Hoe zoek ik een nieuwe job? Guy Janssens

Crisissen zijn uitdagingen, sprak een groot Vlaams ondernemer ooit. Hij schreef er zelfs een boek over. Crisissen zijn ook momenten waarin het moeilijk is om als jongere een job te vinden, of je nu minder- of hooggeschoold bent. En crisissen zijn geen recent verschijnsel. De eerste echte na-oorlogse crisis diende zich aan begin jaren zeventig. Die kreeg de naam ‘oliecrisis’ mee. De Arabische oliestaten draaiden de oliekraan dicht om de Westerse landen te laten voelen dat ze een machtige sleutel in handen hadden in hun strijd tegen Israël.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Maar het heel concrete gevolg voor de Westerse economieën was wel dat de euforie van de wederopbouw, de economische boom die ontstond in ’45, vlak na de tweede wereldoorlog, die verder werd gevoed door de Amerikaanse Marshallhulp in de jaren vijftig en die zijn hoogtepunt kende in de jaren zestig, begin jaren zeventig ten einde was.

Diegenen die in die jaren zeventig op de arbeidsmarkt kwamen, mijn generatie dus, kregen algauw te maken met het verschijnsel ‘crisis’. Velen van ons geloofden niet dat het zonder meer mogelijk zou zijn om direct na afstuderen een baan te vinden op het niveau van ons diploma. Een trapje lager beginnen was bijna vanzelfsprekend.

Nadien kwamen dan allelei van overheidswege gesubisieerde banen en zogenaamde ‘nepstatuten’, zoals het derde arbeidscircuit. Allemaal ontstaan toen de overheid nog middelen had, of dacht te hebben om werkgelegenheid te bekostigen. Van Maastricht-begrotingsnormen was nog geen sprake.

Jeugdwerkloosheid angstwekkend hoog

Vele van mijn generatiegenoten zijn via deze ‘omweg’ op de reguliere arbeidsmarkt gekomen. Zo bekeken waren die nepstatuten een goede opstap naar een ‘echte’ baan. Nu is de toestand anders.

Overheden gaan geen banen meer subsidiëren, tenminste niet op de manier waarop dat toen gebeurde. Maar de jeugdwerkloosheid blijft angstwekkend hoog. In die mate dat op diverse Europese toppen, zoals die van vorige week, alweer de bezorgheid van de Europese leiders werd uitgedrukt over de jeugdwerkloosheid.

De statistieken zeggen dat zo’n 23% van de jongeren tussen 18 en 25 geen baan hebben. Nu kan je uiteraard verdrinken in een rivier met een gemiddelde diepte van een halve meter, de uitersten zijn nog sprekender. België zit mooi op dat gemiddelde, maar de verschillen tussen de regio’s binnen België zijn al enorm, laat staan binnen Europa.

Vlaanderen presteert nog niet zo slecht met 13%, Wallonië al heel wat minder met 27% en het Brussels gewest ronduit dramatisch met 36% werkloze jongeren. Al verdwijnen die getallen dan weer in het niet als ze worden vergeleken met Griekenland en Spanje, jeugdwerkloosheid van 60% alsjeblieft , of Italië met 40%. Aantallen om van te duizelen. Om aan het gemiddelde van 23% te komen zijn er dus ook andere uitersten nodig, en die bevinden zich in Oostenrijk en Denemarken, met een jeugdwerkloosheid van nauwelijks 6%, of Nederland met 10%.

Kritiek op de VDAB

Over de oorzaak van die verschillen gaan we niet uitweiden. We staan wel even stil bij de Vlaamse cijfers en de kritiek vorige week op de aanpak van de VDAB. Grosso modo komt die erop neer dat laaggeschoolde jongeren goed door de VDAB worden geholpen maar dat hoger geschoolden wat in de kou blijven staan. Nu blijken ook hooggeschoolden in Vlaanderen hoe langer hoe meer moeite te krijgen om binnen een redelijke termijn een baan te vinden.

De VDAB had daar tot nu toe geen echt antwoord op. Allicht ging de arbeidsbemiddelaar van de Vlaamse overheid ervan uit dat die zelf hun plan wel kunnen trekken. En dat vinden ze over ’t algemeen zelf ook wel. ‘De Vrije Markt’ ging van de week een korte reportage draaien in de HUB in Brussel, in een afstudeerklas business management. De meeste ondervraagde studenten gingen er van uit dat ze zelf wel op eigen kracht een baan zouden vinden.

Hier komt Europa in ’t visier

De Europese Unie wil dat de lidstaten een jongerenwaarborg instellen. Dat komt erop neer dat jongeren binnen de vier maand nadat ze zich hebben ingeschreven als werkzoekende een opleiding, een stage of zonder meer werk moeten krijgen.

‘Een tweede punt is minstens even belangrijk’ zegt Fons Leroy van de VDAB: ‘jongeren moeten ook inspraak krijgen bij het ontwerpen van die begeleiding. Ze moeten als het ware een begeleiding op maat krijgen.’ De VDAB Heeft de afgelopen maanden via jongerenpanels de vinger aan de pols gehouden. Daaruit is gebleken dat die jongeren niet alleen nood hebben aan de moderne technologische communicatiekanalen maar ook een individuele face to face aanpak nodig hebben.

De christelijke vakbond ACV vindt dit prima maar wil een stapje verder gaan. Stijn Gryp van de studiedienst van het ACV pleit voor het invoeren van de notie van ‘werknemerschap’ in de eindtermen van het onderwijs, net zoals er van werkgeverskant wordt gepleit voor het invoeren van de idee van ‘ondernemerschap’ in die eindtermen. ‘Uiteindelijk zullen er nog altijd veel meer mensen werknemer worden na hun afstuderen dan ondernemer’ zegt Gryp.

De discussie over de aanpak van de jongerenwerkloosheid is dus bezig op verschillende fronten en op vele beleidsniveau’s. Even kijken hoe het met de economische ontwikkeling zit in de eerste maand in het nieuwe jaar. Want als het horrorscenario van ‘jobless growth’ zich zou voordoen zullen alle beleidsplannen de slechte statistieken moeilijk in goede zin kunnen doen ombuigen.

  (De auteur is VRT-journalist en presentator van De Vrije Markt)