1.000 dode dolfijnen langs de Amerikaanse oostkust

De afgelopen 6 maanden zijn aan de Amerikaanse oostkust bijna 1.000 dode dolfijnen aangespoeld. Dat meldt de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA). Wetenschappers vermoeden dat een uitbraak van het morbillivirus aan de basis van de massale sterfte ligt. 25 jaar geleden richtte hetzelfde virus al eens grote schade aan onder de dolfijnenpopulatie.

Dat dode dolfijnen langs de Atlantische kust aanspoelen, is op zich niet ongewoon. De voorbije vijf jaar werden in de tweede jaarhelft gemiddeld 117 kadavers van dolfijnen geteld op de stranden van de staten New York, New Jersey, Delaware, Maryland, Virginia, North Carolina, South Carolina, Georgia en Florida.

De voorbije 6 maanden zijn in die staten echter beduidend meer dolfijnen aangespoeld. Volgens tellingen van de NOAA zijn tussen 1 juli en 15 december liefst 996 dode dieren aangetroffen. De meeste exemplaren waren erg vermagerd en verkeerden in een verregaande staat van ontbinding. Veel dieren vertoonden letsels op de huid, de mond, de gewrichten of de longen.

Deepwater Horizon

Wetenschappers vermoeden dat een uitbraak van het morbillivirus aan de basis van de massale sterfte ligt. Verder onderzoek moet daarover uitsluitsel bieden. Bij sommige dieren is ook de Brucella-bacterie vastgesteld.

Precies 25 jaar geleden richtte het morbillivirus al eens grote schade aan onder de dolfijnenpopulatie langs de Amerikaanse oostkust. Toen werden tussen New Jersey en Florida alles samen 740 dode dolfijnen aangetroffen. De dieren die de uitbraak toen overleefden, bouwden antistoffen op. Jongere generaties dolfijnen hebben echter geen verweer tegen het virus.

Intussen heeft een onderzoek in de Golf van Mexico aangetoond dat ook daar dolfijnen met longaandoeningen en andere gezondheidsproblemen kampen. Daar ligt de grote olieramp met het boorplatform Deepwater Horizon in 2010 aan de basis van de ellende.