N-VA moeite. Want die partij sukkelt met een ander probleem. Wellicht behoudt ze het marktleiderschap en zit een electorale groei met wat procentpunten er zelfs in. Maar zelfs als die groei vrij fors is, dreigt nog steeds vijf jaar federale en – en wie weet welke partijen welke koppelingen maken – misschien zelfs Vlaamse oppositie. De partij heeft kiezers, maar zoekt nu bondgenoten. “Niemand wil met een kannibaal aan tafel gaan zitten, uit vrees opgegeten te worden” zegt De Wever in L’Echo.

En de N-VA stelde zich in het verleden vaak inhalig op: vanuit haar meerderheidsdenken wil ze wel wat maar niet teveel rekening houden met andere visies. Dat is ook haar handelspand als ‘anderspartij’: ze is niet zoals de rest maar beginselvaster, met de N-VA zal eindelijk veranderen wat eerder niet kon. Dat valt bij veel kiezers in de smaak, maar er is een dubbele bedreiging: de partij kan bij teveel kiezers als te hardvochtig overkomen en vooral: ze dreigt zonder politieke bondgenoten te zitten. Dus werkt de N-VA op dit moment expliciet aan beide problemen. Bij het einde van 2013 is dat een boeiende beweging: de N-VA rolt wat naar het midden, al is in deze alles relatief. En daar ligt al CD&V.

Ze bouwt aan netwerken met anderen, voorop met CD&V. Ook de N-VA weet dat Peeters en Beke zullen kiezen tussen de N-VA of niet-de-N-VA. CD&V heeft de sleutels van de formatie op zak. Met de liberalen gaat het minder goed, als Open VLD te vermijden is, gaat de N-VA alleen met CD&V voort. De N-VA wil de liberale vijver nog verder leeg zuigen en vindt het blijkbaar storend dat Open VLD het confederalisme liet vallen, alleen maar om zich van de N-VA te onderscheiden. Kan zijn, maar CD&V kiest voor het mysterieuze ‘positief confederalisme’ alleen maar om zich van de N-VA te onderscheiden, die dan weer uit zou zijn op conflict : de uitgestoken hand vs. de vuist. Dat stoort de N-VA veel minder, zo blijkt.

Maar het klopt dat Peeters als enige niet-N-VA’er blijft herhalen dat er na 25 mei 2014 opnieuw over de staatshervorming gesproken kan worden en er een akkoord voor 2019 niet onmogelijk is. Het klopt dat Beke als enige voorzitter zegt dat hij federaal niet zonder Vlaamse meerderheid wil besturen. Het is begrijpelijk dat velen, zeker zij die daar belang bij hebben, de ex-kartelpartners zien flirten. Zeker als een ex-voorzitter in Knack voor het herstel van de liefde pleit.

Beeldcorrecties

Peeters speelt met Open VLD en de N-VA, die hij als volleerde jongleur in de lucht houdt, om later te beslissen welke hij kan laten vallen, indien mogelijk. Na de harde kritiek vanuit CD&V op Open VLD spreekt hij in De Standaard sussende taal: wisselmeerderheden zijn een slechte zaak. Trouwens, Peeters gaf – op de vraag ‘gelooft u dat CD&V groter wordt dan de N-VA’ – nog een boodschap aan de N-VA en CD&V: “We zullen er alles aan doen om te winnen. En het woord ‘winnen’ heeft vele betekenissen. Je kunt verliezen en toch deel uitmaken van de coalitie, of omgekeerd.” De N-VA kan de grootste worden maar buiten de coalitie vallen. Niets is zeker, alles kan, CD&V zal later wel zien. Maar zelfs na verlies komt ze in de coalitie.

De N-VA werkt niet enkel aan politieke vriendschap – toch met CD&V – in de Wetstraat, ze wil ook warmer en sympathieker in de Dorpsstraat staan. Zo viel op hoe relatief bescheiden de N-VA deze week was in de zaak vs. ACW. De partij paste voor een lang studiogesprek in Terzake over dat onderwerp, nochtans de gelegenheid om nog eens te herhalen hoezeer de boete van de BBI een veroordeling van het ACW en dus een punt voor de N-VA is. Maar dan had de partij moeten antwoorden op de vraag of ze al die harde verwijten tegen het ACW blijft volhouden, nu de middenveldorganisatie de beschuldiging fraude van zich kan afschudden. Dat doet de N-VA liever niet. Wijzen op de boete, tot daar aan toe, maar zout in de ACW-wonde strooien hoeft niet meer. Ze is immers geïnteresseerd in de ACW-kiezers of ARCO-coöperanten. Maar er is meer. De N-VA wil meer warmte uitstralen.

Ze krijgt nu te vaak het verwijt van een harde, asociale partij te zijn, die velen in armoede of miserie zal dwingen met haar radicale besparingsplannen en neo-conservatieve meritocratie. Dus verdedigen de N-VA’ers zich met de stelling dat ze dan wel geen socialistische maar wel een sociale partij is: haar hervormingen en besparingen zijn er net om de mensen écht te helpen, in plaats van ze afhankelijk te houden. Ben Weyts zei dat het Vlinderakkoord een hele reeks sociale investeringen die de N-VA in de volgende Vlaamse regering wou doen zelfs onmogelijk maken: de anderen zijn asociaal. Die beeldcorrecties zijn nodig: veel kiezers willen hervormingen, toch bij een andere, maar dat mag geen pijn doen, zeker niet bij zichzelf. Nu lijkt het alsof er in de N-VA een paar hardleerse liberalen met het botte mes staan te wachten. Daarmee win je de slag om het centrum niet.

De – nochtans radicale – confederalismeplannen van de N-VA hebben de partij niet naar de rand van de politieke relevantie verdrongen. Een algemene, forse afkeuring bleef uit. Wie de teksten leest, weet dat op basis daarvan geen regering te maken is, maar dat hebben toppers van de N-VA al ontmijnd: dit is slechts een ideaal, in de volgende regering moeten stappen worden gezet, maar wat die precies zijn, laat de partij in het midden. Het is dus niet met dat confederalisme dat kiezers voor de N-VA bang gemaakt kunnen worden. De achillespees ligt elders: sociale afbraak. En dus moet de N-VA daar wat in het defensief. Misschien dat Open VLD een eind mee kan, maar CD&V gaat die harde plannen nooit in een regeerakkoord schrijven.

Zo is de winnaar van 2013 bekend: CD&V, met haar centrale spits Kris Peeters. Zelfs al is de N-VA in peilingen groter en Maggie De Block populairder. Zelfs al is Peeters II nooit wat Peeters I was en kan je bezwaarlijk van een ijzersterke Vlaamse beleidsploeg spreken. Zelfs al heeft CD&V niet de meest opvallende of uitgesproken congresteksten, niet de meest bevlogen bestuurders en probleemoplossers, niet eens de duidelijkste principes of ideologische uitgangspunten, niet de grootste communicator … In 2013 is veel verschoven, maar sommigen blijven op hun plaats zitten.

(Carl Devos is politoloog aan de UGent.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.