Syrische hoop dankzij jihadisten - Jens Franssen

De voorbije drie jaar raakte de internationale gemeenschap het over niets eens in verband met Syrië. Maar daar lijkt nu eindelijk verandering in te komen. Of hoe jihadisten slagen waar topdiplomaten falen.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina
© VRT - Nathalie Dolmans

Tot een paar jaar geleden was Raqqa, in het noordoosten van Syrië, een klein ingeslapen stadje. De lokale overheid gooide het op een akkoord met het regime Assad en in ruil viel de repressie er nogal mee. Er heerste (relatieve) ‘vrijheid, blijheid’ in Raqqa. Vandaag kreunt het stadje onder honderdduizenden vluchtelingen van de aanslepende oorlog en wordt het met ijzeren hand bestuurd door de moslimextremisten van ISIS (Islamic State of Iraq and Greater Syria). Die zijn uit op een groot extremistisch kalifaat in Syrië en buurland Irak. Ze dwingen er met harde hand de sharia, de moslimwetgeving, af.

Nadat priesters in Raqqa werden gearresteerd en op bijbelse wijze publiekelijk op de brandstapel gegooid, vluchtten de meeste christenen weg uit Raqqa. Op de hoofdkerk van de stad wappert nu de zwarte vlag van de jihad, de gewapende moslimstrijd. Maar ook gewone, gematigde Syriërs hebben het niet onder de markt. Tabak en muziek zijn verboden; vrouwen worden verplicht gesluierd over straat te gaan. Kinderen van veertien krijgen zweepslagen en activisten en journalisten worden gemarteld of vermoord. Publiekelijke en standrechtelijke executies zijn in Raqqa wekelijkse kost geworden.

Washington, Parijs of Brussel

De snelle opmars van van de gewapende moslimextremisten in Syrië baart de internationale gemeenschap grote zorgen. Zowel Washington als Europa heeft miljarden geïnvesteerd om de safe havens van moslimterroristen in Afghanistan en Pakistan uit te schakelen om nu te moeten vaststellen dat er nieuwe ontstaan aan de deur van Europa. Ook Rusland, dat zelf al jaren een bittere strijd voert tegen moslimterreur in eigen land, heeft een afkeer van jihadisme. De hele regio vreest dat Syrië aan het vervellen is in een soort ‘Talibanistan-aan-de-Middellandse Zee’.

Zelfs aartsvijanden Israel en Iran (een van de trouwste bondgenoten van het regime in Damascus) delen hun afkeer wanneer ze met lede ogen moeten toezien hoe zelfs sjiitische moslims publiekelijk worden geëxecuteerd door de jihadisten omwille van hun ‘afvallige’ geloof. Op korte termijn richten de jihadisten zich nu nog op territoriumwinst in Syrië, maar ze hebben een niet mis te verstane kille antiwesterse agenda.

Toen ik begin dit jaar met jonge jihadi’s sprak in het noorden van Syrië vertelden die me onomwonden dat het voorlopige tactische doel Damascus is (de val van het ‘alawitische regime’ Assad), maar dat het echte doel Jeruzalem is. Vervang bij uitbreiding ‘Jeruzalem’ gerust ook door Washington, Parijs of Brussel.

Voor het eerst sinds het uitbreken van het gewapende conflict in Syrië lijkt dan ook een internationaal draagvlak te ontstaan en lijken de belangen voor samenwerking samen te lopen. Met dank aan de jihadisten, die iedereen liever gisteren nog dan morgen uitgeschakeld ziet. Die gemeenschappelijke agenda zou op vrij korte termijn kunnen resulteren in actie. Bijvoorbeeld in een effectief wapenembargo, afdwingbaar door resoluties in de Veiligheidsraad. Maar evengoed zou ook een beperkt militair ingrijpen, bijvoorbeeld met drones, tegen opleidingskampen van terroristen op tafel kunnen komen.

Kniehoog in het bloed

Afghanistan leerde Washington en Moskou dat interveniëren zonder steun van de lokale bevolking mislukt. Maar optreden tegen de harde jihadisten kan wel degelijk op steun rekenen in Syrië. De aan het regime gelinkte christelijke en alawitische milities zullen zo’n interventie maar wat graag steunen. Maar ook de Koerden en fracties van de oorspronkelijke, gematigde en vaak seculiere oppositie zijn nu al slaags met de jihadisten.

Steunen we het regime van president Assad dan niet? Weet dat de huidige westerse levensverzekering van Assad wordt opgezegd eenmaal zijn chemische wapens het land uit zijn. En bondgenoot Iran komt binnenkort voor de keuze te staan of het steunen van Assad opweegt tegen de betere internationale betrekkingen waar Teheran nu zo op uit is. Presidenten, zeker zij die kniehoog in het bloed staan, komen en gaan.

Een monsterverbond tussen oude vijanden (delen van het regime, de gematigde gewapende oppositie, Koerden) is niet voor morgen, maar op wat langere termijn niet onmogelijk. De vijftien jaar durende burgeroorlog in buurland Libanon leert ons ons dat milities en gewapende groepen van kamp kunnen wisselen. Vijanden kunnen (tijdelijke) vrienden worden de dag dat ze geconfronteerd worden met een nog gevaarlijker en machtiger vijand.

Generaal Salim Idriss van het Vrije Syrische Leger, dat intussen bijna op de knieën is gekregen door de jihadisten, zag twee weken geleden de bui al hangen en sluit samenwerking met het regime tegen de extremisten niet langer uit. In het Midden-Oosten, ook in Syrië, is alles mogelijk. Zelfs een koude vrede.

(De auteur is journalist voor de VRT-nieuwsdiens en volgt het Midden-Oosten op de voet.)