"Gezondheidszorg in gevangenissen is mensonwaardig"

Francis Van Mol, het voormalige hoofd van de gevangenisartsen, luidt in De Standaard de alarmbel over de gezondheidszorg in gevangenissen. De kwaliteit van de gevangenisarts wordt beoordeeld op de snelheid waarmee hij een spuit geeft, zegt hij. Gevangenisarts Ann Chapelle bevestigt dat er problemen zijn.
REPORTERS

"Tot 10 procent van de gedetineerden lijdt aan ernstige psychiatrische aandoeningen. Dwangmedicatie kan bij hen dodelijk aflopen. Een gesprek meteen onrustige gedetineerde is vaak beter, maar daar heeft niemand tijd voor", zegt Van Mol, die 35 jaar aan het hoofd stond van de gevangenisartsen en begin dit jaar met pensioen ging.

"Directie en bewakingpersoneel zetten artsen onder druk om gedetineerden dwangmedicatie toe te dienen. De kwaliteit van de arts wordt beoordeeld op de snelheid waarmee hij een probleem oplost door een spuit te geven", schrijft Van Mol ook in het boekje "De gezondheidszorg in de Belgische gevangenissen".

Ann Chapelle, gevangenisarts in Vorst en Mechelen, bevestigt dat er problemen zijn. "We hebben gemiddeld slechts een paar minuten tijd per consultatie. Maar in de gevangenis komen ziektes als hiv en tuberculose veel vaker voor dan in een gewone huisartsenpraktijk. We moeten een gedetineerde die het nieuws krijgt dat hij besmet is met hiv na vijf minuten afwimpelen. Dat is mensonwaardig."

Lieselot Bleyenberg, de woordvoerster van het Gevangeniswezen, wijst erop dat de tijdberekening rekening houdt met de verschillen tussen een huisartsenpraktijk en de gevangenis. "Wat de dwangmedicatie betreft, ligt de eindverantwoordelijkheid en de beslissing bij de arts", zegt ze.