"Meer televisiezenders hoeft niet minder kwaliteit te zijn"

Binnen de Europese Unie zijn landen als Groot-Brittannië, Duitsland en Italië koplopers wat betreft het aantal televisiezenders. Met 576 zenders mag Groot-Brittannië zich op dat vlak koning kronen. Ons land telt 91 zenders en behoort daarmee tot de middenmoot. Van de 28 landen die deel uitmaken van de Unie, staan we op de twaalfde plaats.
BELGA/DILLEN

Om de cijfers te duiden, hebben we contact opgenomen met Hoogleraar Communicatie aan de Universiteit van Antwerpen Hilde Van den Bulck (foto). Volgens de hoogleraar zijn de landen waar veel zenders zijn, zoals Groot-Brittannië, Italië en Duitsland, ook landen waar er veel consolidatie is.

Dat wil zeggen dat er veel zenders zijn, maar dat die worden geëxploiteerd en verdeeld door een beperkt aantal spelers die zijn ontstaan door expansie van bepaalde groepen, maar ook door overnames en fusies.

"Dergelijke grote machtsblokken bieden een grote waaier aan diensten aan om de verschillende grote en nichemarkten aan te spreken."

Van den Bulck benadrukt ook dat in sommige landen meer regionale en lokale variëteit is. Dat heeft te maken met de omvang ("In ons land is regionaal al bijna te klein om rendabel te zijn, in Groot-Brittannië is dat een groter verhaal") of met een lange traditie, zoals bijvoorbeeld in Italië.

Volgens de hoogleraar zie je in veel landen dat goede televisie niet gratis is, maar via betaalversies wordt aangeboden (type HBO in de VS). "Zo'n betaalversies maken het mogelijk om ook met kleinere kijkersaantallen sneller break-even of winstgevend te zijn."

Grootte van land is niet doorslaggevend voor aantal zenders

In relatieve cijfers ziet het plaatje er anders uit. In landen als Malta, Luxemburg en Cyprus is het aantal televisiezenders per 100.000 inwoners het grootst. We hebben hoogleraar Van den Bulck gevraagd waarom daar zoveel zenders zijn. Volgens Van den Bulck tonen de cijfers aan dat de omvang van een land/markt niet doorslaggevend is. Malta, Cyprus en Luxemburg zijn immers relatief kleine landen.

"Het heeft met verschillende aspecten te maken. Zo heeft Luxemburg een lange traditie van het exploiteren van commerciële televisie. Ook het feit of er traditioneel kabel in een land sterk aanwezig is, maakt dat landen een groter of een kleiner aanbod gewoon zijn."

"Ook sterk geconsolideerde markten, dat wil zeggen markten waar een beperkt aantal echt grote spelers (mediahuizen als RTL of Newscorp/BskyB) het mooie weer maken, hebben vaker een groter aanbod. Dergelijke groepen kunnen ook met "lokale" zenders komen die "kopieën" zijn of een groot gemeenschappelijk aanbod hebben met gelijkaardige zenders in andere landen."

Ook het taalaspect kan volgens de hoogleraar meespelen. "Engels (Malta) maakt dat je sneller aantrekkelijk bent voor Engelstalige spelers. Oude banden met grote medialanden kunnen hier ook een rol bij spelen."

Binnen de Europese Unie bungelt ons land helemaal onderaan het lijstje als het gaat over het aantal televisiezenders per inwoners. We bezetten de allerlaatste plaats, met het minst aantal zenders per 100.000 inwoners: 0,83 om precies te zijn.

Hoogleraar Van den Bulck bevestigt het beperkte aanbod. Volgens haar zijn we een relatief kleine markt (6 miljoen Vlamingen tegenover bijvoorbeeld 62 miljoen Britten) en ontstaat er de "niet volledig onterechte" veronderstelling dat zo'n markt toch te klein is om veel zenders toe te laten.

Belgen kijken het meest tv, maar hebben het minst aantal zenders

We hebben de hoogleraar de vraag gesteld of het aantal tv-zenders ook te maken heeft met het aantal tv-kijkers? Uit onderzoek van 2011 blijkt namelijk dat de Belgen het meest tv kijken in Europa, maar toch hebben we niet het meest aantal zenders.

Van den Bulck benadrukt dat het niet alleen gaat over hoeveel mensen kijken en hoelang, maar ook naar wat ze kijken. "Zo zie je in Vlaanderen dat de openbare omroep heel sterk staat. Dagelijks kijken meer dan een miljoen mensen naar programma's op Eén. En dat zijn redelijk trouwe kijkers. Als de kijkersmarkt meer versnipperd is, is er vaak ook minder zendertrouw en kan er sneller worden ingebroken met alternatieven. Bovendien brengen de zenders die gratis zijn goede, kwaliteitsvolle programma's waardoor kijkers minder de nood voelen om via kanalen waarvoor je moet bijbetalen aan kwaliteit te komen."

Volgens de hoogleraar maakt een grote niet-commerciële speler, zoals VRT-televisie, de tv-markt ook minder interessant voor generalistische adverteerders.

Vlaanderen heeft er met de komst van Vier vorig jaar een volwaardige commerciële zender bijgekregen en met Libelle Tv kwam er onlangs ook een digitale zender bij. We vroegen Hilde Van den Bulck of er daar nog ruimte voor is.

"Als je naar de andere landen kijkt, dan merk je dat er zeker nog ruimte is, minstens theoretisch. Maar door de sterke openbare omroep is die ruimte misschien minder groot dan elders." Volgens Van den Bulck is het belangrijk dat er telkens genoeg adverteerders worden gevonden en/of dat mensen bereid zijn om te betalen voor een bepaalde content.

Tot slot vroegen we de hoogleraar nog of er een kwaliteitsverschil is tussen de zenders in de verschillende landen. "Meer zenders hoeft niet per definitie minder kwaliteit te zijn. Het kan wel zijn dat je voor kwaliteit meer betaalt (betaalzenders) dan voor zenders met doorsnee materiaal", besluit Van den Bulck.