Stiptheid treinen zakt tot laagste niveau sinds begin 2013

De stiptheid op het Belgische spoor is in november 2013 opnieuw gedaald, tot 79,1 procent. Dat blijkt uit de stiptheidscijfers van spoorwegnetbeheerder Infrabel. In oktober bedroeg de stiptheid nog 80,4 procent, toen sprak Infrabel al van een "dieptepunt".

In november reed slechts 79,1 procent van de treinen stipt of met een vertraging van minder dan zes minuten. In november 2012 was dat nog 82,2 procent. Als gekeken wordt naar het stiptheidscijfer op basis van het aantal reizigers, waarbij de vertraging van een trein met veel reizigers zwaarder doorweegt, bedraagt de stiptheid zelfs maar 75,3 procent.

"We zijn er ons van bewust dat de stiptheidscijfers niet goed zijn", aldus Thomas Baeken, woordvoerder van Infrabel. Hij voegt eraan toe dat "met man en macht" wordt gewerkt om tot betere resultaten te komen en dat er initiatieven op korte en lange termijn lopen.

De voornaamste oorzaken voor de vertragingen zijn het materieel van de NMBS, storingen aan de infrastructuur en sociale acties. Een derde van de vertragingen en ruim de helft van de afschaffingen is bovendien te wijten aan "derden", zoals kabeldieven of personen op het spoor.

Van de zeven grote treinverbindingen, reden de treinen op de lijn Antwerpen-Centraal/Brussel-Noord - Charleroi-Zuid het vaakst op tijd (80,9 procent). De lijn Herstal-Doornik staat onderaan de lijst met 58,2 procent stipte treinen.

Het aantal afgeschafte treinen steeg ten slotte tussen november 2012 en november 2013 van 1.596 (1,5 procent van het totale aantal treinen) naar 2.665 (2,6 procent).