“Het verzadigingspunt van Facebook is stilaan bereikt”

Ruim 4 op de 10 Belgen heeft een profiel op Facebook. Daarmee behoort ons land tot de top 10 van landen van de Europese Unie met de meeste gebruikers van de sociaalnetwerksite. Met 68% van de bevolking zijn de Cyprioten het talrijkst vertegenwoordigd. Onderaan de lijst bengelt Letland waar slechts 20% van de bevolking een Facebookprofiel heeft. Ook andere Oost-Europese landen scoren matig. Hoe vallen deze verschillen te verklaren in tijden van vrij internetgebruik en “the global village”? Deredactie.be ging op onderzoek.
AFP ImageForum

Letland is lang niet het enige Oost-Europese land dat opvallend minder Facebookprofielen telt in verhouding tot de bevolking. De Baltische buren Estland en Litouwen doen het iets beter met 37%, maar in landen als Polen, Roemenië en Bulgarije neemt dat percentage opnieuw een duik. Ter vergelijking: in Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk heeft meer dan de helft van de bevolking een Facebookprofiel.

Waarom variëren die percentages zo hard? Heeft Facebook hiervoor zelf een verklaring? We contacteren de enige officiële werknemer van de sociaalnetwerksite in ons land, maar hij heeft niet meteen een pasklaar antwoord. Wel verwijst hij ons door naar het PR-bureau van Facebook voor de Benelux in Amsterdam. Na een kort telefonisch gesprek sturen we hen een aantal vragen per mail. Hoe verklaart Facebook zelf de geografische verschillen? Kan de site nog groeien in België en Europa? Of zijn de limieten zo stilaan bereikt?

De aanvankelijke reactie van het PR-bureau is hoopvol. Ze zullen onze vragen aan Facebook voorleggen en ze beloven nog dezelfde dag een antwoord. Wanneer dat antwoord alsnog uitblijft, contacteren we hen opnieuw. “We hebben eigenlijk niets te antwoorden op jullie vragen op dit moment”, klinkt het plots. We dringen aan, maar elke verdere respons blijft uit.

“Facebook vooral in anglofiele landen populair”

Weten experts in sociale media misschien meer? We kloppen aan bij Clo Willaerts, online en internet-deskundige. De cijfers voor Oost-Europa lijken haar niet echt te verrassen. “Facebook is een Amerikaanse uitvinding. Oost-Europa is echter lang niet zo anglofiel. Bovendien speelt daar mogelijk de torenhoge concurrentie van VKontakte, een gelijkaardige sociaalnetwerksite uit Rusland. Bij ons is Facebook dan wel de grootste, in andere delen van de wereld liggen de kaarten helemaal anders. In China bijvoorbeeld, is Weibo de onbetwiste nummer 1.”

“Aan culturele verschillen kan het niet liggen, want uiteindelijk bieden alle sociaalnetwerksites hun gebruikers min of meer dezelfde mogelijkheden. Waarschijnlijk heeft het meer met taal te maken. De eerste jaren was Facebook enkel in het Engels beschikbaar. Daarom kende het in eerste instantie vooral in de anglofiele landen ingang. In België bijvoorbeeld, ging Vlaanderen eerder voor de bijl dan Wallonië. In landen die aan hun eigen taal vasthouden, kenden lokale initiatieven meer succes.”

“Eigenlijk is Facebook minder geïnteresseerd in het aantal profielen, maar wel in het aantal actieve gebruikers. Net zoals andere sociaalnetwerksites, probeert Facebook mensen die hun profiel links laten liggen op alle mogelijke manieren terug te lokken via mails of andere alerts. Hoe groter de groep actieve gebruikers, hoe machtiger het netwerk wordt. Dáárom wilde Facebook zo graag de kaap van 1 miljard profielen halen.”

Facebook heeft zeker nog groeimarge, meent Willaerts. Volgens haar gaat die hand in hand met nieuwe technologieën. “Vroeger waren senioren veel minder actief op Facebook. Op hun traditionele computers of laptop kunnen ze de kleine letters vaak gewoon niet lezen. Dankzij de tabletcomputers kunnen pagina’s nu heel makkelijk naar believen worden uitvergroot waardoor Facebook ook voor oudere gebruikers interessant wordt, bijvoorbeeld om contact te houden met de kleinkinderen of foto’s te bekijken.”

“We moeten Facebook vaker een proces aandoen”

Ook media-expert Jo Caudron denkt dat Facebook over enkele jaren zo goed als overal in Europa een hoop nieuwe gebruikers zal tellen. “De groeicurve wordt stilaan wel vlakker”, zegt hij. “Het verzadigingspunt wordt stilaan bereikt. Facebook zal nooit 100% van de bevolking kunnen lokken. Ik denk dat de sociaalnetwerksite in elk land vroeg of laat 70 tot 75% van de inwoners zal bereiken. Eigenlijk kan het alle kanten uit. Facebook is laagdrempelig en het kruipt op vele plekken.”

Dat de vragen die we rechtstreeks aan Facebook hebben gesteld onbeantwoord zijn gebleven, verbaast Caudron niet in het minst. “De enige afdeling van Facebook die wel iets van zich laat horen, is de sales dienst. Als een rekening onbetaald blijft, bijvoorbeeld. Voor het overige reageert het bedrijf nooit. Heb je een probleem? Fuck off. Met een onderneming als Apple is het niet anders. Het zijn geen aangename partijen. Google is de enige mediagigant die wel praat.”

Nochtans is Facebook niet onaantastbaar, althans in theorie. “Net als elk ander bedrijf actief in België moet Facebook zich aan onze wetgeving met betrekking tot privacy en censuur houden. Maar omdat niemand ooit écht protesteert, kan de onderneming de facto vaak doen wat ze wil. Hoe moet iemand Facebook ook aanklagen, als contact opnemen onmogelijk lijkt? Enkel Europa kan uiteindelijk ingrijpen als het moet. Eigenlijk zouden we met z’n allen Facebook vaker een proces moeten aandoen wanneer onze rechten worden geschonden. Een uitgever bijvoorbeeld, die één van zijn boeken geweerd ziet op de netwerksite. Helaas doen we het niet want we zijn veel te braaf.”